Als je geen orde kunt houden in de klas, ben je geen goede leraar, luidt het vooroordeel.Veel leraren hebben moeite met de vaardigheid om orde te houden. Een bijkomende factor is dat wat bij de ene leraar niet mag, bij de andere geen enkel probleem is. Het is daarom niet alleen van belang dat leraren orde kunnen houden in hun eigen klas, maar ook leren hun aanpak zo op elkaar af te stemmen dat er sprake is van uniforme leefregels binnen de school. Leerlingen leren immers het best in een veilige, plezierige omgeving.Lessen in orde biedt (aanstaande) leraren een methode voor het creëren van zo’n stimulerend werkklimaat. De methodiek is op vier niveaus uitgewerkt: het niveau van de klas, van de school, van de individuele leraar en van de individuele leerling. Zo reikt dit boek de leraar concrete instrumenten aan om orde te houden en tal van praktische tips over hoe in te grijpen bij ordeverstoringen. Ook biedt het handvatten om tot een gezamenlijke aanpak te komen binnen de school. Verder is er onder meer aandacht voor zorgleerlingen en het sturen van groepsprocessen.Dit boek is vanuit de praktijk geschreven en bevat veel voorbeelden en ervaringen. Daarnaast staan er op de website reflectievragen en opdrachten, verdiepingsstof en een variëteit aan praktische materialen, zoals voorbeeldbrieven, beoordelingsformulieren en checklists.Lessen in orde is bedoeld voor studenten aan lerarenopleidingen, startende leraren, zij-instromers, schoolleiders en voor alle leraren die de kwaliteit van hun onderwijs willen verbeteren.Peter Teitler is als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht met als specialisme het omgaan met gedragsproblemen. Hij staat zelf voor de klas en is lerarenopleider. De auteur past de in het boek gepresenteerde methodiek met veel succes toe en adviseert erover op diverse scholen in het basis-, voortgezet-, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs.
Over het boek:Kinderen geven geregeld blijk van problemen in het aanbrengen van structuur in hun dagelijkse leven. Dat kan uiterlijk zichtbaar zijn door chaos, paniek of weigeren een taak uit te voeren, maar kan zich ook afspelen op denkniveau (werkhoudingsproblemen). Dit bemoeilijkt het functioneren van begaafde kinderen enorm. Zij kunnen goed leren, maar ontwikkelen daarvoor niet altijd de juiste leerstrategieën.Deze aanpakkaarten zijn een hulpmiddel voor het aanbrengen van structuur, gericht op diverse deelgebieden en onafhankelijk van een methode.Ze vormen een verzameling van werkstrategieën voor taal, rekenen, (begrijpend) lezen en wereldoriëntatie, waaruit de leraar een voor elk kind afzonderlijk helder stappenplan kan distilleren.Ze kunnen worden gebruikt bij begaafde kinderen, kinderen met leerproblemen en / of leerstoornissen zoals ASS, NLD, beelddenkers en kinderen met dyslexie.Over de auteur(s):Winny Bosch-Sthijns, orthopedagoog, is stichter- directeur van IE Quest, een praktijk en onderzoeksbureau voor orthopedagogiek en psychologie in Sittard. Daarvoor was zij leraar in het basisonderwijs.
Dit praktische boek beschrijft een nieuwe methode voor het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en zwakbegaafden. De Affectief Bewuste Benadering is ontstaan door de samenwerking tussen een aantal professio nals uit het werkveld.Het uitgangspunt van deze succesvolle begeleidingsmethode is dat je je als begeleider bewust bent van het cognitieve en emotionele niveau van de cliënt, en tegelijk ook van dat van jezelf. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de principes van Expressed Emotion (emotionele expres sie), de systeemtheorie en de uitgangspunten van de cliëntgerichte therapie (Carl Rogers). De methode creëert voorwaarden voor de begeleiding en biedt naast een visie ook de be geleidingsmethodiek om deze in praktijk te brengen. Hiermee kan de kwaliteit van de bejegening geoptimaliseerd worden.De Affectief Bewuste Benadering geeft concreet begeleidingspotentieel bij thema’s als: hoe breng ik afstand en nabijheid in balans, hoe ga ik om met emotie in de begeleidingsrelatie en hoe krijgt het netwerk van de cliënt en de begeleider invloed op deze relatie?Brian Twint studeerde sociaalpedagogische hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Na een periode van zeven jaar in de jeugdzorg is hij sinds 2005 werkzaam als begeleider in de verstandelijk gehandicaptenzorg, zowel op de dagbesteding als in de residentiële en ambulante zorg.Bianca van Kouwen studeerde orthopedagogiek en geestelijke verzorging aan de Universiteit van Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 2003 is zij werkzaam in diverse instellingen in de gehandicaptenzorg als (gezins)begeleider.
Voor het bestaan van effecten van hulpverleningsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, moet empirisch bewijs geleverd worden. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen, die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er enige verdieping in technische onderwerpen. Tot de doelgroep behoren universitaire studenten en docenten in de gedragswetenschappen en een ieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, –uitvoering en -discussie. Daphne van Loon is als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL en werkt als projectmanager bij de Bedrijven Contactdagen en de Eerstelijnsdag. Bieuwe F. van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind. Alexander Minnaert is als hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
Handelingsgerichte diagnostiek geniet veel belangstelling bij psychologen en orthopedagogen werkzaam in het onderwijs. Ook interne begeleiders zijn enthousiast over de uitgangspunten en deze manier van werken. Daarom hebben de auteurs van het boek Handelingsgerichte diagnostiek (Acco, 2004) deze handreiking speciaal voor interne begeleiders geschreven.Handelingsgericht werken (HGW) voor de interne begeleider (IB) is van toepassing als een leraar of ouder de IB benadert met een gerichte vraagstelling: er is een probleem, hoe komt dat en hoe kunnen we dit het beste aanpakken?Dit boek beschrijft op heldere wijze en stapsgewijs hoe een IB handelingsgericht kan werken. Richtlijnen voor constructief communiceren met de leraar, ouders en het kind komen aan bod, evenals het observeren van de aanpak van een leraar en het gezamenlijk maken van een handelingsplan. De rol van de IB bij het inschakelen van externe deskundigen wordt tevens belicht. De implementatie van HGW komt aan bod. Het boek bevat formulieren en checklists ter ondersteuning. Al deze thema's worden ge ustreerd met vele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk van de interne begeleiding.Dit boek is voorts ook geschikt voor remedial teachers, zorgco rdinatoren, ambulante begeleiders, en directies en leraren van basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs.In 2007 verschijnt een Vlaamse uitgave van dit boek.NO LE PAMEIJER is als schoolpsycholoog werkzaam bij het Samenwerkingsverband Annie M.G. Schmidt te Hilversum.TANJA VAN BEUKERING is als onderwijsadviseur werkzaam bij het Seminarium voor Orthopedagogiek (Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Utrecht).
