Angst, twijfel, onzekerheid, ziekte, eenzaamheid, dood.....Dit zijn in ieder mensenleven gebeurtenissen, waaraan op geen enkele wijze te ontkomen is, en waarbij geen levensbeschouwing, geen wetenschap, geen sociaal leven meer troost lijkt te kunnen bieden.Voor de westerse mens is het denken het grote probleem. Door de ontwikkeling van de wetenschap is er een steeds groeiende feitenkennis, maar het geloof is uit de tijd, evenals het zeker weten. Als we vertroosting zoeken in tijden van twijfel en eenzaamheid, moeten we dan dit denken verlaten en ons wenden tot andere gebieden van het leven (zoals meer contact krijgen met je gevoel)?Of is in onze verstandskultuur juist dit verstand het aangrijpingspunt om te komen tot een geloof door zeker weten?In dit boek worden we opgeroepen om dat probleem van de westerse mens - het denken - zelf te leren beleven, om vanuit deze beleving te komen tot eigen inzicht in de weg, die uit de duisternis van het verstand wegleidt.Juist daar, waar die schemering valt, vinden we het licht, dat twijfel en eenzaamheid, maar ook ziekte en dood verlicht. Zeker weten is niet modern, en men zou kunnen zeggen dat dit boek een opleving van een verouderd idealisme is. Die tegenwerping kan alleen gemaakt worden, als men over het hoofd ziet dat in dit werk een stap wordt gezet, die alle oude vragen in een nieuw licht doet verschijnen. Het is de stap van de zelfbeleving van het denken, waardoor een zelfkennis mogelijk wordt, die enerzijds een wetenschappelijk karakter aanneemt, die anderzijds tevens de weg is naar een moderne mystiek.Zo klinkt in de 20e eeuw de oude oproep aan de nieuwe, zelfbewuste mens:GNOTHI SEAUTONMens, ken uzelf!Mieke Mosmuller-Crull werd in 1951 in Amsterdam geboren en is sinds 1978 werkzaam als arts.
Doormiddel van het bespreken van een aantal analyses van de werken van Rembrandt, onderzoekt Mieke Bal de traditionele grenzen tussen literaire en visuele analyse<br/><br/>In 'Reading Rembrandt: Beyond the Word-Image Opposition' onderzoekt Mieke Bal de toepasbaarheid van een interdisciplinaire methodiek voor beeldende kunst en literatuur. Door de bestudering van een reeks van kunstanalyses van de werken van "Rembrandt" – van hedendaagse kunstkritieken tot de verschillende wijzen waarop men vroeger de werken van Rembrandt bekeek en becommentarieerde – onderzoekt Mieke Bal de traditionele grenzen tussen literaire en visuele analyse. Mieke Bal bekijkt op deze manier onder andere de complexe materie van ‘gender’ en de rol van vrouwen in het werk van Rembrandt.<br/>De methoden die in deze studie worden gebruikt zijn afkomstig van zowel binnen als buiten de geschiedenis van de kunst. Ze tonen aan dat de gevoeligheid van een auteur voor de visuele aspecten van het werk van Rembrandt belangrijk zijn als het gaat om de vorming van een visie op het werk van Rembrandt. <br/><br/>Mieke Bal weet een nieuwe dimensie toe te voegen aan een oude meester, een perspectief met enorme consequenties voor onze opvattingen over gender, de kunstenaar, en de handeling van het lezen.<br/><br/>Prof. dr. M.G. (Mieke) Bal (1946) is hoogleraar Theoretische literatuurwetenschap en vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam, en benoemd tot Akademiehoogleraar vanwege haar originele bijdragen aan de narratologie (verteltheorie), en aan de toepassing van de literaire theorie op de beeldende kunsten.
