Haal nu de titel Bachelor of Economics (B Ec) bij LOI Hogeschool. De markt voor financiële dienstverlening levert de laatste jaren steeds meer maatwerk. Hierdoor wordt het aanbod van financiële diensten groter en complexer. Met als gevolg dat de deskundigheidseisen zwaarder worden voor mensen die werkzaam zijn in de financiële dienstverlening. De opleiding HBO Financial Services Management sluit perfect aan bij deze ontwikkelingen in de markt. De opleiding is volledig Wft-proof: de modules zijn afgestemd op de deskundigheidseisen die de Wet op het financieel toezicht stelt aan medewerkers in deze branche. Bovendien leg je met deze opleiding een brede basis, zodat je goed inzetbaar bent in diverse functies in de financiële dienstverlening. En na het behalen van een aantal modules heb je meteen erkende Wft-diplomaÍs of certificaten van brancheorganisaties op zak. Studieduur 3-6 jaar, lesgeld 36 maanden x 149,50. Vraag een gratis proefles aan of schrijf je nu in en profiteer van de iPad-actie.
Haal nu de titel Bachelor of Economics (B Ec) bij LOI Hogeschool. De markt voor financile dienstverlening levert de laatste jaren steeds meer maatwerk. Hierdoor wordt het aanbod van financile diensten groter en complexer. Met als gevolg dat de deskundigheidseisen zwaarder worden voor mensen die werkzaam zijn in de financile dienstverlening. De opleiding HBO Financial Services Management sluit perfect aan bij deze ontwikkelingen in de markt. De opleiding is volledig Wft-proof: de modules zijn afgestemd op de deskundigheidseisen die de Wet op het financieel toezicht stelt aan medewerkers in deze branche. Bovendien leg je met deze opleiding een brede basis, zodat je goed inzetbaar bent in diverse functies in de financile dienstverlening. En na het behalen van een aantal modules heb je meteen erkende Wft-diploma?s of certificaten van brancheorganisaties op zak. Studieduur 3-6 jaar, lesgeld 36 maanden x ? 149,50. Vraag een gratis proefles aan of schrijf je nu in en profiteer van de iPad-actie.
Over het boek:De familierechtadvocaat oefent een ingewikkelde en gevarieerde praktijk uit. Hij of zij moet niet alleen actuele kennis hebben van het juridische en zakelijke proces maar in toenemende mate ook van het menselijke proces van scheiden. Nu het inzicht terrein wint dat de gevolgen van een scheiding zo veel mogelijk door de (ex-)partners zelf moeten worden besproken en geregeld, blijkt de rol van de advocaat ten opzichte van een paar jaar geleden grondig veranderd.Zo dient de advocaat vandaag meer aandacht te besteden aan het voorkomen van escalatie in echtscheidingsprocedures. De advocaat treedt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een mediator of notaris, op voor één partij. Het adequaat combineren van de positie van een partijadviseur en vredestichter is een vak apart. Te meer daar dit gebeurt in een arena waar conflicterende belangen, gedragsregels, redelijkheid en billijkheid alsook normen en waarden als “het belang van het kind” domineren.Dit boek gaat over de rol van de advocaat bij het begeleiden van (echt)scheidingen. Het geeft de advocaat handreikingen en stelt ongeschreven normen die gehanteerd worden in de familierechtpraktijk op schrift. Daarnaast, wordt de advocaat ruimschoots voorzien van praktijkformulieren en modellen. Dit boek is zowel geschikt voor de advocaat als voor anderen die zich al dan niet professioneel willen verdiepen in de advocatuurlijke dienstverlening rond (echt)scheidingen.Over de auteur(s):Annette M. van Riemsdijk is advocaat en mediator te Bilthoven. Zij heeft een jarenlange expertise opgebouwd in het familie(bedrijven)recht en is daarnaast gespecialiseerd in internationale mediation en non governmental diplomacy.Van Riemsdijk is verbonden als docent en trainer aan onder meer de NOVA, OSR en het IMFO. Zij maakt deel uit van diverse besturen, adviesraden en commissies waaronder het bestuur van het NMI, het IMI, MBB en de Advisory Counsel van het Harvard Insight Initiative (thans GNII).
In dit boek wordt de menselijke levensloop thematisch behandeld. Naast aandacht voor de normale ontwikkeling van de omgeving is er ook aandacht voor de invloed van de omgeving op die ontwikkeling en het ontstaan van achterstandssituaties.Belangrijke thema’s uit verschillende vakken rond de levensloop van de mens zijn in dit boek geïntegreerd. Naast onderwerpen uit de ontwikkelingspsychologie komen ook thema’s aan de orde zoals relaties, motieven om al dan niet voor kinderen te kiezen, oorzaken van werkloosheid, fascisme en discriminatie, de rol van scholen en klassenonderwijs, eenoudergezinnen, mensen met een verstandelijke beperking, grenzen van het leren, communicatie, seksualiteit en psychische stoornissen. Ook wordt aandacht besteed aan klassenverschillen en cultuurverschillen. Politiek, burgerschap en democratie komen uitgebreid aan de orde.De mens in thema’s is geschreven voor mbo-studenten Pedagogisch Werk en Sociaal Maatschappelijk Werk en hbo-studenten Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening.
Of je nu met kinderen in een buurthuis werkt, of met vluchtelingen, bejaarden of psychiatrische patiënten in een residentiële instelling, altijd zal je als werker zaken moeten uitzoeken: Wat is er met de betrokkenen aan de hand? Hoe kunnen zij het best verzorgd, begeleid of behandeld worden? En wat moet het doel van de hulp- en dienstverlening zijn?Diagnostiek en planning in de hulp- en dienstverlening reikt werkers een methode aan om deze vragen stap voor stap te beantwoorden: de ‘plancyclus’. Deze cyclus is opgebouwd uit de volgende fasen: oriëntatie, diagnostiek, planning, uitvoering en evaluatie.In dit boek worden naast de theorie van deze systematische methodiek ook de praktische toepassing ervan belicht, evenals de reflectie op de ervaringen. Dit gebeurt aan de hand van voorbeelden en casuïstiek uit de praktijk.Om zelf kritisch naar het eigen handelen te kijken zijn er studietaken beschikbaar. Zo biedt het boek de hulp- of dienstverlener handelingsperspectieven, breidt het zijn handelingsrepertoire uit, en vergroot het zijn vaardigheid in het opstellen en uitvoeren van een handelingsprogramma.Dit boek is bedoeld voor studenten aan hulp- en dienstverleningsopleidingen, zoals SPH, MWD en CMV (social work). Sijtze de Roos was ruim twintig jaar als docent Theorie en Methoden betrokken bij de opleiding SPH van de Haagse Hogeschool, en als bestuurslid en adviseur bij diverse praktijkinstellingen. Hij is nu als geregistreerd opleider betrokken bij de masteropleiding Organisatie Coaching van de Haagse Hogeschool.
Wie met mensen werkt, krijgt te maken met levensverhalen. Of je nu loopbaanbegeleider bent van een re-integratietraject, groepsleider in een psychiatrisch ziekenhuis of decaan in het voortgezet onderwijs: de levensloop van je cliënten speelt een rol in je werk. Dit boek biedt een sociologische benadering van deze levensverhalen.In Levensloopsociologie maakt de auteur een verbinding tussen de unieke verhalen van individuele vertellers en algemene sociologische theorieën. De gedachte die als rode draad door het boek loopt, is dat juist mensen die hulp of raad zoeken, vaak slecht passen in de sociologische standaarden, bijvoorbeeld in de indeling van het leven in jeugd, volwassenheid en ouderdom. Dat biedt aanknopingspunten bij het analyseren van hun vragen of problemen en het vinden van de antwoorden.Na een inleiding reikt de auteur in vier hoofdstukken sociologisch gereedschap aan om professioneel met levensverhalen aan de slag te gaan. Het laatste hoofdstuk gaat over de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening, nu de diversiteit van hulpvragen toeneemt maar de druk groeit om cliënten snel volgens een standaardmethode te behandelen.De theorie wordt voortdurend toegepast op voorbeelden uit de sociale praktijk, maar ook uit de literatuur en beeldende kunst. Met behulp van opdrachten op de bijbehorende website kunnen studenten de stof zelf toepassen.Hans-Jan Kuipers is gepromoveerd tot historisch pedagoog en nu als docent verbonden aan de School of Social Work van INHOLLAND Alkmaar. Hij schreef ook Pedagogiek voor professionele opvoeders.