Over het boek:Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.Over de auteur(s):Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Over het boek:In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.Over de auteur(s):Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
In het onderwijs werken mensen die zich betrokken voelen bij hun leerlingen en zichverantwoordelijk voelen voor hun ontwikkeling. Ze zoeken naar gereedschap en ideeën op momenten dat ze vastlopen in de begeleiding van (een groep) leerlingen of ouders.Dit boek gaat uit van de oplossingsgerichte manier van werken. Deze richt zich op hettoekomstbeeld van leerlingen, in plaats van op het verleden en de problemen die ze ondervinden dan wel veroorzaken. Hierbij is het de taak van de begeleider om de leerling in zijn kracht te helpen komen, door de leerling te benaderen als de expert van zijn eigen leven: niemand weet beter dan de leerling wat zijn dromen zijn en wat hem motiveert om die te verwezenlijken.Oplossingsgericht werken met leerlingen laat aan de hand van praktijkvoorbeelden zienhoe de begeleider of docent dit kan doen. Daarnaast worden concrete suggesties gegeven voor een effectieve begeleiding van leerlingen en/of ouders.Het boek is geschreven voor begeleiders en docenten die leerlingen en/of ouders op eenoplossingsgerichte wijze willen begeleiden en helpen.Jan Teggelaar is onderwijssocioloog en was jarenlang rector van een school voor voortgezetonderwijs. Hij heeft daarnaast meerdere gedragswetenschappelijke vervolgstudies afgerond.Hij heeft veel ervaring in het trainen en coachen van schoolleiders en docententeams.Hij heeft een eigen bureau voor advies, training en coaching.José van den Bosch was jarenlang docent orthopedagogiek en studentbegeleider aan eenhogeschool. Zij heeft diverse gedragswetenschappelijke vervolgstudies afgerond en vanuitdiverse instellingen pedagogisch advies en begeleiding gegeven aan gezinnen met kinderenen aan uit huis geplaatste jongeren. Zij is actief als trainer/coach en partner bij Teggelaar& Partners.Teun Monster was jarenlang conrector in het voortgezet onderwijs. In die hoedanigheidwas hij onder meer verantwoordelijk voor het zorgteam leerlingbegeleiding. Hij volgde deafgelopen ja
In dit boek staan de ervaringsgerichte werkvormen vanuit drama, dans en beweging centraal. Deze werkvormen worden toegepast in diverse begeleidingssituaties, zoals vaktherapie, psychotherapie, training en supervisie, met als doel het bewust stilstaan bij de ervaring en de beleving, het bewust ervaren van mogelijkheden en het zich bewust worden van lichaamssignalen en verborgen gevoelens. In scène stelt de praktijk van de gezondheidszorg centraal en beschrijft - als handboek - op heldere wijze het proces van observeren, indiceren en beantwoorden van de hulpvraag. Vanuit de dramatherapeutische praktijk worden theoretische achtergronden uit de dramatherapie, de psychologie, de orthopedagogiek en de psychiatrie belicht. Het boek beschrijft de theorie vanuit de praktijk.
De leerling die de hooggespannen verwachtingen maar niet waarmaakt is in het onderwijs een bekend fenomeen. Begaafde leerlingen hebben vaak een extra duwtje nodig. Zodra aandacht wordt besteed aan hun bijzondere talenten, autonomie en creativiteit, kunnen zij zich ontwikkelen tot gelukkige leerlingen.In dit boek worden drie projecten beschreven: het verbredingsproject, het POP-project (Persoonlijk Ontwikkelings Plan) en het TOP-project (Toekomstgericht Ontwikkelings Plan). Doel van het verbredingsproject is het verbreden van kennis van leerlingen die meer kunnen en meer willen dan de gemiddelde leerling. Het POP-project is een methode om onderpresterende begaafde leerlingen tot en met de derde klas te motiveren. In het TOP-project tenslotte helpen onderpresteerders vanaf de vierde klas elkaar om motivatie voor het schoolse leren te ontwikkelen. Vanaf dan moet er weer gepresteerd, gepland, zelfstandig geleerd worden. In al deze projecten wordt steeds ingegaan op signalering, begeleiding en contacten met de ouders. Het geheel is een praktische handleiding met een wetenschappelijke onderbouwing waarmee scholen direct aan de slag kunnen.Over de auteurs:De 3 auteurs hebben ruime ervaring in de begeleiding van begaafde, goed en minder goed presterende leerlingen.Inemiek van Mameren- Schoehuizen is orthopedagoog en GZ-psycholoog en een van de oprichters van de OPM Nijmegen. Ze is ook docente bij de Vakgroep Orthopedagogiek: leren en ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen.Miriam Groensmit is bioloog en docent in het VWO.Irma Jansen is orthopedagoog.
Over het boek:In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.Over de auteur(s):Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Uni
Kinderen met autisme en hun ouders bevinden zich in een problematische opvoedingssituatie. De orthopedagogiek kan deze opvoedingssituatie analyseren en perspectief op verbetering ontwikkelen.<br>ln dit boek wordt de balans opgemaakt en in kort bestek weergegeven welke vooruitgang er de afgelopen decennia is geboekt in onderzoek en klinische praktijk rond mensen met autisme.<br>ln het eerste deel beschrijven wetenschappers de stand van zaken op het gebied van autismeonderzoek op drie niveaus: het gedragsniveau, het cognitief-psychologische niveau en het neurobiologische niveau. In het tweede deel staat de orthopedagogische vraagstelling centraal. Orthopedagogische wetenschappers trachten de inzichten in de aard en oorzaken van autisme om te zetten in klinisch bruikbare diagnostische instrumenten en interventies.<br>Autisme in orthopedagogisch perspectief is primair bedoeld voor studenten in het hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs, en voor professionals in de klinische praktijk.
In dit boek staan de ervaringsgerichte werkvormen vanuit drama, dans en beweging centraal. Deze werkvormen worden toegepast in diverse begeleidingssituaties, zoals vaktherapie, psychotherapie, training en supervisie, met als doel het bewust stilstaan bij de ervaring en de beleving, het bewust ervaren van mogelijkheden en het zich bewust worden van lichaamssignalen en verborgen gevoelens. In scène stelt de praktijk van de gezondheidszorg centraal en beschrijft als handboek op heldere wijze het proces van observeren, indiceren en beantwoorden van de hulpvraag. Vanuit de dramatherapeutische praktijk worden theoretische achtergronden uit de dramatherapie, de psychologie, de orthopedagogiek en de psychiatrie belicht. Het boek beschrijft de theorie vanuit de praktijk. In scène is voor de student aan de beroepsopleiding een praktisch handboek dankzij een veelvoud van helder beschreven opdrachten, voorbeelden en toepassingsmogelijkheden. Voor de ervaren dramatherapeut is het een werkboek met hedendaagse toepassingen en theoretische achtergronden. Tot slot biedt het inzicht in ervaringsgerichte werkvormen aan overige beroepsbeoefenaren, zoals agogen, verpleegkundigen, vaktherapeuten, psychiaters, psychologen, trainers en supervisoren. Zowel de meer ervaren als de beginnende werker in de gezondheidszorg zal uit dit boek inspiratie en informatie putten en zo de eigen werkwijze kunnen verrijken
Het herstel van het gewone leven is een handreiking aan dagelijkse opvoeders – ouders, onderwijsgevenden, groepsleiders, gezinsverzorgenden en hun begeleiders – bij problematische opvoedingssituaties. Het opvoedingsproces kan door allerlei oorzaken schijnbaar hopeloos vastlopen. Zo vast dat er maar één uitweg mogelijk lijkt: het toepassen van specialistische therapieën en technieken – met alle kostbare moeite, tijd en geld die daarmee gemoeid zijn. Soms is dat inderdaad onvermijdelijk, maar heel vaak ook niet.Dit boek stelt één basisvraag: wat kun je in het dagelijkse leven doen om het vastgelopen opvoedingsproces weer vlot te trekken? Het herstel van het gewone leven geeft een praktisch antwoord aan opvoeders en hun begeleiders: eerst zelf maar eens nagaan of het meest voor de hand liggende – het alledaagse – wel in orde is. Vaak zijn enkele kleine veranderingen al voldoende om een vastgelopen opvoedingssituatie te ontwarren. Als dat niet gebeurt, zullen specialismen en specialisten ook niet helpen. Het gewone is voorwaarde voor het bijzondere.De auteur, Wim ter Horst, is oud–hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden en werkte in het speciaal onderwijs en het inrichtingswerk
Over dit boekPieter van Foreest publiceerde onder de Latijnse naam Petrus Forestus gevalsbeschrijvingen over diverse ziektebeelden. Dit boek is gewijd aan epilepsie. Forestus schrijft uitvoerig over de oorzaken en de behandeling van de ziekte. De inzichen van Forestus stoelen volledig op de humorenleer uit de klassieke geneeskunde, in het geval van epilepsie is er sprake van een overmaat aan slijm of kwalijke dampen die de hersenholten verstoppen. De behandeling was gericht op het verwijderen van deze schadelijke stoffen door een dieet, door leefregels of door medicijnen. Naast de medische zaken komen veel persoonlijke details uit het leven van zijn pati en en wetenwaardigheden over de arts-pati relatie aan de orde. Zo is Forestus er al attent op om zich bij een geval met slechte prognose te laten vergezellen door een tweede arts, om een aanklacht van de familie te voorkomen! De gevalsbeschrijvingen worden vooraf gegaan door een inleiding over het leven van Forestus en over zijn Observationes. Ook worden de Observationes vergeleken met werk van andere zestiende-eeuwse artsen uit de Nederlanden, Jason Pratensis, Levinus Lemnius en Johannes Heurnius.Over de auteurIneke Loots studeerde psychologie (Utrecht, 1975) en Griekse en Latijnse Taal en Cultuur (VU, 2004).Als universitair docent Orthopedagogiek houdt zij zich bezig met vragen rond de opvoeding van kinderen met hersenaandoeningen, van wie sommige ook aan epilepsie lijden. De Observationes van Petrus Forestus boden een goede mogelijkheid de interesse in het Latijn te comb ren met een interesse in de geschiedenis van het omgaan met epilepsie.