Vordenvan twaalf bakkers naar drieIn 1958 verhuisden Herman Joost Kerkhoven en Cornelia Johanna Rhijnsburger van Lochem naar Vorden. Ze vestigden zich er met hun bakkerszaak aan Het Hoge, temidden van maar liefst elf concurrenten. In 1970 stopten zij noodgedwongen. In 2006 zijn er nog maar dr ie bakkers in Vorden. In zeven hoofdstukken ontsluiert Rob Kerkhoven de geheimen - als die er zijn - van het ouderlijke bakkersbedrijf, van de collega's/concurrenten in Vorden van de Nederlandse bakkers. Hij doet dat in een deels empirische, deels biografische, deels romaneske, deels sociaal-economische studie, die vooral gebaseerd is op authentiek materiaal, op verifieerbare door vele betrokkenen bevestigde feiten. Maar wees gewaarschuwd: zonodig en waar mogelijk aarzelt hij niet om zich naar hartelust te vergrijpen aan het instrumentarium van de fictieschrijver.Rob Kerkhoven - 25 maart 1951, Utrecht debuteert als schrijver met 'Vorden, van twaalf bakkers naar drie'. Hij werd geboren in het bakkersgezin van Herman Joost Kerkhoven Cornelia Johanna Rhijnsburger. Hij was hun oudste. Hij groeide op in de Achterhoek, eerst tot z'n zevende. bijna achtste in Lochem. daarna in het naburige Vorden, tot z'n negentiende. Na een blauwe maandag in het legergroen schreef hij zich in aan de Universiteit van Amsterdam en werd ingelijfd bij het Historisch Seminarium aan de hoofdstedelijke Herengracht. In 1983 was het dan toch nog zo ver: het doctoraal werd binnengehaald. De schrijver in spe vond emplooi aan het Prof. Ter Veen Lyceum (nu Zuyderzee College) in het verre Emmeloord - 'in Emmeloord eindig je aan het koord' (bekend polderiaans gezegde). Toen de strop angstwekkend naderbij kwam, dotterde hij met succes z' n dichtgeslibde schrijfader. Columns in de Leeuwarder Courant en de Heerenveense Courant waren het tastbaar tastbaar resultaat. Plus dit boekje!
Mieke Aerts, de eerste die de Wilhelmina Drucker leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam bezet, breekt in DE VECHTJAS een lans voor de herwaardering van vechten als politieke activiteit en onderwerp van historisch onderzoek. Men is het er algemeen over eens dat Nederland een lange traditie kent van relatief weinig geweld binnen de grenzen. Dat heeft geweld buiten de grenzen, zoals in diverse koloniale oorlogen, overigens niet in de weg gestaan. Nederland kent ook een lange traditie waarin overleg en consensus hoger worden gewaardeerd dan polarisatie en confrontatie. Daarin hebben weliswaar periodes van openlijke en soms ook gewelddadige politieke strijd, zoals aan het eind van de achttiende en de negentiende eeuw, of in de jaren 1960 en 1970 van de twintigste eeuw, niet ontbroken. Het is typerend voor de Nederlandse politieke cultuur dat in beide gevallen de strijd zo snel mogelijk in het vergeetboek is bijgeschreven, terwijl niettemin op de resultaten van de strijd wordt voortgebouwd.Deze dubbelzinnige verhouding tussen Nederlanders en het al dan niet gewelddadige politieke gevecht wordt steeds in termen van sekse voorgesteld. Aan de ene kant staat de vechtjas, een soldateske machoman, bij niemand echt populair, aan de andere kant staan vrouwen die het gevecht op afstand bezien en zich aan dat mannengedoe niet willen branden. Deze symboliek mag dan misschien niet de werkelijke politieke geschiedenis van Nederland beschrijven, toch is ze wel degelijk herkenbaar, bijvoorbeeld in de geschiedenis van de vrouwenbeweging als de neiging om feminisme niet als een soms harde politieke botsing op te vatten, maar als uitdrukking van een hoger, moreel gelijk.De morele superioriteit van vredesvrouwen staat dan voor de Nederlandse politieke cultuur in het algemeen: Nederland gidsland, waarin burgers ver van het rumoer van de krijgsmacht van hun welvaart genieten, maar nauwelijks repertoire hebben opgebouwd om op te komen voor wat hen dierbaar is of ruzies daarover met andere burgers te kunnen incassere
"Pensioenfondsen zijn organisaties met een maatschappelijke doelstelling, namelijk het zorgen voor een goede oudedagsvoorziening voor hun deelnemers. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Wie gedurende zijn werkzame leven premies voor zijn pensioen afdraagt, verwacht terecht een goed pensioen.Om die toekomstige pensioenen te kunnen garanderen beheren pensioenfondsen grote vermogens. Ook dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Een goed rendement op deze vermogens is nodig om pensioenen goed en betaalbaar te houden. De beleggingen van pensioenfondsen blijven echter niet onopgemerkt. Men verwacht terecht dat pensioenfondsen hun vermogens verantwoord beleggen.Het thema ‘verantwoord beleggen’ staat al geruime tijd op de agenda, hoewel dat van fonds tot fonds verschilt. Na de crisis op de aandelenmarkten in 2001, concentreerden veel pensioenfondsen zich vooral op hun financiële positie. De inzet was allereerst het aanleggen van