Jarenlang waren alleen de free marketeers te horen. In allerlei burgermanifesten hoorde je: het eigenbelang zorgt voor de economie en voor de welvaart. Een moderne ketter die anders durfde te beweren. De financiële crisis heeft die heilige huisjes omvergeblazen. Banken en bedrijven staan beduusd in de bedelrij voor steun van de vermaledijde overheid.We staan voor turbulente tijden. Werkloosheid? Flexibiliteit? De pensioenen en sociale uitkeringen naar omlaag? De openbare dienstverlening afbouwen? Hoezo, na de crisis precies dezelfde recepten als ervoor?Op mensenmaat geeft een stem aan wie de crisis aan den lijve ondervindt. Het vertrekt vanuit de buik van de samenleving. Het reikt eenvoudige, haalbare maatregelen aan: een overheidsbank, geen afdankingen in bedrijven die winst maken, btw-verlaging op gas en elektriciteit, het kiwimodel.‘Vandaag zijn we allemaal socialisten’, schreef het magazine Newsweek onlangs. Op mensenmaat kijkt verder dan het eendagssocialisme. Het reikt stof aan voor een socialisme zonder blauwe plekken. Stof voor een maatschappijvisie op mensenmaat. Stof tot debat, stof tot verandering.Met een nawoord over het programma van Jean-Marie Dedecker.
Eerst schetst Radha Chierkoet vanuit een historische invalshoek de ontwikkeling van multidisciplinaire samenwerking als maatschappelijk fenomeen. Daarna omschrijft zij wat we onder ‘ingebouwd maatschappelijk werk’ moeten verstaan en waar we dit kunnen tegenkomen.<br>De schrijfster gaat dieper in op de specifieke kanten van het maatschappelijk werk en de profilering van maatschappelijk werkers in organisaties. De knelpunten die maatschappelijk werkers kunnen ontmoeten, vergeet ze niet.<br>Vervolgens komt het organisatievraagstuk aan bod, waarbij ze twee metaforen uitwerkt. Deze metaforen kunnen maatschappelijk werkers handvatten bieden op hun verkenningstocht om inzicht in de organisatie te verwerven. Het gaat om de organisatie als mechanisme en de organisatie als organisme. Ook behandelt de auteur de thema’s cultuur, macht en communicatie.<br>Met tien methodische stappen eindigt het boek. Elke stap vormt een competentie waarover maatschappelijk werkers dienen te beschikken als ze optimaal willen samenwerken in multidisciplinaire teams.<br>Het boek is vooral bedoeld voor studenten MWD en hulpverleners die in multidisciplinaire teams werken.<br>Radha Chierkoet behaalde het hbo-diploma Sociale Academie en het doctoraal Culturele Antropologie/Niet-Westerse Sociologie. Ook voltooide ze de VO-opleiding Supervisie en Coaching. Sinds 2001 is zij docent en supervisor aan de Haagse Hogeschool, opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Daarvoor was zij werkzaam als hulpverleenster en leidinggevende bij verschillende instellingen in het categoriale welzijnswerk, de vrouwenhulpverlening en het algemeen maatschappelijk werk.
Ieder jaar krijgen in Nederland circa een half miljoen mensen een voedselinfectie doordat zij voedsel hadden gegeten dat met pathogene micro-organismen was besmet. Veel voedselinfecties of voedsel-vergiftigingen ontstaan in de huiselijke kring, de gevolgen zijn dan meestal niet ernstig als het om gezonde mensen gaat: er ontstaat een maag-darmstoornis (die vaak wordt aangeduid als 'buikgriep'), na enkele dagen is men weer volledig hersteld. Bij een voedselinfectie die in een zorginstelling ontstaat, zijn de gevolgen echter meestal ernstiger. Niet alleen omdat het aantal ge ecteerde personen dan groter is, maar tevens omdat een voedselinfectie voor personen met een verminderde weerstand, zoals zieken en bejaarden, een dodelijke afloop kan hebben. Jaarlijks sterven enkele tientallen mensen aan een voedselinfectie die veroorzaakt is door Campylobacter of Salmonella.In dit boek worden eerst de eigenschappen van de micro-organismen waarmee voedingsmiddelen besmet kunnen zijn, behandeld. De factoren die de vermeerdering van deze micro-organismen be loeden, komen uitgebreid aan de orde. Hierna volgt een overzicht van de micro-organismen die een voedselinfectie of een voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Centraal in het boek staat de preventie van een voedselinfectie of een voedsel-vergiftiging in instellingen die de voeding voor grote groepen mensen, met name in de gezondheidszorg, verzorgen. Zowel de algemene principes, als de dagelijks te nemen voorzorgsmaatregelen worden besproken. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de microbiologische hygi controle rond de spijslijn.Levensmiddelenhygi is als leerboek bestemd voor een aantal HBO-opleidingen, zoals de opleiding Voeding & Di tiek, Voedingskundige voor Industrie en Handel (Voeding & Marketing), Facilitaire Dienstverlening en de Hogere Hotelscholen. Maar daarnaast kan Levensmiddelenhygi een nuttige bron van informatie zijn voor studenten Bromatologie en Humane Voeding, voor ziekenhuishygi sten, verpleeghuisartsen en personen die betrokken zijn b
In het Basiswerk maatschappelijk werk en dienstverlening maak je kennis met het werkveld van het maatschappelijk werk. In het eerste deel geven de auteurs een algemeen beeld van het beroep, een eerste oriëntatie op de visie, werkwijzen en competenties die kenmerkend zijn voor maatschappelijk werk en dienstverlening. Wat houdt ‘helpen’ in en op welke specifieke manier doe je dat als maatschappelijk werker? Tot slot komt de geschiedenis van het maatschappelijk werk aan bod. In het tweede deel van dit boek staan methodisch werken en de taken van de maatschappelijk werker centraal. Hierbij baseren de auteurs zich op zowel het landelijke opleidingsprofiel MWD, als het beroepsprofiel van de maatschappelijk werker van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW). Het landelijk opleidingsprofiel MWD is in 2010 vernieuwd en het boek sluit hiermee aan bij de hedendaagse, competentiegerichte manier van opleiden. In deel drie tenslotte, staan de auteurs uitgebreid stil bij het begrip professionaliteit en de professionele aspecten van hulpverlening. In het basiswerk vind je verschillende kaders. Er komen maatschappelijk werkers aan het woord over hun werk en ontwikkeling als professional en er staan verschillende casussen en vragen in het boek. Je wordt geprikkeld om na te denken over jouw eigen ontwikkeling en wordt gestimuleerd om een beroepseigen houding te ontwikkelen, waarin kritisch nadenken over het hoe en waarom van hulpverlening en de positie van de maatschappelijk werker voorop staan.
Methodische beroepsvorming gaat over het professioneel handelen in beroepssituaties van de juridisch medewerker. Professioneel handelen is een voorwaarde om te komen tot passende dienstverlening en dus het antwoord op de vraag: Wanneer is de dienstvraag goed beantwoord?Recente maatschappelijke ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de eisen aan het professionele handelen van de juridisch medewerker zijn verscherpt: de steeds meer mondige burger, van wie de overheid een co-actieve houding verwacht, zorgt ervoor dat de juridisch medewerker uit een breder repertoire moet putten in de praktijk van alledag in de juridische dienstverlening.De inhoud van de uitgave sluit aan bij het kwalificatiedossier, dat voor deze opleidingen is vastgesteld. De twee kerntaken van dit dossier zijn:1 ‘Onderhouden van klantcontacten’;2 ‘Werken aan dossiers’.Bij het schrijven van deze uitgave is de beroepspraktijk uitgangspunt. Opdrachten vullen de voorbeelden uit de beroepspraktijk aan. In het competentiegericht leren staat de persoonlijke ontwikkeling, gekoppeld aan de beroepshouding van de student centraal. Deze onderwijskundige aanpak is voor de juridisch medewerker belangrijk, omdat de klant de medewerker regelmatig op zijn professionele houding zal aanspreken. De eerste hoofdstukken uit het boek besteden uitdrukkelijk aandacht aan dit aspect.DoelgroepDeze uitgave is bestemd voor de opleiding Juridisch medewerker (Kenniscentrum ECABO), voor de uitstromen Sociale Zekerheid, Personeel en Arbeid, Openbaar Bestuur en Zakelijke Dienstverlening.
Socialezekerheidsrecht begrepen behandelt de sociale zekerheid voor studenten in het hoger onderwijs. Bij de beschrijving van de verschillende regelingen op het gebied van de sociale zekerheid hanteren de auteurs de levenscyclus: een bespreking van de sociale zekerheid ‘van de wieg tot het graf’. Het boek is praktijkgericht en bevat in ieder hoofdstuk voorbeelden ter verduidelijking. Met name staat de vraag centraal met welke vragen een cliënt in de praktijk te maken krijgt. Het boek is op een voor studenten toegankelijke manier geschreven. Dit neemt niet weg dat Socialezekerheidsrecht begrepen een studieboek is, waarbij de stof wetsystematisch door de auteurs wordt behandeld en waar op onderdelen die belangrijk zijn voor de praktijk diepgaand wordt ingegaan. Het boek is geschikt voor de hbo-opleidingen Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD), hbo-rechten (HBR), Personeel en Arbeid (P&A) en Management, Economie en Recht (MER/School of Economics).