De orthopedagogiek als wetenschap is in Nederland zo'n vijftig jaar oud. Maar oud of jong, de orthopedagoog is niet meer weg te denken uit een reeks van maatschappelijke sectoren waar men zorg heeft voor problemen van kinderen en opvoeders: de jeugdhulpverlening, de jeugdbescherming, de jeugdgezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en het speciaal onderwijs. Vijftig jaar lang is er aandacht geweest voor de verhouding tussen wetenschap en praktijk en is er gewerkt aan de kwaliteit van orthopedagogische diagnostiek en hulpverlening, waarbij de nodige zelfkritiek nooit geschuwd is.In dit boek wordt een balans opgemaakt. Beschreven wordt wat het bijzondere is aan het perspectief van de orthopedagoog in vijf van zijn hoedanigheden: theoreticus, onderzoek, diagnosticus, hulpverlener en persoon. In vijf delen worden deze hoedanigheden kritisch belicht.Deze schets van de actuele stand van zaken in de orthopedagogiek is bedoeld voor elke orthopedagoog, voor diens naaste collega's en voor degenen die zich als student het perspectief van de orthopedagoog eigen maken
Elk jaar zitten ruim 7000 jongens en meisjes voor korte of langere tijd in een justitiële jeugdinrichting. Naast jeugdigen in voorarrest, met een straf of een strafrechtelijke maatregel verblijven er ook jeugdigen op basis van een maatregel van jeugdbescherming.De keuze om al deze groepen jongeren bij elkaar te plaatsen werd ruim honderd jaar geleden gemaakt in de Kinderwetten van 1905. Het idee daarachter was dat jeugdigen, op welke manier ze ook zijn ontspoord, hetzelfde nodig hebben: opvoeding en bescherming. Welk doel stond de wetgever met de aparte jeugdinrichtingen voor ogen? Welke jeugdinrichtingen zijn er en waarin onderscheiden ze zich van elkaar? Hoe heeft het beleid rond de inrichtingen zich de afgelopen eeuw ontwikkeld? Op welke juridische titels kunnen jeugdigen in een inrichting terecht komen en wat is hun rechtspositie? Welke jongens en meisjes worden in een justitiële jeugdinrichting geplaatst, welke aanpak wordt er gehanteerd en wat levert het op? In dit boek wordt op al dit soort vragen ingegaan en wordt het ‘veld’ van de justitiële jeugdinrichtingen inzichtelijk gemaakt. Daarbij komt ook recente kennis over effectieve interventies bij ernstige gedragsproblemen aan de orde. Vanwege de brede opzet is het boek zowel geschikt als inleiding voor studenten orthopedagogiek, psychologie, criminologie en jeugd(straf)recht als voor studenten SPH en CMV. Daarnaast biedt het boek veel informatie voor professionals en beleidsmedewerkers die werkzaam zijn op het terrein van het jeugdstrafrecht, in de (justitiële of gesloten) jeugdzorg, de forensische jeugdpsychiatrie en orthopsychiatrie.
Kennis van taalontwikkeling geeft inzicht in de manier waarop kinderen in het leven staan. Kinderen doen meer dan alleen het leren uitspreken van klanken, woorden en zinnen. In hun taalgebruik wordt niet alleen de verworven linguïstische kennis uitgedrukt. Kinderen gebruiken taal om aan anderen - en zichzelf - uitdrukking te geven aan hun ontwikkeling. Sociale en motorische vaardigheiden zijn de moeite waard om over te vertellen: 'Kijk eens wat ik kan!' Ook de ontwikkeling van de fantasie en het denken komt in het taalgebruik tot uiting. In elke fase van de taalontwikkeling komt ook de totale ontwikkeling van het kind tot uitdrukking. Het wonder van de taalverwerving vindt voor het grootste deel in de eerste levensjaren plaats. Het is een sociaal leerproces dat ontstaat in de interactie tussen volwassenenen en kinderen. Ouders, verzorgers, peuter- en kleuterleidsters spelen hierin een belangrijke rol. Leren spreken is een dubbel proces: kinderen leren het door naar anderen te luisteren. In Het wonder van de taalverwerving staat de verwerving van gespoken taal centraal. Het boek verschaft niet alleen in zicht in de manier waarop de taalontwikkeling verloopt, het biedt ook aanknopingspunten om aan kinderen taal te leren. De auteur belicht het taal-leerproces, aan de hand van de verschillende ontwikkelingsfasen, van uit het interactiemodel: wat doet het kind en hoe kan de volwassene hierop positief reageren? Ook komt aan bod wat er gedaan kan worden als het taalverwervingsproves anders of langzamer verloopt dan bij de meeste kinderen. Het wonder van de taalverwerving is een stimulerend hulpmiddel voor ouders, verzorgers, peuter- en kleuterleidsters en anderen die betrokken zijn bij de taalontwikkeling van kinderen. Daarnaast is het boek geschikt voor de opleidingen waarbij het kind centraal staat (K&O, orthopedagogiek, ontwikkelingspsychologie). Dr. S.M. Goorhuis - Brouwer is als orthopedagoog/spraakpatholoog verbonden aan de KNO-kliniek van het Academisch Ziekenhuis te Gronin
ORTHO Inleidingen, monografieën en leerboeken op het gebied van de orthopedagogiek. do orthodidactiek en het klinische en experimentele onderzoek op orthopedagogisch gebied, met bijzondere aandacht voor de herkenning en behandeling van opvoedings-moeilijkheden. ontwikkelingsproblemen, gedragsstoornissen en leermoeilijkheden.J.D. van der PloegGEDRAGSPROBLEMENOntwikkelingen en risico'sWanneer is gedrag van kinderen en jongeren te beschouwen als een probleem? Hoe ontstaan gedragsproblemen? Welke problemen zijn er te onderscheiden? Deze en andere vragen komen aan de orde in dit boek. Op systematische wijze brengt prof. dr. J.D. van der Ploeg de verschillende gedragsproblemen in kaart en laat hij zien hoe deze problemen zich ontwikkelen. De auteur schetst hoe gezin, school en vrienden de ontwikkeling van kinderen en jongeren beïnvloeden. Hij gaat ook in op de persoonlijkheidskenmerken en biologisehe factoren die een rol spelen bij het ontstaan van probleemgedrag. Met het meervoudig risicomodel als uitgangspunt maakt hij duidelijk welke factoren de kans op probleemgedrag vergroten. Hij behandelt in het bijzonder vier veelvoorkomende typen kinderen met problemen: het sociaal angstige, het depressieve, het hyperactieve en het agressieve kind.Deze sterk herziene en uitgebreide uitgave van Gedragsproblemen is gebaseerd op de laatste inzichten en onderzoeksbevindingen. De benadering van de problemen is zowel wetenschappelijk als praktijkgericht.Prof. dr. J.D. van der Ploeg is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijks-universiteit Leiden. Hij heeft verschillende Ortho-boeken op zijn naam staan. waaronder Behandeling van gedragsproblemen en Knelpunten in de jeugdzorg.