nieuwe buffers. Die waren nodig om de pensioenuitkeringen waardevast te houden en toekomstige schokken op de financiële markten op te vangen. In het opbouwen van buffers zijn de Nederlandse pensioenfondsen de laatste jaren uitstekend geslaagd.De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) wil de discussie blijven voeren over dit onderwerp, met de fondsen, maar ook met haar maatschappelijke omgeving. Dit was de reden om Marleen Janssen Groesbeek te vragen dit boekje samen te stellen. Met fraaie interviews en pittige uitspraken, een interessante uitgave voor mensen binnen en buiten de pensioenwereld.Marleen Janssen Groesbeek (1963) is redacteur bij Het Financieele Dagblad met als specialiteiten duurzaam ondernemen en corporate governance. Ze studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 2007 publiceerde ze samen met Mieke Bello en Peter de Bruin een boek over leiderschap met de titel ‘Wie is de baas?’ Daarnaast heeft ze diverse boeken op haar naam staan over verantwoord ondernemen. Zij heeft op dit terrein veelvuldig samengewerk
Na 11 september 2001 waren commentatoren het over één ding eens: de aanslagen zouden een einde maken aan het postmodernisme en alles wat daarmee werd geassocieerd. Thomas Vaessens laat zien dat in de literatuur al langer aan het postmodernisme werd getwijfeld. Eind jaren tachtig vroegen schrijvers zich al af of ze niet te ver waren doorgeschoten in hun neiging tot ‘deconstructie’. Hadden ze het niet onmogelijk gemaakt ergens in te geloven – in het nut van literair engagement bijvoorbeeld? Derevanche van de roman gaat over de zoektocht naar nieuw engagement van schrijvers als Frans Kellendonk, Arnon Grunberg, Joost Zwagerman en Charlotte Mutsaers.Thomas Vaessens is hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde vele boeken en artikelen over Nederlandse literatuur. Het verschijnen van De revanche van de roman in 2009 deed in Nederland en Vlaanderen veel stof opwaaien. Inmiddels is het boek toe aan zijn derde druk.
Het verhaal van je leven is het verhaal van je brein. Dat begint in de baarmoeder, waar de hersenen gevormd worden op een manier waar je je leven lang niet meer vanaf komt. Dick Swaab volgt in Wij zijn ons brein de mens vanaf de conceptie tot en met de dood. Na een leven lang onderzoek naar de werking van het menselijk brein is Swaab dÚ autoriteit. Hoe zit dat nou precies met de hersenen van pubers, wat gebeurt er als je verliefd bent, en valt homoseksualiteit te verklaren, en wat gebeurt er wanneer alzheimer toeslaat? De zin en onzin van therapie, antidepressiva en alternatieve geneeswijzen, agressie, moreel gedrag en geloof, meditatie: alles wordt beschreven in Wij zijn ons brein. Ook schrijft Swaab over wat er mis kan gaan: hersenbeschadiging, ziektes, psychische problemen en bijna-doodervaringen. Dit is hÚt boek over het brein: van de basisbegrippen (wat zijn gedachten, hoe maken we beslissingen, hoe kan ons gedrag worden verklaard?) tot en met het meest geavanceerde onderzoek (hoe zijn defecten in de hersenen in de toekomst te repareren en hoe zijn hersenziektes te genezen?). Na lezing van dit boek zul je beter begrijpen waarom je bent wie je bent.Over de auteurDick Swaab is hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam en was dertig jaar lang directeur van het Nederland Instituut voor Hersenonderzoek. Hij schrijft voor een breed scala aan kranten en tijdschriften: van Nature tot en met NRC Handelsblad.
Sinds de jaren negentig zijn migratie en integratie niet meer weg te denken uit het publieke debat. De politieke polarisatie tussen voor- en tegenstanders van immigratie en multiculturaliteit is zelfs zo hoog opgelopen dat er vervaarlijke scheuren in de samenleving zichtbaar worden. In dit debat lijken meningen belangrijker dan feiten en worden historische parallellen te pas en te onpas ingezet om de toekomst te voorspellen. Nuchterheid en kennis worden node gemist als we de balans willen opmaken wat immigranten de Nederlandse samenleving hebben gebracht.In Winnaars en verliezers gaan Leo en Jan Lucassen systematisch na hoe de immigratie in verschillende periodes moet worden verklaard en wat de effecten ervan zijn op de korte en de lange termijn. Zij doen dit aan de hand van de begrippen winst en verlies, zowel ‘berekend’ voor de migranten zelf als voor de ontvangende samenleving. Op die manier ontstaat een evenwichtiger oordeel over de betekenis van immigratie voor de Nederlandse samenleving in heden en verleden.Over de auteursLeo Lucassen (1959) is hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit van Leiden.Jan Lucassen (1947) is senior medewerker verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (iisg) en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.Samen publiceerden zij onder meer de bundels Migration, Migration History, History (1997) en Migration History in World History (2010).