De samenleving is voortdurend in beweging. Ook de hulp- en dienstverlening is aan het veranderen. Burgers worden mondiger, sociale beroepen zijn geprofessionaliseerd en bij professionals in dit veld verschuift de aandacht van het individu naar de bredere context van sociale netwerken en actief burgerschap. Kerngedachte daarbij is dat mensen vooral zelf verantwoordelijk (willen) zijn voor de oplossing van hun problemen. Sociale professionals reiken geen pasklare oplossingen meer aan, maar zijn vooral ondersteunend bij dit proces. Werk(en) met betekenis presenteert een aantal nieuwe benaderingen die aansluiten bij deze ontwikkelingen. Rode draad hierin is de betekenis die mensen toekennen aan hun situatie en de vragen waarvoor zij zich gesteld zien. Binnen deze werkwijzen is de dialoog van groot belang. Daarnaast wordt vooral gekeken naar de eigen mogelijkheden (of krachten) die mensen hebben om oplossingen te vinden voor hun problemen.In het boek komen de volgende benaderingen aan de orde: Eigen kracht, Echt Recht, Presentie, Mediation, Rehabilitatie en Oplossingsgericht werken. De auteurs zetten van elk van deze benaderingen de belangrijkste kenmerken op een rij en geven inzicht in de praktische werking aan de hand van casuïstiek. Daarna volgt een hoofdstuk waarin betekenisgeving vanuit cliëntperspectief wordt belicht. Het boek sluit af met een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de benaderingen die in dit boek worden beschreven. Werk(en) met betekenis is geschreven voor studenten social work (SPH, MWD en CMV). Daarnaast is het geschikt voor studenten pedagogiek en SJD. Bovendien is het boek ook heel goed bruikbaar voor sociale professionals in het veld.De samenstellers van dit boek zijn verbonden aan het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI) van de Hogeschool Utrecht. Alfons Ravelli is docent Pedagogiek en onderzoeker bij het lectoraat Sociaal Beleid, Innovatie en Beroepsontwikkeling. Lia van Doorn is lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverleni
"In Nederland werkt circa 75% van de geregistreerde psychiaters in één of ander dienstverband. Dat vraagt om speciale kennis en vaardigheden, tools waarover een (aankomend) psychiater niet ‘automatisch’ beschikt. Vaak is er, als gevolg van tegenstrijdige belangen, sprake van een spanningsveld tussen psychiaters en management. De psychiater wil zo optimaal mogelijk hulp bieden aan mensen in noodsituaties. Managers willen beheren en beheersen, en bureaucratisch gedrag is hen niet vreemd. Ze zijn geneigd te spreken van zorgproducten in plaats van over dienstverlening aan zieke mensen. Niet zo gek dus dat menig psychiater zich bij tijd en wijle in een rollercoaster waant van managementjar-gon, conflicten en bezuinigingen, daarbij vrezend voor de eigen professionele autonomie.'Psychiatrie in georganiseerd verband' levert instrumenten en overwegingen ten behoeve van een leidende positie van de psychiater in zijn/haar organisatorische werkomgeving. Nadat het beroep van psychiater is geplaatst in een historisch perspectief, wordt ingegaan op het beoefenen van psychiatrie in een multidisciplinaire setting. Zaken die daarbij aan de orde komen zijn onder meer vraaggestuurd behandelen, het behandelplan als beleids- en kwaliteitsinstrument en – natuurlijk – het beoefenen van psychiatrie in een managementcultuur. Het boek sluit af met een hoofdstuk over de psychiater als topbestuurder. Dit is een pleidooi voor het vervullen van een rol van de psychiater in de raad van bestuur van GGz-instellingen, een dankbare rol voor diegene die de daarvoor noodzakelijke competenties heeft ontwikkeld.Prof. dr. H. van Andel is emeritus hoogleraar zorgmanagement aan de Universiteit Utrecht en nestor in de beleidspsychiatrie.Dr. E.E. Können is adviseur en onderzoeker in de gezondheidszorg en heeft samen met Van Andel bijgedragen aan trainingen voor psychiaters."
Dit boek geeft u een overzicht van de laatste 25 jaar in de geestelijke gezondheidszorg. De ontwikkelingen in deze sector lijken over het algemeen langzaam en geruisloos te gaan, waardoor ze niet erg opvallen . Het lijkt wel of het sociale proces niet ingrijpend genoeg is geweest. De realliteit is echter anders. Als men de huidige situatie met die van 25 jaar geleden vergelijkt is er niets hetzelfde gebleven. John Wennink, de auteur van dit boek, is vanaf de jaren zeventig actief binnen de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg en brengt alle veranderingen helder in beeld. De gedaanteverandering van de geestelijke gezondheidszorg is niet zozeer het gevolg van een gericht beleid maar het resultaat van een lange reeks kleinere en grotere aanpassingen. Denk daarbij aan allerlei sociale en culturele veranderingen zoals individualisering, emancipatie en de 'psychologisering'van het alledaagse leven. Verder raakte de langdurige intramurale zorg in diskrediet. En wat te denken van de felle kritiek in de jaren zeventig en tachtig op het psychiatrisch bedrijf. Dit alles zorgde voor een fundamentele gedaanteverandering, zowel op het gebied van de zorg als de organisatie. Diverse verantwoordelijkheden worden nu gedeeld met overheden, maatschappelijke dienstverlening, gemeenstelijke diensten en de algemene gezondheidszorg. Op dit moment blijken er meer dan ooit mensen te zijn met psychische problemen, terwijl juist steeds minder patiënten worden opgenomen in een inrichting. Vroeger werd je, eenmaal opgenomen, als het ware opgegeven; nu kom je haast niet meer in aanmerking voor een opname! Tijd voor bezinning op een nieuwe rol van de sociale psychiatrie. Met dit boek worden voor u de veranderingen binnen de geestelijke gezondheidszorg beschreven en verklaard. John Wenningk laat u het gebied in de volle breedte zien, gaat met u de diepte in en loodst u met het grootste gemak tussen de verschillende lagen van beleidsvoering heen en weer.
Dit rapport gaat uitgebreid in op de kosten van publieke dienstverlening (zoals zorg, onderwijs, openbaar bestuur en veiligheid) en het profijt dat burgers van de betrokken overheidsuitgaven hebben. De kosten van deze diensten bedroegen in 2003 circa 40% van het bruto binnenlands product. Mede door de vergrijzing zullen de overheidsuitgaven onder druk komen te staan. Dit kan gevolgen hebben voor het niveau van publieke dienstverlening. Daarom worden de overheidsuitgaven voor zorg, veiligheid, onderwijs, openbaar bestuur, defensie en huursubsidie geregeld kritisch bezien, mede in het licht van de geleverde diensten. Een van de problemen waar men tegenaan loopt is dat de prijzen van deze diensten veel sneller blijken toe te nemen dan die van goederen geproduceerd door de marktsector. Dit komt onder meer doordat de personeelskosten in de publieke sector sneller zijn gestegen dan in de marktsector.Met het profijt van de overheid is een bedrag gemoeid gelijk aan circa 10% van het bbp. Individuele burgers profiteren van de aangeboden overheidsvoorzieningen als gebruiker van kinderopvang, thuiszorg en huursubsidie of als bezoeker van een museum of klassiek concert. Maar zijn het nu de burgers met hogere of met lagere inkomens die vooral profijt hebben van de overheid? En betalen de middeninkomens de rekening? Het is ook de vraag of de feitelijke profijthebbers ook de bedoelde profijthebbers zijn. Daarom wordt de werkelijke verdeling van het profijt vergeleken met de verdeling die zou zijn ontstaan als de overheid de juiste doelgroepen zou bereiken. Daaruit blijkt dat de lagere inkomens en middeninkomens iets minder profiteren dan verwacht mocht worden en de hogere inkomens iets meer.