Vrij! is een zoektocht naar vrijheid in het dagelijks leven. Het is persoonlijk en openhartig. Grote vrolijkheid en diepe ellende wisselen elkaar af. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Geschreven met humor en de nodige zelfspot. Het leven gaat bergop en bergaf. Die weg omhoog en omlaag zit ook in dit boek. Het begint op een top en gaat naar een dal. Om van daaruit naar een volgende, hogere top te klimmen. Voel je vrij om in te stappen waar jij wilt: het is jouw boek.'Beter nog dan het vorige boek. De schrijver had er duidelijk zin in. Het spelplezier spat van de pagina's af. Een bevrijdend boek. Zinnig, en nergens zwaarwichtig.' - Harry Starren, algemeen directeur de Baak, Management Centrum vno-ncw.'Zelden iets gezien dat zo overtuigend het hart van het leraarschap raakt. De tekst blijft boeien door de hoogst alerte en analytische geest van de auteur die eindeloos veel uitdagingen blijkt te kunnen vinden om zijn opdracht te vervullen: trachten het gewone leven te begrijpen.' - Prof. Luc Stevens, oud-hoogleraar orthopedagogiek, directeur NIVOZ, denktank voor onderwijs.
Wise en SmartVoor het behandelen van kinderen met leerproblemen zijn specifieke vaar-digheden nodig. Deze vaardigheden vragen niet alleen veel kennis en inzet, maar veronderstellen ook een concrete inbedding in de opleidingen, die niet altijd beschikbaar is. Daarnaast is er ook veel ervaringskennis die nergens beschreven staat. Zo krijgt de relatie tussen de behandelinhoud en het kind dat in behandeling is nauwelijks aandacht in de literatuur. Voor een goede, succesvolle behandeling is het echter noodzakelijk om een goede relatie met het kind op te bouwen. Ook moet de behandelaar het verband zien tussen zijn kennis van de behande-lingsmethodiek en de wetenschappelijke kennis die deze methodiek zou moeten leiden.Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeen-schappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste in-terventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies wor-den besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmo-del dat als stramien voor het behandelen van problemen met le-ren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuistiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschil-lende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.Dr. DINY VAN DER AALSVOORT is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het ka-der van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Pedagogiek in beeld biedt een kijkje in de wetenschappelijke keuken van de pedagogiek en is daarmee een inleiding in de studie van opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Het boek geeft een helder beeld van enkele belangrijke uitkomsten van pedagogisch onderzoek in Nederland en laat zien hoe die resultaten tot stand zijn gekomen. Daarbij komen de belangrijkste werkvelden aan bod: algemene pedagogiek, gezinspedagogiek, orthopedagogiek, leerproblemen en onderwijspedagogiek. Concrete voorbeelden van onderzoek maken duidelijk wat de pedagogiek heeft gepresteerd en wat in de toekomst van deze discipline mag worden verwacht.Om de "studeerbaarheid" van deze inleiding te bevorderen, is elk hoofdstuk voorzien van illustraties en beschrijven de auteurs in tekstblokken een instrument of studie meer in detail. Bovendien zijn aan alle hoofdstukken enkele studievragen en opdrachten toegevoegd. Aan het eind van elk hoofdstuk worden artikelen of boeken aanbevolen voor verdere verdieping in het onderwerp. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met vermelding van relevante websites.
Over het boek:Spelen en leren, beide begrippen lijken in het leven tegenover elkaar te staan. Spelen is er om te ontspannen, leren betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Niet enkel op de werkvloer lijkt het spelelement aan belang te winnen, het spel is voor kinderen één van de voornaamste manieren om zich te ontwikkelen en de wereld rondom te leren kennen. Dit boek pleit voor een herwaardering van en een vernieuwde aandacht voor de rol van het spelen bij de ontwikkeling van het kind. In het hedendaagse ontwikkelingspsychologische en pedagogische onderzoek wordt de factor ‘spel’ immers vaak buiten beschouwing gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.Over de auteur(s):Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
"Pleegzorg is enorm in ontwikkeling. Niet alleen is het aantal kinderen dat gebruik maakt van pleegzorg de afgelopen tien jaar verdubbeld, maar ook de problematiek van pleegkinderen is verhevigd.Dat heeft de redactie van dit boek ertoe gebracht om een aantal auteurs te vragen hun licht te laten schijnen over deze ontwikkelingen in de pleegzorg. Het resultaat is een boek dat bestaat uit vier delen. Deel I heeft betrekking op de opvoedingssituatie van pleegkinderen, hun ontwikkeling en hun relatie tot ouders en pleegouders. Deel II geeft het juridisch kader waarbinnen pleegzorg plaatsvindt. Tevens komen aan bod de juridische mogelijkheden voor ouders, pleegouders en pleegkinderen. Deel III schenkt aandacht aan het verloop van pleeggezinplaatsingen en gaat in op de gevolgen van overplaatsingen van kinderen. Ook organisatorische aspecten van de pleegzorg komen aan de orde. In deel IV wordt aandacht besteed aan de diagnostiek van pleegkinderen en de mogelijkheden van interventies. Daarnaast worden twee praktijkmodellen op het gebied van de pleegzorg besproken.In een slotbeschouwing gaat de redactie, bestaande uit Peter van den Bergh en Tonny Weterings, in op de bijdragen van de verschillende auteurs. Tevens presenteren zij een pedagogisch beslissingsmodel voor de pleegzorg. Het geheel biedt een perspectief voor kinderen in de pleegzorg. Over de auteursPeter van den Bergh is werkzaam bij de afdeling orthopedagogiek van de Universiteit Leiden met als specialisatie de jeugd- en pleegzorg. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank.Tonny Weterings is na haar pensionering verbonden gebleven aan de Universiteit Leiden en heeft al meer dan 35 jaar ervaring als senior onderzoeker op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Zij rapporteert aan rechtbanken en tevens is zij als docent verbonden aan SSR, Studiecentrum Rechtspleging, waar zij cursussen geeft aan kinderrechters en gerechtssecretaris
Neurofeedback is een sterk opkomende behandeling die in Nederland steeds meer toegepast wordt. Recent onderzoek heeft laten zien dat Neurofeedback voor de behandeling van ADHD als een bewezen effectieve behandelmethode gezien kan worden. Dit boek geeft een overzicht van wat ADHD nu precies inhoudt op klinisch, neuropsychologisch, en neurofysiologisch gebied. Verder wordt in dit boek beschreven hoe Neurofeedback als behandelmethode bij ADHD wordt toegepast, alsmede de psychologische inbedding van Neurofeedback in de praktijk. Ook zullen kort de toepassing en resultaten van Neurofeedback bij epilepsie en autisme worden aangestipt. Als u dit boek heeft gelezen, bent u op de hoogte van alle laatste ontwikkelingen van Neurofeedback bij ADHD.Dit boek is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in neurofeedback en de toepassing ervan in de praktijk alsmede mensen die zich willen verdiepen in de neurobiologie, neuropsychologie en behandeling van ADHD. Ook is dit boek interessant voor studenten psychologie, geneeskunde en orthopedagogiek.