Zijn verslaafden patiënten, zwakkelingen of gewoon lastpakken? Moet hun behandeling zich richten op afkicken of op het ondersteunen van chronisch, gecontroleerd gebruik? In Ziek of zwak schetst Gemma Blok de historische achtergrond bij deze actuele discussies. De Nederlandse verslavingszorg ontstond eind negentiende eeuw vanuit de wens drankzuchtigen te ‘redden’ en genezen. Naast afkicken ontstond na de nodige strijd binnen de sector een tweede doelstelling: ‘harm reduction’, het beperken van de sociale en medische schade die een verslaving aanricht. De geschiedenis van de verslavingszorg wordt gekenmerkt door tegenstrijdigheden. Men startte vanuit de overtuiging dat verslaafden geen criminelen zijn, maar patiënten. Toch werkte de sector lange tijd nauw samen met justitie. En hoewel de verslavingszorg zich keerde tegen de aloude idee dat verslaafden slappelingen zijn, kampten hulpverleners zelf ook regelmatig met gevoelens van weerzin en ergernis ten opzichte van hun klanten. Deze kloof tussen ideaal en realiteit loopt als een rode draad door de geschiedenis van de verslavingszorg. Toch heeft het streven naar medicalisering van verslaving ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de inmiddels wijdverbreide opvatting dat onmatige drank- en drugsgebruikers onze solidariteit en mededogen verdienen. Gemma Blok is universitair docent aan de Leerstoelgroep Nederlandse Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam, en gastdocent Medische Geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Eerder verscheen van haar bij Nieuwezijds Baas in eigen brein.
'Alfa's schrijven de geschiedenis, maar bÞta's mßken de geschiedenis,' liet minister Plasterk zich eens ontvallen. Deze uitspraak illustreert hoe onzichtbaar doorbraken in de alfawetenschappen zijn. Panini, Valla, Scaliger, Bopp en Benjamin zijn niet bekend bij het grote publiek. Toch hebben hun ontdekkingen de wereld veranderd. Hoewel er zelden sprake is van wetten, zijn er wel verbanden, structuren en regels te vinden in taal, literatuur, muziek en kunst. In dit boek laat Rens Bod zien hoe vanaf de Oudheid alfawetenschappers uit India, China, Afrika en Europa zijn omgesprongen met hun materiaal en welke patronen zij hebben gevonden. Hun bevindingen hebben de maatschappij ingrijpend be´nvloed: de ontdekking van een grammatica voor het Sanskriet leidde tot de eerste programmeertalen, de ontdekking van harmonische samenklanken resulteerde in het ooit dominante wereldbeeld 'de harmonie der sferen'. De zeventiende-eeuwse ontdekking dat er farao's leefden v¾¾r de Schepping mondde uit in de Verlichting, terwijl de ontdekking dat talen aan elkaar verwant zijn de genetica inluidde. Kortom, als er ÚÚn patroon naar boven komt, is het dat alfawetenschappers geschiedenis maken, net als bÞta's, en deze nog schrijven ook. Over de auteurRens Bod is hoogleraar cognitiewetenschappen aan de Universiteit van St. Andrews (gb) en leidt een bekroonde onderzoeksgroep aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef boeken over (de geschiedenis van) taal- en muziekmodellen en organiseerde conferenties over de geschiedenis van de geesteswetenschappen. Sinds zijn jeugd vraagt hij zich af waarom er geen overzichtsgeschiedenis van de alfawetenschappen bestaat. Met dit boek wil hij in deze leemte voorzien.