In 'Maten voor gemeenten 2009' lezen wij welke prestaties alle gemeenten samen leveren tegen welke kosten. De analyses hebben betrekking op de periode 2002-2007. Voor de zevende keer in rij krijgen wij zo een kwantitatief en integraal beeld van gemeenten als producent van diensten.Het rapport laat zien dat de totale uitgaven van gemeenten in de betreffende periode na correctie voor inflatie dalen met gemiddeld 0,5% per jaar. In 2003 en 2007 was sprake van een stijging, in de overige jaren trad een daling op. Deze is deels het gevolg van bezuinigingen en deels van het afstoten van taken door privatisering en verzelfstandiging (onderwijs en openbaar vervoer). Na het piekjaar 2002, met een sterke groei van de uitgaven en van de personeelssterkte, reageren gemeenten in de daaropvolgende jaren dus vertraagd op de conjuncturele terugslag in de marktsector die al in 2001 inzette. In dezelfde periode trad een teruggang op van de productie met gemiddeld 1,3% per jaar. Daarmee bleef de ontwikkeling van de prestaties van gemeenten 0,7% per jaar achter bij de reële stijging van de uitgaven. Dit komt doordat de prijzen van collectieve diensten sneller stijgen dan die in de marktsector. Bij gemeenten is dit onder meer verklaarbaar doordat de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit achterblijft bij de marktsector, terwijl de lonen zich wel min of meer marktconform ontwikkelen.De gemeentebegrotingen voor 2008 en vooral 2009 wijzen op een verdere toename van de uitgaven. Deze groei heeft, evenals die in het jaar 2007, vooral te maken met taakuitbreidingen (huishoudelijke hulp en sociale werkvoorziening). Op langere termijn moet worden geconstateerd dat de uitgaven en de productie van de marktsector en van de publieke dienstverlening op terreinen als onderwijs, zorg en veiligheid sneller stijgen dan die van de gemeentelijke dienstverlening.In deze editie van Maten voor Gemeenten wordt ook ingegaan op een sociaal onderwerp: de toepassing van de analysemethode van dit rapport op de zes Drechtsteden (Alblasserda
Het onderwerp voor de jaarvergadering 2006 van de Vereniging voor Verzekeringswetenschap, was “Verzekering en nieuwe wetgeving”. Deze uitgave bevat de volgende preadviezen: - Titel 7.17 en enige oude leerstukken van Prof.mr. F.H.J. Mijnssen - De zorgverzekeringswet van Prof.mr. B. Sluijters - “Heeft de Wet financiële dienstverlening uit 2005 gevolgen voor het karakter van de Raad van Toezicht Verzekeringen?” van Prof.mr. M.M. Mendel. De consequenties van het opgaan van deze wet in de op 1 januari 2007 in werking getreden Wet financieel toezicht, worden behandeld in een aan het oorspronkelijke preadvies toegevoegd addendum.
Tussen boer en burger, een enorme verbreding van het arbeidsterrein van de dierenarts. In 1925 nog vrijwel beperkt tot de diergeneeskundige dienstverlening op de boerderij, waarbij paard en rund centraal stonden. In 1950 een uitgebreid arbeidsveld waarbij ook de gehele maatschappij betrokken raakte: niet alleen meer diersoorten op de boerderij, zoals varkens, pluimvee en schapen maar ook vooral in de steden kleine huisdieren. Daarnaast gingen de vleeskeuring en de melkcontrole een maatschappelijke rol spelen. Ook werd veel aandacht besteed aan de diergeneeskundige verzorging in onze overzeese gebiedsdelen en dan voornamelijk in Nederlands Oost-lndiÙ. Verder kan 1950 als het startjaar worden beschouwd voor de georganiseerde dierziektenbestrijding en de verdere explosieve ontwikkeling van de diergeneeskunde in de tweede helft van de twintigste eeuw.
In dit boek beschrijft Leo Witte de achtergronden en methoden van de materiële hulp- en dienstverlening. Van oudsher beoogt deze beroepspraktijk burgers de materiële voorwaarden te bieden die hen in staat moeten stellen volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Met de Wet maatschappelijke ondersteuning, het beleid Welzijn Nieuwe Stijl, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de nieuwe sociale zekerheidswetten is deze intentie dezelfde gebleven. Anders is de vraag hoe burgers op basis van 'eigen kracht', zelfverantwoordelijkheid en ervaringsdeskundigheid te betrekken bij de hulpverlening.Nieuwe wetten en beleid introduceerden de huidige paradigmawisselingen in de sociale sector. Professionals krijgen er nieuwe rollen door. In plaats van de 'helpers' van weleer zijn zij nu degenen die burgers faciliteren om waar mogelijk zelfwerkzaam en zelfredzaam te worden. Waar zij zich vroeger lieten leiden door de beperkingen van de cliënt appelleren zij nu aan zijn mogelijkheden. Een vraaggerichte werkwijze waarin de vragen en behoeften van de cliënt leidend zijn, vervangt het aanbodgerichte werken. Nieuwe vormen van indiceren, een andere inzet van voorzieningen en het betrekken van informele naast formele netwerken vinden hun weg in deze beroepspraktijk. Hoe deze nieuwe werkvormen in te zetten bij problemen en vragen op het gebied van financiën (uitkeringen, problematische schulden), arbeid wonen en voorzieningen is de centrale vraag van dit boek.Het boek is geschreven voor professionals die werken in functies in het maatschappelijk werk, de sociaaljuridische dienstverlening, het personeelswerk en de schuldhulpverlening. Het is tevens relevant voor professionals die werken bij uitvoeringsorganen sociale zekerheid en woningcorporaties.Leo Witte is docent methodiek aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD) van de Hogeschool van Amsterdam. Het is verbonden aan het Kenniscentrum Maatschappij Recht van deze hogeschool en doet onderzoek op het gebied van armoede, integrale schuldhulpverlening en
Deze adresgids bevat ca. 14.000 adressen van organisaties en instellingen op het gebied van maatschappelijk welzijn: o.a. maatschappelijke ontwikkeling en ondersteuning, werk en inkomen, minderheden, gehandicapten, ouderen, jeugd en jongeren, fondsen, belangenorganisaties, juridische dienstverlening en (speciaal) onderwijs. Daarnaast biedt de gids informatie op het gebied van de gezondheidszorg: o.a. patiëntenorganisaties, beroep- en brancheorganisaties en instellingen (somatische gezondheidszorg en ggz). De adresgids wordt door een onafhankelijke redactie samengesteld aan de hand van openbare bronnen, adreslijsten van organisaties, telefonische en schriftelijke enquêtes, vaktijdschriften en reeds bestaande bestanden. Jaarlijks worden de adresssen bijgewerkt.
Werkers in de hulpverlening, dienstverlening en verpleging hebben op veel manieren te maken met seksualiteit en intimiteit. Veel cliënten kampen vaak met problemen op het seksuele vlak, die vaak niet onderkend worden. Over de grenzen in de intieme omgang tussen hulpverlener en cliënt wordt in tal van instellingen discussie gevoerd.Professioneel optreden stoel ook hier op twee zaken: kennis van zaken en de vaardigheid om te praten over seksualiteit. In de vakliteratuur is hier al veel over gepubliceerd. Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening bundelt als eerste de informatie op dit terrein. Het zet studenten door middel van studietaken en praktijkvoorbeelden aan tot reflectie en vaardigheidsontwikkeling.
'Deze workshops had ik eerder in mijn leven moeten doen!' is een veel gehoorde uitroep van mensen in de tweede levenshelft die workshops gericht op het ontwikkelen van inspirerende levensthema's volgen. Interactief levensloopbeleid presenteert hiervoor format, vensters en gereedschap. Het ontwikkelen van inspirerende levensthema's door mensen in hun tweede levenshelft werkt vitaliserend en biedt tegenwicht tegen maatschappelijke onderschatting van de mogelijkheden en vooruitzichten van 45-plussers, senioren en kwetsbare ouderen. Dit boek onderbouwt deze stellingen met vensters van relevante wetenschappelijke inzichten en het reikt gereedschap aan ten behoeve van het ontwerpen en vormgeven van de eigen levensloop. De workshops blijken door hun inzichtgevend en activerend karakter mensen een duidelijker en nieuw beeld te geven van interessante ontwikkelingsmogelijkheden juist in de rijpings- en oogstfasen van hun levensloop.Interactief levensloopbeleid beschrijft tevens de benodigde context van de workshops. Het gaat in op specifieke methodische uitgangspunten voor sociale innovatie in bedrijven, instellingen en maatschappelijke voorzieningen die met en voor mensen in de tweede levenshelft werken. Want sociale innovatie wil een match realiseren tussen de gerijpte talenten van mensen in de tweede levenshelft en de innovatie-uitdagingen waar bedrijven, instellingen en voorzieningen voor staan. Dit boek is dan ook zowel bestemd voor mensen in de tweede levenshelft als voor managers en professionals in personeelsmanagement, organisatie- en productontwikkeling, maatschappelijke dienstverlening en clientenorganisaties die met en voor hen werken.Piet Houben is emeritus hoogleraar Toegepaste Sociale Gerontologie aan de VU, consultant Procesmanagement Sociale Innovatie en docent/trainer in hoger onderwijs- en innovatietrajecten.