Het orthopedagogisch handelen en de systematiek ervan zijn een zaak van groot belang voor de jeugdhulpverlening en jeugdzorg. In het bijzonder in relatie tot de opvoeders van kinderen die voor hulpverlening of zorg in aanmerking komen, is een duidelijke (ortho)pedagogische visie onontbeerlijk. Zo'n visie wordt in dit boek gepresenteerd met betrekking tot de hulpverlening aan kinderen met stoornissen in de psychische ontwikkeling, gedragsstoornissen en emotionele stoornissen.Er wordt een handelingssystematiek besproken waarin een orthopedagogisch gezichtspunt geïntegreerd is met een kinderpsychiatrische en een psychologische optiek. Als classificatie van stoornissen wordt de DSM-IV gebruikt.De handelingssystematiek wordt geïllustreerd aan de hand van 14 casussen, waarin diagnostiek, classificatie en behandeling uitvoerig aan de orde komen. Ook wordt de voorgestelde handelingssystematiek gerelateerd aan andere behandelingsmodellen uit de jeugdhulpverlening.De orthopedagogische profilering in dit boek van de jeugdhulpverlening sluit aan op het baanbrekende werk van J.F.W. Kok uit de jaren zeventig en tachtig. Anders dan bij Kok wordt de orthopedagogiek niet beschouwd als een afzonderlijke discipline naast andere disciplines, maar als onderdeel van een interdiscipline geïntegreerd met psychologie en kinderpsychiatrie.Hiermee wordt de lezer een instrument geboden om niet alleen theorie en praktijk in het eigen handelen te integreren, maar ook de verschillende disciplines die voedingsbodem zijn voor dit handelen.Als inleidend werk is het boek hiermee zeer geschikt voor gebruik in opleidingen met betrekking tot diverse aspecten van jeugdzorg.
Over het boek:Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn niet zo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggen vaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeteren botsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende hand van buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek worden twintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variëren van gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen tot opstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het om ruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zich grote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerd kind.De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.Over de auteur(s):Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
Stichting JORIK stimuleert uitwisseling van kennis en expertise over jonge risicokinderen tussen wetenschappers en professionals. De ouder als partner gaat over de rol van ouders van jonge risicokinderen tijdens opvang, zorg en onderwijs. Maar doen ouders er nog wel toe? Hebben ouders werkelijk invloed op de ontwikkeling van hun kind of zijn de erfelijke aanleg en de ervaringen die kinderen buiten het gezin opdoen het meest bepalend in de kinderlijke ontwikkeling? Deze prikkelende vragen staan centraal in het hoofdstuk van Paul Leseman, hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht.De factoren die een kind tegen risico’s beschermen en de beschermclusters die een voorwaarde zijn voor veilig ouderschap worden uiteengezet door Alice van der Pas, Nederlands bekendste ouderbegeleider en publiciste over dit onderwerp. Van der Pas concludeert in haar artikel dat ouderschap nog steeds geen serieus onderwerp van studie is.De vijf hoofdstukken over zorgprogramma’s voor ouders tonen aan dat de praktijk aan het veranderen is. BOBY, dagbehandeling voor ouders en baby, richt zich op de begeleiding van ouders van zeer jonge risicokinderen. Parent Management Training Oregon (PMTO) is een vorm van ambulante begeleiding voor kinderen met externaliserend probleemgedrag. 3 keer Groei en Sprint zijn interventies gericht op ouders en kinderen in de thuissituatie. Families And Schools Together (FAST) is een interventieprogramma, voor en door ouders, dat plaatsvindt binnen de school.Vier hoofdstukken gaan in op de samenwerking met ouders binnen het (speciaal) onderwijs en de jeugdzorg. Partnerschap en een betere zorgstructuur zijn de ingrediënten voor een succesvolle samenwerking.Het boek sluit af met artikelen over actuele onderwerpen: kindermishandeling, peuters en computers en rouwverwerking bij jonge kinderen.De ouder als partner is van belang voor professionals in het (speciaal) onderwijs, de jeugdzorg en de kinderopvang die geïnteresseerd zijn in de rol van ouders.
Over het boek:Opvoeden is soms geen gemakkelijke taak. Wat te doen met een kind dat soms lastig is, dwars ligt, zeurt, een grote mond heeft of zich niet houdt aan regels en afspraken?In dit boek gaan Nicole van As en Jan Janssens in op de manier waarop ouders en kind met dit soort problemen kunnen omgaan. Er wordt veel aandacht geschonken aan de communicatie tussen ouders en kind. De manier waarop ouders en kind met elkaar praten over problemen die zich voordoen, bepaalt voor een belangrijk deel of er een oplossing kan worden gevonden. Vaak lopen de emoties hoog op, als ouders en kind over problemen praten. Ze maken elkaar steeds hardere verwijten en zijn het voortdurend oneens met elkaar. Op die manier lukt het meestal niet om de problemen op te lossen.Dit boek doet ouders een stappenplan aan de hand om problemen op zo’n manier te bespreken dat het wél lukt om er een oplossing voor te vinden waarmee iedereen tevreden is.Over de auteur(s):Nicole van As doceert bij de sectie Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen.Jan Janssens is er hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Dit boek is geen zelfstudieboek voor mensen die zich assertiever willen opstellen, maar een handleiding waarin trainers en adviseurs een model vinden voor een praktische en doeltreffende behandeling van sociale angst. Jan Schouten heeft 'Ik ben d'r ook' nog zo geschreven dat je het op verschillende manieren kunt gebruiken. Voor beginnende trainers biedt het methodes en materiaal om zelf een assertiviteitstraining op te zetten. Voor de gevorderde trainer is dit boek een middel om de eigen praktijk te toetsen en te verrijken. Kortom, waardevolle achtergrondinformatie voor professionals. Verder kan het resultaat gemeten worden door middel van een test.
Jan Geurtz, bekend van de bestsellers De opluchting en De verslaving voorbij, laat in dit boek zien dat de crisis in de opvoedkunde, maar vooral ook in de dagelijkse praktijk van het opvoeden, veroorzaakt wordt door een fundamentele fout in ons basisprincipe van het opvoeden. Terwijl we ons als ouders verantwoordelijk voelen voor het latere levensgeluk van onze kinderen, zijn we juist bezig hun huidige en toekomstige geluk te dwarsbomen. Het einde van de opvoeding confronteert ouders met het fatale mechanisme om hun eigen jeugdproblemen te corrigeren in de opvoeding van hun kinderen, waarmee ze op een dieper niveau hun blokkades en beknellingen juist aan de volgende generatie overdragen.Met veel praktijkvoorbeelden en humor laat Jan Geurtz zien dat er een totaal andere manier van 'opvoeden' van kinderen mogelijk is. Het einde van de opvoeding is bedoeld voor ouders en beroeps-opvoeders, maar ook voor oudere kinderen, en eigenlijk voor iedereen die nog weleens hinder ondervindt van zijn eigen opvoeding. En ondervinden we dat niet allemaal?Over de auteurJan Geurtz studeerde orthopedagogiek, onderwijskunde en wetenschapsfilosofie. Hij laat zich vooral inspireren door het boeddhisme. Hij schreef eerder de bestsellers De verslaving voorbij en De opluchting.