Minister Melkert van Sociale Zaken bagatelliseerde in 1998 de noodzaak van mijn Muskensbroden op doktersReceptenproject ter verlichting en openbaarmaking van het leed en de armoede onder kinderen in zijn verslag aan koningin Beatrix.Opmerkelijk is dat de koningin deze leugens accepteerde, waardoor de armoede anno 2007 onrustbarende proporties heeft aangenomen. Het aantal door armoede getroffen gezinnen (met kinderen!) is aanzienlijk gestegen.In deze studie toon ik aan dat ons staatshoofd, Hare Majesteit koningin Beatrix, door haar minister van Sociale Zaken, de heer Ad Melkert, voorzien werd van onjuiste en niet op waarheid berustende informatie over de armoede in Amsterdam. De grote bezuinigingen samen met de fraude van Paars I met gelden van het Europees Sociaal Fonds verklaren de armoede en het leed in de onderklasse.Ik pleit ervoor om voedselverstrekking als preventieve zorg in het basispakket van zorgverzekeraars op te nemen. Financiering moet uit de pot van probleemwijken van PvdA-minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) komen.Bij de foto: Volgens de Algemene Rekenkamer stond vast dat Melkert er na 1994 nauwelijks op heeft toegezien hoe het geld van het Europees Sociaal Fonds in de praktijk werd besteed Dat verwijt treft niet alleen Melkert, maar o.a. ook zijn opvolger Klaas de Vries. De Rekenkamer had keer op keer vastgesteld dat het ook onder De Vries op Sociale Zaken heeft ontbroken aan organisatie, coördinatie en regie en dat het ministerie tot ver in 2000 nauwelijks wist wat er met het ESF-geld gebeurde ('Toezicht op projecten met subsidie EU was rommeltje', de Volkskrant, 4 augustus 2001).Klaas de Vries, hier op de foto met Nizaar Makdoembaks en Roy Wouter, twee leden van de door Harrald Axwijk opgerichte en door PvdA-prominenten gecontroleerde en gedomineerde Debating Club van de Stichting Interculturele Dienstverlening Amsterdam (StIDA), wijt het feit dat Afro-Nederlanders van Surinaamse afkomst tot de armste bevolkingsgroep van Nederland behoren aan de lei
Professionals en professionaliteit staan volop in de aandacht. Er is maatschappelijk debat over de positie van professionals. Bestaat er in onze cultuur nog wel genoeg waardering voor het wezenlijke van hun werk? Geeft onze markteconomie hen genoeg ruimte om naar eer en geweten hun beroep uit te oefenen? De professionals in sectoren als zorg, onderwijs en dienstverlening voelen zich bekneld door regels en management. Dit roept vanzelf vragen op over professionaliteit. Wat is eigenlijk het kenmerkende van professies? Geldt de beknelling voor alle aspecten van professionaliteit? Is professionaliteit wel denkbaar zónder ‘eer en geweten’? Normatieve professionalisering verwijst naar goed werk doen, en dat is meer dan je werk goed doen. Goed werk is niet alleen technisch, maar ook moreel juist. Het vraagt van professionals bezinning: op hun maatschappelijke rol, op hun relatie met de mensen voor wie ze werken, op de morele en politieke werking van hun vakkennis. Deze bundel verkent de normatieve professionalisering in diverse werkvelden, zowel theoretisch als praktisch. Twintig auteurs behandelen een keur van verwante thema’s en verbinden professionele praktijken vaak op verrassende wijze met theoretische en methodische inzichten. Goed werk is bestemd voor professionals die hun werk willen onderzoeken, voor onderzoekers en studenten, voor managers, politici en regelgevers – voor iedereen die wat grondiger mee wil denken over de belangrijke rol die professionals in ons leven hebben.
Zakelijk schrijvenHoe schrijf je een doeltreffende zakelijke tekst? Dit boek pre-senteert de kennis die nodig is om deze vraag te beantwoorden. De lezer leert effectief zakelijk te schrijven met behulp van casu iek, praktijkvoorbeelden en opdrachten om zelf staps-gewijs mee aan de gang te gaan.Zakelijk schrijven is opgebouwd uit drie delen.Deel I gaat in op wat je als schrijver actief moet doen om een goede tekst te produceren: vooraf zorgvuldig een tekstplan opstellen. Aan de hand van het tekstplan worden alle fases in het schrijfproces besproken voor de meest voorkomende teksttypen: de opdrachtanalyse, de doelgroepanalyse, de doelformulering, het vaststellen van de inhoud van de tekst, het bouwplan en het procesplan.Deel 2 besteedt aandacht aan de lezer, de doelgroep van een tekst. Elk medium moet optimaal afgestemd zijn op deze doelgroep, en dit brengt eigen conventies voor het taalgebruik met zich mee. Verschillende soorten schriftelijke media komen hier aan de orde: van e-mail tot folder, van verkoopbrief tot beleidsrapport.Deel 3 bevat de gereedschappen die je kunt gebruiken om correct te schrijven: regels voor zinsbouw, woordkeuze, uiterlijke structuur en argumentatie en voor interpunctie.Judith ter Horst verzorgt coachings en trainingen effectief schriftelijk communiceren voor diverse non-profitorganisaties. Van haar verscheen eerder Rapporteren in de hulp- en dienstverlening (m.m.v. Annette Bogtstra). Ad Molenaar is als docent taalvaardigheid en (marketing)communicatie verbonden aan de Hanze-hogeschool Groningen.Beide auteurs hebben jarenlange ervaring in het hbo en in de praktijk van voorlichting, pr en communicatie.
Bibliotheekwerk voor ouderen en mensen met leesproblemenBibliotheekwerk voor ouderen en mensen met leesproblemen geeft niet alleen een beeld van de theorie, maar ook van de praktijk van het werken voor deze doelgroepen.De verschillende groepen en de voor hen geschikte materialen worden geschetst. Het opstellen van een beleidsplan voor een nieuwe activiteit komt aan bod en in interviews vertellen experts met verve over de dienstverlening in hun bibiontheekorganisatie.
Steeds meer mensen met een complexehulpverleningsproblematiek dreigen als pionnen tussen instellingen heen en weer geschoven te worden en uiteindelijk tussen wal en schip te vallen. In dit verband vinden binnen de zorg-, hulp- en dienstverlening ingrijpende veranderingen plaats. Deze zijn gebaseerd op de overtuiging dat samenwerking tussen verschillende hulpverleningsinstellingen en disciplines noodzakelijk is. Een werkwijze die als antwoord op deze ontwikkelingen wordt gebruikt is casemanagement.Deze succesvolle uitgave houdt rekening met de behoefte op het gebied van e-learning binnen het hoger sociaal agogisch onderwijs. Het concept bestaat uit een studieboek, met daarin de theorie over deze integrale vorm van hulpverlening waarbij verschillende hulpverleners inhoudelijk met elkaar samenwerken, en een cd-rom met casu´stiek, filmfragmenten, oefeningen en achtergrondartikelen. Met behulp daarvan leren studenten, onafhankelijk van plaats, leergroep of docent, zelfstandig werken met casemanagementvaardigheden. Deze vaardigheden sluiten aan bij de landelijk vastgestelde competenties van het sociaal agogisch onderwijs.Naast de geheel vernieuwde layout biedt deze gewijzigde druk een geactualiseerd beeld van veranderde wetgeving, ontwikkelingen op het terrein van de hulpverlening en achtergrondliteratuur.Over de auteursDe auteurs waren beiden verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam in de functie van opleider-adviseur bij de afdeling InterAct bv (Methodiekontwikkeling en Deskundigheidsbevordering) en als docent aan de Voortgezette Opleiding Amsterdam.
Het openbare leven is de afgelopen decennia flink aan het veranderen en daarmee ook het denken over mensen en de samenleving. Uiteraard is dit van invloed op de beroepspraktijk in mensgerichte beroepen en functies. Het heeft ook consequenties voor de opleidingen en voor professionele begeleidingsvormen als supervisie en coaching.Een opvallend aspect in het veranderende denken en beleven van velen is de onmiskenbaar groeiende belangstelling voor vragen naar de zin van het bestaan, persoonlijke spiritualiteit en morele bezinning.Er blijkt behoefte aan aandacht voor 'trage vragen', als tegenwicht in de overheersende tendens van op rationaliteit en efficiëntie gerichte benaderingen. Zelfs in op de persoon gerichte hulp– en dienstverlening lijkt die tendens nogal eens te prevaleren boven oprechte betrokkenheid, de 'menselijke maat'.Dit boek is bedoeld als (nadere) kennismaking met pastorale supervisie. Vanuit de vraag naar de verhouding tussen 'supervisie algemeen' en 'pastorale supervisie' zijn er tien bijdragen van ervaren pastoraal supervisoren en docenten. Specifieke dimensies voor de benadering in het pastorale beroep en daarmee ook in supervisie zijn onder meer: de aandacht voor levens– en bestaansvragen, het persoonlijke levensverhaal, spiritualiteit en zingeving, moraliteit/ethiek en presentie, het betrokken willen zijn bij mensen in existentiële nood.Hoewel de auteurs schrijven vanuit christelijk geïnspireerde visies op supervisie aan de (beginnende) professional, lijkt hun boodschap goed aan te sluiten bij de algemene interesse in existentiële bezinning, ethiek en andere vragen, samengevat in het kernbegrip spiritualiteit.
Diverse maatschappelijke en technologische ontwikkelingen hebben het gebruik van persoonsgegevens de afgelopen jaren in een stroomversnelling gebracht. Als gevolg hiervan volgen de persoonsgegevens elkaar ook in hoog tempo op. Uit alle ontwikkelingen komt overduidelijk het beeld naar de opslag en verwerking van persoonsgegevens in breedte, diepte en complexiteit groeien. Daarbij lijkt de regelgeving steeds meer moeite te hebben om de praktijk bij te blijven houden. Bovendien heeft het onderwerp de afgelopen jaren, mede ten gevolge van de terrorismedreiging en het toenemende belang van internationale handel, nog meer dan voorheen, een international karakter gekregen. Kortom, sinds het verschijnen van de derde druk van dit boek, vier jaar geleden, is er veel veranderd. Deze nieuwe druk bevat een geheel herzien overzicht van de belangrijkste praktische en theoretische aspecten van nationale en internationale regulering van de bescherming van persoonsgegevens. Het boek geeft een actueel overzicht van en inzicht in het brede spectrum van onderwerpen die de bescherming van persoonsgegevens raken. Tevens biedt het een inzicht in de wisselwerking tussen privacybescherming en gegevensbescherming enerzijds en andere belangen (veiligheid, opsporing, effici e dienstverlening door bedrijfsleven en overheid, elektronische dienstverlening, etc.) anderzijds en de implicaties daarvan voor wet- en regelgeving en jurisprudentie,Recht en Praktijk 75
Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hebben professionals in de hulp- en dienstverlening de taak gekregen om cliënten te begeleiden naar eigen verantwoordelijkheid en solidariteit. Daarbij is werken vanuit empowerment en de sociaal netwerkmethodiek essentieel.Sterk met een vitaal netwerk beschrijft hoe sociale professionals deze werkwijze in hun beroepspraktijk kunnen inzetten. Nadat de auteur de Wmo heeft samengevat, beschrijft ze werken vanuit empowerment: de hulpverlener stelt zich niet op als deskundige en reikt geen oplossingen aan, maar ondersteunt de cliënt in het vergroten van zijn zelfregie. Vervolgens komt de sociaal netwerkmethodiek aan bod, waarbij hulpverlener en cliënt samen het netwerk van de cliënt in kaart brengen en een traject naar een vitaal netwerk uitzetten. Steeds is er uitgebreid aandacht voor het omgaan met etnisch-culturele diversiteit. Tot slot wordt de werkwijze toegepast op verschillende cliëntprofielen.Om de theorie toe te lichten zijn er in Sterk met een vitaal netwerk veel oefeningen, voorbeelden en cases opgenomen. Het boek is geschreven voor studenten SPH, MWD en CMV en voor professionals in alle velden van de hulp- en dienstverlening. Maria Scheffers was maatschappelijk werker en is eigenaar van Scheffers coaching en training. Daarnaast is zij als supervisor en gastdocent betrokken bij de opleiding MWD van De Haagse Hogeschool.
Vrije mededinging en marktwerking in het notariaat. Hervinden van evenwicht tussen in normen verborgen waarden van het beroep en eisen van een succesvolle bedrijfsvoering. Spanning tussen geheimhoudingsplicht en noodzakelijk effectief toezicht. Toezicht, te veel en te weinig tegelijk. Tegengaan van misbruik van notariële dienstverlening voor witwassen en terrorismefinanciering. Dit en meer kenmerkt de laatste circa twintig jaar notariële tuchtrechtspraak in laatste instantie van het Gerechtshof te Amsterdam.De auteur, H. (Harry) F. van den Haak, eerder president van het Hof tevens voorzitter van de appelkamer voor het notariaat, belicht deze rechtspraak . Hij ziet deze als spiegel van het notariaat in verandering en bron van ontwikkeling van het tuchtrecht. Hij plaatst een en ander in de zich wijzigende maatschappelijke en politieke context en waagt een blik in de nabije toekomst van de regelgeving. Dit boek mag niet ontbreken op notariskantoren en bij tuchtcolleges.
Meer dan elfduizend nieuwe studenten schrijven zich ieder jaar in voor een sociaal-agogische opleiding op hbo-niveau. Allemaal met de wens om vier jaar later als professional een bijdrage te leveren aan onze complexe maatschappij. Waartoe leiden deze bacheloropleidingen op? En wat zijn hun gedeelde eindkwalificaties? Op deze vragen geeft Vele takken, een stam het antwoord. Dit boek biedt hiermee een inhoudelijk kader voor de verschillende sociaal-agogische opleidingen. Dit boek is opgesteld in samenwerking met, en bedoeld voor opleidingen in de sociaal-agogische sector. Hiertoe behoren de opleidingen: Maatschappelijk Werk & Dienstverlening, Sociaalpedagogische Hulpverlening, Culturele en Maatschappelijke Vorming, Pedagogiek, Creatieve Therapie, Godsdienstpastoraal werk. Maar ook voor nieuwe opleidingen binnen het sociaal-agogische domein of andere opleidingen die aan dit veld gerelateerd zijn, is Vele takken, een stam relevant.
"De kwaliteit van onderwijs is van groot maatschappelijk belang. Onderwijsontwikkeling kan niet alleen aan politici en bestuurders worden overgelaten. De betrokkenheid van docenten is het fundament van iedere geslaagde onderwijsinnovatie. In de studie 'Leren van Innoveren' gaan Wietske Miedema en Martin Stam in op de vraag hoe docenten zelf vorm kunnen geven aan onderwijsinnovaties binnen hun school. Op basis van vier uitgebreide gevalstudies in vmbo en hbo, laten ze de hindernissen en successen zien. Er blijkt een nauw verband te bestaan tussen het leren van individuele docenten, het leren van de teams waarmee zij de onderwijsvernieuwing uitvoeren en het leren van de organisatie. In een geslaagde onderwijsinnovatie is er aandacht voor alle drie de niveaus. 'Leren van Innoveren' is interessant voor ieder die in wetenschap en onderwijs betrokken is bij onderwijsvernieuwingen en belangstelling heeft voor het leren van docenten.Over de auteursWietske Miedema is programmaleider Algemene Beroepsvoorbereiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam en doceert in de Master Pedagogiek. Zij heeft bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum samen met Robert J. Marzano het boek Leren in vijf dimensies gepubliceerd. Martin Stam is curriculummanager bij de opleiding Maatschappelijk werk en dienstverlening en programmaleider ‘Preventie en outreachend werken’ bij de Hogeschool van Amsterdam"
Basismodel voor methodisch hulpverlenen in het maatschappelijk werkBinnen het maatschappelijk werk bestaat vandaag de dag een enorme diversiteit aan methodische benaderingen. Dit getuigt van een continue poging om flexibele en aangepaste antwoorden te vinden op telkens ‘nieuwe’ problemen en cli groepen. Maar dezelfde diversiteit kan ook tot onduidelijkheid en verwarring leiden. Elke methodische benadering kent haar eigen invalshoek, uitgangspunten, accenten en blinde vlekken.Basismodel voor methodisch hulpverlenen in het maatschappelijk werk biedt studenten en werkers een manier om methodisch werken te analyseren en om na te gaan hoe zij als hulpverlener hun aanpak kunnen samenstellen uit onderdelen van verschillende methoden, afhankelijk van de specifieke problematiek en de cli . De bedoeling is om via deze ‘eclectisch-integratieve benadering’ het systematisch nadenken over de eigen werkwijze (of die van een ander) te bevorderen.De auteur reikt als hulpmiddel hiervoor het basismodel aan, dat bestaat uit vier componenten van het methodisch hulpverlenen, namelijk de visie van de hulpverlener, de interactionele en de probleeminhoudelijke kant van hulpverlening, en de fasen in de hulpverlening. Ook komen actuele thema’s aan de orde als het spanningsveld tussen eclectisch-integratief werken (maatwerk) en standaardisering, de onvrijwillige hulpverlening, de verschuiving in het maatschappelijk werkveld, en de persoonlijke dimensie van professionaliteit.Op de bijbehorende website zijn verwerkingsopdrachten en casu iek te vinden om de theorie uit het boek in praktijk te brengen.Het boek is bestemd voor studenten maatschappelijk werk (social work) in de laatste fase van hun opleiding, voor deelnemers aan vormen van postinitieel onderwijs en voor uitvoerend maatschappelijk werkers.Ad Snellen is als docent verbonden geweest aan de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Hogeschool Arnhem/Nijmegen.