Levensfasen is een inleiding in de levenslooppsychologie. Het geeft een overzicht van de psychologische ontwikkelingen en veranderingen die mensen in hun leven doormaken vanaf de conceptie tot aan de dood. De nadruk ligt hierbij op collectieve veranderingen, maar ook individuele wendingen en keuzes komen aan de orde. Het boek is ingedeeld in fasen. Bij elke fase wordt een aantal thema’s uitgediept, zoals lichamelijke en cognitieve veranderingen, maar ook zaken als relatievormen en verliessituaties worden besproken. Levensfasen biedt een referentiekader voor toekomstige hulpverleners, en bevat veel pratijkcasussen en opdrachten waarmee de basiskennis meteen toegepast kan worden.Maryke Tieleman is werkzaam als hoofddocent/ ontwikkelaar ontwikkelingspsychologie en orthopedagogiek aan de studierichting Toegepaste Psychologie en aan de 3ps van de Saxion Hogeschool te Deventer.
Over het boek:De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi- culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren, maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale autonomie.Over de auteur(s):Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.
Kennisboek pleegzorg geeft de lezer een goed gedocumenteerd overzicht van research en klinische bevindingen in de pleegzorg. Het boek is bestemd voor studenten orthopedagogiek, gedragswetenschappers en beleidsmakers die inzicht willen krijgen in pleegzorg. Ook zou het boek niet mogen ontbreken in de bibliotheek van de zorgaanbieder.In Kennisboek pleegzorg staan negen belangrijke thema's binnen de pleegzorg beschreven:• Wetgeving in Nederland• Werving en uitval van pleegouders• Hechting• Loyaliteit en bezoek van de ouder• Mishandelde kinderen in de pleegzorg• Het pleeggezin• Netwerkzorg en netwerkpleegzorg• Afgebroken plaatsingen: oorzaken en gevolgen• Overgang naar volwassenheidDr. J. Strijker promoveerde in 1990 bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit te Groningen, waar hij in 2002 werd benoemd tot universitair hoofddocent. Zijn interesse ligt in het verrichten van onderzoek binnen de pleegzorg naar onderwerpen als probleemgedrag, trauma en assessment van pleegouders. Naast de colleges pleegzorg geeft hij ook colleges methodologie, in het bijzonder over het evalueren van de effectiviteit van jeugdzorginterventies. Hij heeft in samenwerking met collega’s verschillende internationale publicaties op zijn naam staan.
Een goede inschatting van de kosteneff ectiviteit van interventies in de welzijnsen de gezondheidszorg is zowel voor de praktijk als voor het beleid van belang. In de gezondheidszorg is onderzoek over de kosteneff ectiviteit al enige tijd een vertrouwde invalshoek om preventie en behandelingen te beoordelen. Voor de welzijnssector is dit een relatief onontgonnen terrein.Dit boek is het resultaat van een onderzoek van het Steunpunt Welzijn Volksgezondheid en Gezin. Het biedt een status questionis van de methoden voor evaluatie van interventies en een toepassing van deze benadering in de bijzondere jeugdzorg. Het is geschreven voor al wie betrokken is bij of belangstelling heeft voor welzijnseconomische evaluatie.Over de auteurs:Sylvie Ackaert is preventiecoach ter ondersteuning van een geïntegreerd geestelijk gezondheidsbeleid op secundaire scholen in Oost-Vlaanderen. Als master in de GVO (Gezondheidsvoorlichting en -bevordering) interesseert zij zich in preventie in het algemeen, met extra aandacht voor preventie bij jongeren.Lieven Annemans is hoogleraar in de Gezondheidseconomie en Farmacoepidemiologie aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is tevens hoogleraar in de Farmaco-economie en in de economische aspecten van fitheid en beweging aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is vooral gespecialiseerd in gezondheidseconomische evaluaties van medische technologieën, geneesmiddelen en preventieve maatregelen in verschillende medische domeinen. Hij is tevens auteur van het boek Gezondheidseconomie voor nieteconomen (Academia Press, 2008).Delphine De Smedt is onderzoeker en doctoraatstudente gezondheidseconomie aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Haar onderzoek focust zich op de gezondheidseconomische evaluatie van preventieve maatregelen inzake cardiovasculaire aandoeningen.Hans Grietens was als hoogleraar Orthopedagogiek aan de K.U.Leuven tevens promotor van het
Over het boek:Dit boek gaat over mensen en hun gedrag, verpakt in de metafoor van potjes die pruttelen op een vuurtje. Iedereen is een ‘potje’ waarin gedrag pruttelt en borrelt, om er vervolgens uit te komen. Aan de hand van deze metafoor geeft het je uitleg over de gedragsontwikkeling bij kinderen.Op een luchtige, heldere en vooral praktische manier wordt de basis van de gedragsontwikkelingstheorie uitgelegd. Dit gebeurt mede aan de hand van tekeningen die een beeld geven van het ontstaan van gedrag en het sturen van gedrag.Dit boek is geschikt voor iedereen die – op welke manier dan ook – bezig is met het opvoeden of begeleiden van kinderen en jeugdigen: studenten van pedagogische opleidingen, ouders, leerkrachten, groepsleiding… zelfs voor (oudere) kinderen biedt het potjesverhaal inzicht in de gedragsontwikkeling. De metafoor is eveneens toepasbaar in de hulpverlenings- of onderwijspraktijk, daar waar er over het gedrag van het kind gesproken wordt.Over de auteur(s):Natalja Sarneel is pedagoge. Ze behaalde haar postdoctoraat orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Bij Cordys Onderwijstrajecten te Rotterdam, richt ze zich op het omgaan met gedrags-, leer- en ontwikkelingsstoornissen, variërend van consultancy en lezingen, tot trainingen en workshops. Met betrekking tot het vakgebied bezit ze zowel pragmatische als beleidsmatige expertise.
Esther Naschelski is drie wanneer haar ouders in 1942 naar Auschwitz worden gedeporteerd. Ze zullen nooit meer terugkeren. Esther wordt verborgen gehouden in een kinderkribbe nabij de Dossinkazerne in Mechelen en overleeft de oorlog. Na de oorlog zoekt de joodse gemeenschap haar. Esther wordt niet gevonden, want ze wordt voor een tweede maal verborgen, ditmaal door een fanatieke katholieke vrouw die haar van haar culturele roots weghoudt. Esther groeit op in een liefdeloos, kil en antisemitisch klimaat. Ze kent weinig vreugde tijdens haar jeugd en wordt ‘verstopt’ in vele pensionaten. Als jongvolwassene zoekt ze vergeefs wat het lot van haar moeder is geweest. Pas vanaf 2005, op 65-jarige leeftijd, leert Esther het ware verhaal van haar familie kennen. Ze ontdekt wie haar vader was en wordt geconfronteerd met de tragische dood van haar ouders in Auschwitz. Esthers leven verandert nu drastisch. Onvermoeibaar zoekt ze naar sporen uit het verleden en reconstrueert ze de puzzel van haar familiegeschiedenis. In haar lange en intense rouwproces vindt ze kracht in het neerschrijven van haar verhaal. Ondanks haar lijden en verdriet bloeit Esther tijdens het zoeken en schrijven open. Voor het eerst in haar leven wordt ze beluisterd, spreekt ze en vindt ze de woorden om haar waarheid te vertellen, die van een kind dat door oorlogsomstandigheden in slechte handen kwam en missen moest wat voor ieder mens zo vanzelfsprekend is: warmte en verbondenheid met een familie en cultuur. In dit boek doet Esther na meer dan zestig jaar van stilte haar aangrijpende verhaal. Op een doorleefde, intense en serene manier wil ze getuigen en sensibiliseren, opdat de wereld zou weten hoe oorlog en fanatisme levens kunnen verwoesten.Over de auteur:Esther Naschelski werd in haar schrijfproces begeleid door Hans Grietens, professor aan het Centrum voor Gezins- en Orthopedagogiek van de K.U.Leuven.