Op het gebied van seksuele dienstverlening zijn de ontwikkelingen op het internet ronduit stormachtig. Er is weinig bekend over wat deze verplaatsing naar de digitale snelweg in de praktijk betekent voor jongens/mannen (M$M). Hoe zijn zij online op zoek naar klanten? Om welke aantallen gaat het? Is er veel veranderd in het contact met klanten? Boys Online / Boys Offline geeft een inkijk in deze virtuele schemerwereld, met een offline focus op de regio Den Haag. Van profielsites, chatboxen, webcamsites tot datingsites, Paul van Gelder en Léon van Lier hebben veel moeite gedaan om de uiteenlopende websites in hun onderzoek mee te nemen. Daarnaast hebben zij offline interviewgesprekken gehouden, zowel met jongens/mannen (M$M) als met Haagse instellingen en organisaties.Boys Online / Boys Offline brengt een doelgroep in beeld waarop bij hulp- en dienstverleners en beleidsmakers, en in de samenleving meestal het zicht ontbreekt.
Aan de slag met diversiteit voorziet in een behoefte van beroepskrachten in de dienstverlening. Dit boek geeft een concreet handvat om beter om te gaan met culturele diversiteit.Het boek maakt zowel de verschillen als overeenkomsten helder in denken en doen tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond. Voor een beter contact met de ander is een nieuwe manier van denken nodig over vraagstukken op het gebied van diversiteit: het diversiteitsdenken.Met het gebruik van het brugmodel wordt het diversiteitsdenken aan de hand van casussen uit de praktijk gedemonstreerd. Het doel is te komen tot een geslaagde cultuurbepaalde communicatie. Effectief communiceren met mensen uit verschillende culturen is het eindresultaat.Youssef Azghari verzorgt wereldwijd lezingen, debatten en workshops op het gebied van diversiteit. Hij is docent ‘communicatie, cultuur en ethiek’ aan Avans Hogeschool. Ook is hij als opiniemaker en commentator regelmatig te gast op de radio en televisie en publiceert hij in nationale en internationale media.
Kwaliteitszorg heeft de afgelopen jaren een steeds belangrijker plek gekregen binnen de instellingen voor educatie, zorg en welzijn. Steeds meer organisaties zijn overtuigd van het nut en de betekenis van kwaliteitszorg. Het maakt steeds meer onderdeel uit van de dagelijkse werkzaamheden binnen de instelling. Leidinggevenden en medewerkers zien dat kwaliteitszorg bijdraagt aan een kwalitatief hoogstaand aanbod en er voor zorgt dat instellingen met succes overleven.Dit boek geeft antwoord op de vraag wat kwaliteitszorg is en hoe je dit binnen de organisatie met succes kunt opzetten. Centraal daarin staat de uitdaging om te werken aan concrete verbeteringen waarbij voortdurend de creativiteit van zoveel mogelijk medewerkers wordt benut. Zo wordt de dienstverlening geoptimaliseerd en de organisatie in al haar facetten verbeterd. Het boek biedt tal van concrete methodische handreikingen. Het accent ligt op de non-profitsector. DoelgroepHet boek is geschreven voor (aankomend) functionarissen in dienstverlenende organisaties die op enigerlei wijze te maken hebben met kwaliteitszorg en kwaliteitsbeleid.
Het leven op de trampoline heb ik geschreven met de vele ervaringen die ik heb opgedaan. Onder ander met kinderen op scholen en het coachen van mensen in de zorg en de dienstverlening die te maken hebben met onstabiliteit(en). Kortom belevenissen die al vroeg in het leven kunnen beginnen. Niet dramatisch, maar realistisch. Dit boek is een vervolg van het eerste boek Van onzekerheid naar éénheid.
Geld roltgaat over de rol van professionals bij financiële bewustwording van jongeren. Docenten, begeleiders en maatschappelijk werkers hoeven geen financieel specialist te worden; wel is belangrijk dat zij een grotere rol gaan spelen bij het voorkomen van schulden bij jongeren. Professionals signaleren vaak als eerste problemen bij jongeren of nemen risicovol gedrag van de jongeren waar. Hoe kunnen zij een grote rol spelen bij preventie? En is dat wel haalbaar? Schulden oplossen is één, maar voorkomen is beter.Geld speelt een belangrijke rol in het leven van jongeren. Ze geven meer uit dan jongeren vroeger. De verleiding om dat te doen is ook groter. Reclamespotjes waarin rood staan en lenen als normaal worden voorgesteld, zijn inmiddels zelf normaal geworden. Van de werkende jongeren heeft tweederde een schuld van gemiddeld maar liefst 1.750 euro.Geld rolt geeft inzicht in de bestaande (internationale) literatuur over financiële bewustwording en schuldpreventie bij jongeren. Daarnaast doet het verslag van recent, grootschalig onderzoek van het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling van Hogeschool Utrecht. Dit onderzoek biedt nieuwe ideeën en werkwijzen voor professionals om jongeren te leren gezond met geld om te gaan, ook als het financieel bewustmaken van de jongeren niet hun hoofdtaak is.In het bijzonder komt de situatie van roc- en hbo-studenten, vmbo-scholieren, jongeren met een verstandelijke beperking en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren aan bod. Bij schuldpreventie bestaan immers geen blauwdrukken. Per groep (en daarbinnen per individu) zal moeten worden bekeken welke aanpak zinvol is.Geld rolt is geschreven voor alle professionals die met jongeren werken. Daarnaast is het gericht op studenten van de opleidingen sociaal-juridische dienstverlening, gerechtsdeurwaarder, pedagogiek en social work (SPH, MWD, CMV), de pabo en overige lerarenopleidingen.
Het terrein van de dak- en thuislozenzorg is volop in beweging. Het aanbod van instellingen wordt breder: van opvangvoorziening, woonvoorziening, begeleid wonen tot ambulante woonbegeleiding. Daarbij maakt de maatschappelijke opvang zich los van haar imago als vrijwilligersorganisatie. Zij professionaliseert en positioneert zich. De kwaliteit van het werk wordt steeds belangrijker. Vanzelfsprekend heeft dit consequenties voor de taakinhoud van medewerkers en de uitvoering van hulp- en dienstverlening.Over de drempel is het resultaat van twee praktijkverkenningen die zijn uitgevoerd binnen de organisaties van de maatschappelijke opvang in Utrecht en Amersfoort. De verkenningen hadden als doel om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het profiel van medewerkers laagdrempelige opvang en van ambulante woonbegeleiders.
Preventie strekt zich uit over grote delen van het maatschappelijk leven. Er zijn pestprotocollen voor het basisonderwijs, verzekeringsmaatschappijen bieden antirooktrainingen aan, de overheid investeert in terrorismepreventie en in programma’s voor vroegtijdige signalering van ADHD. Van hulp- en dienstverleners wordt verwacht dat zij tijd besteden aan de preventie van psychosociale of opvoedingsproblemen.In Preventie in de hulp- en dienstverlening beschrijven de auteurs op grond van een theoretisch kader hoe preventie ingepast kan worden in de hulp- of dienstverlening. Ze behandelen de gereedschappen die nodig zijn voor de uitvoering van preventieprojecten: een model voor projectmatig werken, voorlichting, advisering, ondersteuning en netwerkontwikkeling. Daarbij leggen zij de nadruk op de noodzaak van een modelmatige visie op preventie, en van een alerte houding voor het tijdig signaleren van problemen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met enkele studietaken gericht op kennisverwerving, verdieping van inzicht en toepassing van de bestudeerde stof.Dit boek is geschikt voor studenten social work en verwante opleidingen en voor professionals in zorg en welzijn.Sijtze de Roos is vrijgevestigd opleider, coach en organisatieadviseur en was docent aan de opleiding SPH en aan de masteropleiding Organisatie Coaching van de Haagse Hogeschool.Mart van Dinther is werkzaam als onderwijsontwikkelaar en hogeschooldocent bij de masteropleiding Pedagogiek van Fontys Hogeschool Pedagogiek te Sittard/Tilburg. Beide auteurs werkten als redactielid en medeauteur mee aan Methoden voor sociaal-pedagogisch hulpverleners.