Deze eerste oriëntatie in de orthopedagogiek geeft een verkenning in het werkveld van kinderen met opvoedingsproblemen en hun mogelijke begeleidingsproblemen op latere leeftijd. Dit kan het gevolg zijn van functioneringsproblemen op zintuiglijk, motorisch, cognitief of emotioneel gebied.In het eerste deel staan de theorie & praktijk binnen de algemene orthopedagogiek centraal. De auteur positioneert de orthopedagogiek als onderdeel van de pedagogiek. Hij bespreekt het verschijnsel opvoeden en een aantal mogelijke opvoedingsmiddelen. Ook is er aandacht voor de begrippen ‘separatie’, ‘normalisatie’, ‘integratie’ en ‘inclusie’. Na de behandeling van enkele hulpverleningsmodellen volgen observeren en rapporteren, en diagnosticeren, classificeren en handelen. Het deel wordt afgesloten met aandacht voor de situatie waarin sprake is van groepsopvoeding.In het tweede deel, Toegepaste orthopedagogiek, gaat het over de praktijk & het handelen. Hierin staat de persoon met functioneringsproblemen centraal. Er is aandacht voor bepaalde leerproblemen, gedragsontwikkeling- en opvoedingsproblemen. De auteur geeft een aantal suggesties voor het handelen bij opvoeden en begeleiden. Een aantal voorzieningen en instanties die ouders/opvoeders zo nodig kunnen begeleiden, ondersteunen of vervangen, worden nader belicht. Deze volledig herziene uitgave is geactualiseerd. Een aantal onderwerpen is verder uitgewerkt en nieuwe items zijn toegevoegd. Alle hoofdstukken zijn voorzien van een korte intro en samenvatting. Dit boek is voor diverse opleidingen zeer geschikt als een eerste oriëntatie in de orthopedagogiek. Het is ook toegankelijk voor andere geïnteresseerden.
Kennisboek pleegzorg geeft de lezer een goed gedocumenteerd overzicht van research en klinische bevindingen in de pleegzorg. Het boek is bestemd voor studenten orthopedagogiek, gedragswetenschappers en beleidsmakers die inzicht willen krijgen in pleegzorg. Ook zou het boek niet mogen ontbreken in de bibliotheek van de zorgaanbieder.In Kennisboek pleegzorg staan negen belangrijke thema's binnen de pleegzorg beschreven:* Wetgeving in Nederland* Werving en uitval van pleegouders* Hechting* Loyaliteit en bezoek van de ouder* Mishandelde kinderen in de pleegzorg* Het pleeggezin* Netwerkzorg en netwerkpleegzorg* Afgebroken plaatsingen: oorzaken en gevolgen* Overgang naar volwassenheidDr. J. Strijker promoveerde in 1990 bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit te Groningen, waar hij in 2002 werd benoemd tot universitair hoofddocent. Zijn interesse ligt in het verrichten van onderzoek binnen de pleegzorg naar onderwerpen als probleemgedrag, trauma en assessment van pleegouders. Naast de colleges pleegzorg geeft hij ook colleges methodologie, in het bijzonder over het evalueren van de effectiviteit van jeugdzorginterventies. Hij heeft in samenwerking met collega’s verschillende internationale publicaties op zijn naam staan.
Ongeveer op de honderd kinderen loopt jaarlijks al op jonge leeftijd vast op school. In de kleuterklas of in het eerste jaar van de lagere school c.q. de eerste drie jaar van de basisschool lijken deze kinderen niet toe aan formeel onderwijsaanbod. Ze gedragen zich als een kind van drie terwijl ze al zes zijn, lijken niet aanspreekbaar en gaan zichtbaar met weinig animo naar school.Dit boek is vooral gericht op het verhelderen van de achtergrond van het gedrag van deze kinderen. We bespreken eerst hoe kinderen zich meestal ontwikkelen en gaan vervolgens in op vijf leerlingen die staan voor vijf typen problemen. Wijnand is liever passief dan volop in beweging; Josef durft niets en huilt snel; Kas praat veel maar begrijpt weinig; Victor praat niet maar lijkt veel te begrijpen; Elise heeft geen belangstelling voor boeken.Verder komt de diagnostische besluitvorming om de problematiek van deze kinderen te kunnen duiden, aan bod. Het laatste onderdeel van het boek is gewijd aan recente inzichten in de aanpak van problemen bij de doelgroep en in het bijzonder bij de vijf kinderen die eerder werden ge roduceerd.Het geheel richt zich tot ontwikkelingspsychologen, orthopedagogen, ge eresseerde schoolbegeleiders en gespecialiseerde leerkrachten.DINY VAN DER AALSVOORT doceert aan de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is geregistreerd als GZ-psycholoog. Ze publiceert regelmatig over onderzoeksbevindingen bij jonge leerlingen die vastlopen op school.
Is ADHD een ziekte? Word je met ADHD geboren? Verbetert medicatie het functioneren van een kind met ADHD in alle gevallen? Het antwoord is drie keer nee, aldus Laura Batstra. Ouders en leerkrachten worden massaal verkeerd voorgelicht over ADHD. De laatste jaren is er sprake van een enorme toename in het aantal diagnosen, terwijl het voor veel kinderen mogelijk en beter is om uit het psychiatrisch circuit te blijven. Wanneer het gedrag van het kind in het 'vakje' ADHD past, is het eerste advies aan ouders meestal: medicatie. Maar medicatie heeft een aantal forse nadelen. Soms wegen de voordelen op tegen de nadelen, maar vaak niet. In veel gevallen kan met ouder- en leerkrachtondersteuning evenveel bereikt worden. In dit boek geeft Laura Batstra een tegengeluid. Zij bepleit een geheel andere benadering van ADHD, die veel drukke en dromerige kinderen ten goede kan komen.Dr. Laura Batstra (1973) werkte tot 2010 als behandelend psycholoog in een psychiatrische instelling. Sindsdien is ze onderzoeker en docent bij de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
Als je geen orde kunt houden in de klas, ben je geen goede leraar, luidt het vooroordeel.Veel leraren hebben moeite met de vaardigheid om orde te houden. Een bijkomende factor is dat wat bij de ene leraar niet mag, bij de andere geen enkel probleem is. Het is daarom niet alleen van belang dat leraren orde kunnen houden in hun eigen klas, maar ook leren hun aanpak zo op elkaar af te stemmen dat er sprake is van uniforme leefregels binnen de school. Leerlingen leren immers het best in een veilige, plezierige omgeving.Lessen in orde biedt (aanstaande) leraren een methode voor het creëren van zo’n stimulerend werkklimaat. De methodiek is op vier niveaus uitgewerkt: het niveau van de klas, van de school, van de individuele leraar en van de individuele leerling. Zo reikt dit boek de leraar concrete instrumenten aan om orde te houden en tal van praktische tips over hoe in te grijpen bij ordeverstoringen. Ook biedt het handvatten om tot een gezamenlijke aanpak te komen binnen de school. Verder is er onder meer aandacht voor zorgleerlingen en het sturen van groepsprocessen.Dit boek is vanuit de praktijk geschreven en bevat veel voorbeelden en ervaringen. Daarnaast staan er op de website reflectievragen en opdrachten, verdiepingsstof en een variëteit aan praktische materialen, zoals voorbeeldbrieven, beoordelingsformulieren en checklists.Lessen in orde is bedoeld voor studenten aan lerarenopleidingen, startende leraren, zij-instromers, schoolleiders en voor alle leraren die de kwaliteit van hun onderwijs willen verbeteren.Peter Teitler is als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht met als specialisme het omgaan met gedragsproblemen. Hij staat zelf voor de klas en is lerarenopleider. De auteur past de in het boek gepresenteerde methodiek met veel succes toe en adviseert erover op diverse scholen in het basis-, voortgezet-, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs.