Op diverse terreinen als justitie, sociale zekerheid en (jeugd)hulpverlening staan professionals met één been in de wereld van politiek, beleid en wetten, en met het andere been in de werkelijkheid van de straat en de spreekkamer. Zij bevinden zich in de frontlinie tussen hulp en recht. Hoe kunnen deze frontliniewerkers de ruimte die de regels bieden optimaal benutten? Hoe legitimeren ze hun beslissingen?Dit boek biedt (aankomende) frontliniewerkers praktijkgericht en theoretisch inzicht in het spanningsveld tussen hulp en recht. Aan de orde komen het ontstaan en de huidige status van de verzorgingsstaat, het gedachtegoed van de professionele hulp- en rechtspraktijk, de balans tussen de zorg- en de rechtenethiek, en de werkprincipes van de frontliniewerker. Daarbij stellen de auteurs steeds drie aspecten centraal: het contextgericht werken, de positie van de werkers en de beslissingsruimte waarover zij beschikken. Het boek besluit met de discussie over de zoektocht binnen instellingen om de kwaliteit van de dienstverlening weer centraal te stellen.In de frontlinie tussen hulp en recht is geschikt voor gebruik in sociaalagogische en (sociaal) juridische opleidingen, maar is ook waardevol voor alle professionals in de frontlinie.Op de website bij dit boek staan verwerkingsopdrachten en aanvullend materiaal.Over de auteurJacquelien de Savornin Lohman is jurist en emeritus hoogleraar Sociale Hulpverlening bij de Universiteit van Amsterdam. Hannie Raaff is docent aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening van Hogeschool Zuyd in Sittard. Daarvoor was zij zelf werkzaam op diverse posities in de frontlinie. Voor deze derde druk heeft zij de teksten herzien.
Excellente publieke dienstverlening is vriendelijk, snel en gericht op de behoefte van klanten. Dat is vanzelfsprekend, maar gaat niet vanzelf. Niet voor een dienstverlener en niet voor een publieke organisatie. Een dienstverlener kan met hulp van de inzichten van de Tolteken leren minder gevoelig te worden voor storende elementen. Vriendelijk zijn is te oefenen door een spiritualiteit van het dagelijkse leven te ontwikkelen die gericht is op persoonlijk evenwicht. Dan is een klantvriendelijke bejegening makkelijker vol te houden, ook als de omstandigheden minder ideaal zijn. Een organisatie kan leren klantgerichter te worden door meer van ‘buiten naar binnen’ te werken: eerst luisteren naar de behoeften van klanten en daarna realistische en concrete beloften (servicenormen) doen over de kwaliteit van de dienstverlening. Door deze servicenormen transparant en op de plek van de dienstverlening te openbaren, gaan medewerkers naar die servicenormen presteren. In de publieke sector wordt veel gesproken over klantgerichtheid, de klant centraal stellen en over bejegening. "Walk your talk!’Met twee effectieve tools op pad naar klantgerichte dienstverlening, de inzichten van de Tolteken voor de dienstverlener en servicenormen voor de organisatie. Samen sta je sterker.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) brengt ten tijde van de kabinetsformatie altijd een memorandum uit over trendmatige ontwikkelingen in de publieke dienstverlening en de gevolgen die deze ontwikkelingen hebben voor de publieke uitgaven in de komende kabinetsperiode. Het omvat ramingen van het gebruik van diensten op terreinen als: onderwijs, zorg, politie, justitie, sociale zekerheid, kinderopvang, cultuur, recreatie en openbaar vervoer. Deze ramingen worden naast de bestaande ramingen van de betreffende ministeries gelegd om potentiële knelpunten op te sporen.Naast ramingen bevat dit Memorandum ook een historische analyse van de kostenontwikkeling van publieke dienstverlening. Kernbegrippen hierin zijn: de vergrijzing van de bevolking, het toenemend beroep op publieke voorzieningen, de achterblijvende arbeidsproductiviteit en de toenemende loonkosten per werknemer. Ten slotte gaat dit memorandum in op het profijt dat verschillende inkomensgroepen hebben van overheidsvoorzieningen en het oordeel van burgers over het gevoerde overheidsbeleid en mogelijke bezuinigingen op de publieke dienstverlening. Het is de bedoeling dat deze kengetallen en analyses een bijdrage leveren aan de politieke besluitvorming voor een nieuw coalitieakkoord.
‘In mijn huis doe ik alles zelf. Ik heb op school leren koken. Ik heb het bij mijn ouders thuis ook al vaak gedaan. Ik verzorg mijn tuin en ik verzorg mijn planten. Huishoudelijk werk doe ik ook zelf. Ik ben tevreden over mijn huis.’Al geruime tijd is in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking een ontwikkeling aan de gang om hun vragen, wensen en behoeften steeds meer centraal te zetten. Het zo goed mogelijk bepalen van de wensen en vragen die cliënten hebben, en hun behoefte aan professionele ondersteuning, is de basis voor goede zorg en dienstverlening. Henriette Visser doet in Vraagverheldering in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking verslag van een onderzoek bij instellingen voor verstandelijk gehandicaptenzorg in de provincie Utrecht. Het onderzoek had als doel om na te gaan hoe zorgaanbieders omgaan met het concept ‘vraag- en behoefteverheldering’. Het onderzoek laat zien dat ‘vraag- en behoefteverheldering’ niet vanzelfsprekend is. Het vraagt een vraaggerichte cultuur in alle lagen van de organisatie, en om specifieke professionele competenties. Kernbegrippen die naar voren komen zijn onder andere dialogisch werken, het versterken van de eigen mogelijkheden van de cliënt, netwerksamenwerking en persoonlijke zorgplanning.
Ergovaardig is een herziening van de reeks Ergotherapeutische vaardigheden, uitgegeven door Lemma in veertien delen tussen 2003 en 2006.In deze nieuwe druk, bestaande uit drie delen, zijn bestaande vaardigheden herschreven en zijn nieuwe vaardigheden toegevoegd. Net als in de eerste druk zijn de vaardigheden die worden aangeboden exemplarisch voor het ergotherapeutische vaardighedenrepertoire en vormen een basis voor de meest voorkomende en kritieke ergotherapeutische vaardigheden.De in Ergovaardig opgenomen vaardigheden zijn geschreven met aandacht voor cliëntgericht werken, evidence based practice en occupation based ergotherapie, volgend op en passend bij ontwikkelingen binnen het beroep.Deel 3 van Ergovaardig gaat over het adviseren binnen het ergotherapeutische proces, een proces waarin je als ergotherapeut adviseert ten gunste van de cliënt. Dat betekent echter niet dat je altijd de cliënt zelf van advies voorziet. Het kan ook zijn dat je de mantelzorger of hulpverlener een advies geeft, waardoor de cliënt op een adequatere of betere manier van zorg of dienstverlening wordt voorzien.Op het adviseren als ergotherapeut. Omdat adviseren een specifiek en ander onderdeel is van ergotherapie, is hier een apart deel van Ergovaardig aan gewijd.
POLITIE- PolitieacademiePolice Academy of the NetherlandsDe reeks Politiekunde is een uitgave van het Onderzoeksprogramma Politie& Wetenschap, een zelfstandig onderedeel van het Kennisnetwerk van de Politieacademie.Politie en Wetenschap is ingesteld om een stimulans te geven aan de toegepast wetenschappelijke kennisontwikkeling op het gebied van politie en veiligheid, de daarvoor benodigde kennisinfrastructuur en de daadwerkelijke benutting van onderzoeksrapporten en-resultaten in politiepraktijk, beleid en opleiding. Publicaties in de reeks politiekunde betreffen in het algemeen concrete hand-leidingen, modellen, instrumenten of werkwijzen die direct bruikbaar zijn voor de politiepraktijk. Ze zijn veelal de uitkomst van onderzoek dat is verricht in het kader van het meerjarige onderzoeksprogramma, de kernactiviteit van Politie en Wetenschap.In deze uitgave staat het aangifteproces centraal en de wijze waarop dat door en binnen de korpsen kan worden vormgegeven op een wijze die optimaal tegemoet komt aan de wensen en belangen van zowel aangevers (burgers) als de politie zelf. Het doen van aangifte vormt een van de belangrijkste contact-momenten van burgers met de politie en ervaringen ermee zijn sterk bepalend voor de tevredenheid van burgers over het optreden van de politie. De organisatie van de aangifteafhandeling. Al dan niet als onderdeel van een breeder proces van service en dienstverlening. Heeft dan ook niet voor niets hoge prioriteit bij de politie.Het blijkt echter verre van eenvouding om de wensen van burgers systematisch te vertalen naar een geode aangifteafhandeling. Bovendien is het bieden van optimale service op zichzelf niet voldoende. Het opnemen van aangiften vormt namelijk ook het starpunt voor een groot aantal bedrijfsvoerings-en operationele processen in korpsen, zoals incident-en daderregistratie en ook opsoporing., Het streven naar een toepassingspraktijk waarin beide invalshoeken op efficiënte en effectieve wijze worden gecombineerd staat nog in de kinderschoene