Voor het bestaan van effecten van hulpverleningsprogrammas gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, moet empirisch bewijs geleverd worden. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen, die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er enige verdieping in technische onderwerpen. Tot de doelgroep behoren universitaire studenten en docenten in de gedragswetenschappen en een ieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, uitvoering en -discussie. Daphne van Loon is als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL en werkt als projectmanager bij de Bedrijven Contactdagen en de Eerstelijnsdag. Bieuwe F. van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind. Alexander Minnaert is als hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
Deze eerste oriëntatie in de orthopedagogiek geeft een verkenning in het werkveld van kinderen met opvoedingsproblemen en hun mogelijke begeleidingsproblemen op latere leeftijd. Dit kan het gevolg zijn van functioneringsproblemen op zintuiglijk, motorisch, cognitief of emotioneel gebied. In het eerste deel staan de theorie & praktijk binnen de algemene orthopedagogiek centraal. De auteur positioneert de orthopedagogiek als onderdeel van de pedagogiek. Hij bespreekt het verschijnsel opvoeden en een aantal mogelijke opvoedingsmiddelen. Ook is er aandacht voor de begrippen separatie, normalisatie, integratie en inclusie. Na de behandeling van enkele hulpverleningsmodellen volgen observeren en rapporteren, en diagnosticeren, classificeren en handelen. Het deel wordt afgesloten met aandacht voor de situatie waarin sprake is van groepsopvoeding. In het tweede deel, Toegepaste orthopedagogiek, gaat het over de praktijk & het handelen. Hierin staat de persoon met functioneringsproblemen centraal. Er is aandacht voor bepaalde leerproblemen, gedragsontwikkeling- en opvoedingsproblemen. De auteur geeft een aantal suggesties voor het handelen bij opvoeden en begeleiden. Een aantal voorzieningen en instanties die ouders/opvoeders zo nodig kunnen begeleiden, ondersteunen of vervangen, worden nader belicht. Deze volledig herziene uitgave is geactualiseerd. Een aantal onderwerpen is verder uitgewerkt en nieuwe items zijn toegevoegd. Alle hoofdstukken zijn voorzien van een korte intro en samenvatting. Dit boek is voor diverse opleidingen zeer geschikt als een eerste oriëntatie in de orthopedagogiek. Het is ook toegankelijk voor andere geïnteresseerden.
Boek met 77 leuke spelletjes voor dolle kinderfeestjes. Geeft uw kind thuis een feestje en bent u bang dat de kinderen zich zullen vervelen? Dan zal dit boek u kunnen helpen. Er staan wel 77 spelletjes in die een kinderfeestje zeker geslaagd maken. Het vraagt niet veel voorbereiding want het weinige materiaal dat bij sommige spelletjes nodig is, is normaal gesproken in elk huis te vinden.
Dit boek is geen zelfstudieboek voor mensen die zich assertiever willen opstellen, maar een handleiding waarin trainers en adviseurs een model vinden voor een praktische en doeltreffende behandeling van sociale angst. Jan Schouten heeft 'Ik ben d'r ook' nog zo geschreven dat je het op verschillende manieren kunt gebruiken. Voor beginnende trainers biedt het methodes en materiaal om zelf een assertiviteitstraining op te zetten. Voor de gevorderde trainer is dit boek een middel om de eig
Kennisboek pleegzorg geeft de lezer een goed gedocumenteerd overzicht van research en klinische bevindingen in de pleegzorg. Het boek is bestemd voor studenten orthopedagogiek gedragswetenschappers en beleidsmakers die inzicht willen krijgen in pleegzorg. Ook zou het boek niet mogen ontbreken in de bibliotheek van de zorgaanbieder.In Kennisboek pleegzorg staan negen belangrijke themas binnen de pleegzorg beschrevenbullWetgeving in NederlandbullWerving en uitval van pleegoudersbullHechtingbullLoyaliteit en bezoek van de ouderbullMishandelde kinderen in de pleegzorgbullHet pleeggezinbullNetwerkzorg en netwerkpleegzorgbullAfgebroken plaatsingen oorzaken en gevolgenbullOvergang naar volwassenheidDr. J. Strijker promoveerde in 1990 bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit te Groningen waar hij in 2002 werd benoemd tot universitair hoofddocent. Zijn interesse ligt in het verrichten van onderzoek binnen de pleegzorg naar onderwerpen als probleemgedrag trauma en assessment van pleegouders. Naast de colleges pleegzorg geeft hij ook colleges methodologie in het bijzonder over het evalueren van de effectiviteit van jeugdzorginterventies. Hij heeft in samenwerking met collegarsquos verschillende internationale publicaties op zijn naam staan.
In dit boek staan de ervaringsgerichte werkvormen vanuit drama, dans en beweging centraal. Deze werkvormen worden toegepast in diverse begeleidingssituaties, zoals vaktherapie, psychotherapie, training en supervisie, met als doel het bewust stilstaan bij de ervaring en de beleving, het bewust ervaren van mogelijkheden en het zich bewust worden van lichaamssignalen en verborgen gevoelens. In scène stelt de praktijk van de gezondheidszorg centraal en beschrijft - als handboek - op heldere wijze het proces van observeren, indiceren en beantwoorden van de hulpvraag. Vanuit de dramatherapeutische praktijk worden theoretische achtergronden uit de dramatherapie, de psychologie, de orthopedagogiek en de psychiatrie belicht. Het boek beschrijft de theorie vanuit de praktijk.
Kinderen met autisme en hun ouders bevinden zich in een problematische opvoedingssituatie. De orthopedagogiek kan deze opvoedingssituatie analyseren en perspectief op verbetering ontwikkelen.<br>ln dit boek wordt de balans opgemaakt en in kort bestek weergegeven welke vooruitgang er de afgelopen decennia is geboekt in onderzoek en klinische praktijk rond mensen met autisme.<br>ln het eerste deel beschrijven wetenschappers de stand van zaken op het gebied van autismeonderzoek op drie niveaus: het gedragsniveau, het cognitief-psychologische niveau en het neurobiologische niveau. In het tweede deel staat de orthopedagogische vraagstelling centraal. Orthopedagogische wetenschappers trachten de inzichten in de aard en oorzaken van autisme om te zetten in klinisch bruikbare diagnostische instrumenten en interventies.<br>Autisme in orthopedagogisch perspectief is primair bedoeld voor studenten in het hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs, en voor professionals in
In dit boek staan de ervaringsgerichte werkvormen vanuit drama, dans en beweging centraal. Deze werkvormen worden toegepast in diverse begeleidingssituaties, zoals vaktherapie, psychotherapie, training en supervisie, met als doel het bewust stilstaan bij de ervaring en de beleving, het bewust ervaren van mogelijkheden en het zich bewust worden van lichaamssignalen en verborgen gevoelens. In scène stelt de praktijk van de gezondheidszorg centraal en beschrijft - als handboek - op heldere wijze het proces van observeren, indiceren en beantwoorden van de hulpvraag. Vanuit de dramatherapeutische praktijk worden theoretische achtergronden uit de dramatherapie, de psychologie, de orthopedagogiek en de psychiatrie belicht. Het boek beschrijft de theorie vanuit de praktijk. In scène is voor de student aan de beroepsopleiding een praktisch handboek dankzij een veelvoud van helder beschreven opdrachten, voorbeelden en toepassingsmogelijkheden. Voor de ervaren dramatherapeut is he