De dagboeken van Joseph Goebbels (1933-1945) zijn een unieke bron over de geschiedenis van het Derde Rijk. Goebbels, onder Hitler de minister van Volksvoorlichting en Propaganda, noteerde vrijwel dagelijks zijn belevenissen, gevoelens, besluiten en ambities. Fascinerend zijn de verslagen van zijn gesprekken met kopstukken uit de nazi-elite, met name ontmoetingen met Adolf Hitler.De dagboeken volgen de ontwikkelingen op de voet. Goebbels neemt de lezer mee vanaf de machtsovername door de nazi’s in 1933, via de glorieuze overwinningen in de internationale politiek en op het slagveld, tot en met de apocalyps in de straten van Berlijn. De dagboeken geven nieuwe inzichten in de strategie en de motieven van de nazi’s, in de dagelijkse praktijk van censuur en propaganda en in dramatische gebeurtenissen zoals de Holocaust. Bovendien krijgen we door de dagboeken een interessant beeld van het persoonlijke leven van Goebbels: zijn omgang met prominente kunstenaars als Richard Strauss, Wilhelm Furtwängler, Leni Riefenstahl en talloze andere bekende namen uit die tijd. Maar natuurlijk lezen we ook over zijn buitenechtelijke affaires en over zijn turbulente huwelijk met Magda.Deze unieke getuigenissen uit het hol van de leeuw zijn verplichte kost voor iedereen die zich interesseert voor de zwartste bladzijde uit de Duitse én Europese geschiedenis.Over de auteursWillem Melching is werkzaam als historicus aan de Universiteit van Amsterdam.Marcel Stuivenga is als freelancehistoricus werkzaam voor verschillende musea en onderwijsinstellingen. Ze hebben diverse titels op hun naam staan, waaronder een drietal delen in de succesvolle Ooggetuigen-reeks.
Snelle stemmingswisselingen, woedeaanvallen en een allesoverheersende angst dat de mensen die ze liefhebben bij hen weggaan. Impulsieve beslissingen, zelfmoordgedachten en het gevoel de controle compleet kwijt te raken. Voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis is het leven een emotionele achtbaan, elke dag weer. De sterke wisselingen in gedachten, stemmingen en gedrag hebben echter niet alleen grote impact op het dagelijkse leven van mensen met borderline zelf. Ook anderen - en zeker hun directe omgeving - ervaren de gevolgen van hun onvoorspelbare en soms explosieve gedrag. Zoals Iris, moeder van twee dochters met borderline, het verwoordt:'Ik zeg weleens: zij hebben borderline, maar wij krijgen het... Wij gaan verplicht mee met alle pieken en dalen.' Hoe is het om borderline te hebben? En hoe is het om samen te leven met iemand met borderline?Voor Borderline belevenissen heeft Kitty van der Heijden mensen met borderline en hun naasten geïnterviewd. Hun eerlijke antwoorden schetsen zonder uitzondering een aangrijpend beeld van een leven vol pieken en dalen. Met veel frustratie en verdriet, maar soms ook met intense en mooie momenten. De indrukwekkende ervaringsverhalen bieden niet alleen herkenning en troost, maar bevatten ook tips om met borderline om te gaan. Zowel voor mensen met borderline, als voor hun dierbaren en naastbetrokkenen.Over de auteurKitty van der Heijden studeerde psychologie en communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en werkt als freelance arbeids- en organisatiepsycholoog.
Wat als iemand zich chronisch moe voelt, of voortdurend pijn heeft, en de dokter heeft alle medische testjes gedaan maar kan niets vinden? Dan staat de arts voor een raadsel en belandt de patiÙnt in de enorme restbak van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Tot frustratie van de patiÙnt wordt de oorzaak dan vaak 'tussen de oren' gezocht. Hoewel patiÙnten soms wel een diagnose krijgen, zoals fibromyalgie, chronisch-vermoeidheidssyndroom of prikkelbare-darmsyndroom, biedt die vaak weinig soelaas.In De dokter kan niets vinden geeft Jan Houtveen aan de hand van recent wetenschappelijk onderzoek antwoord op vragen als: Wat gebeurt er in het brein? Bestaat hyperventilatie? Waarom hoor je zo vaak dat de klachten beginnen na een virusinfectie? Waarom gaat pijn zo vaak samen met vermoeidheid?Houtveen laat zien dat psychologische factoren beslist een rol spelen, maar dat een puur psychologische verklaring te kort door de bocht is. De dokter kan niets vinden biedt een overzicht van actuele kennis en nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Door de heldere uitleg en de concrete voorbeelden worden 'vage klachten' voor de lezer steeds minder vaag. De dokter kan niets vinden is een aanrader voor iedereen die - al dan niet beroepshalve - meer wil weten over het raadsel van medisch onverklaarde klachten.Over de auteurJan Houtveen (1964) promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het gebied van psychologische en fysiologische reacties op stress. Sinds 2001 is hij verbonden aan de afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Utrecht, waar hij zich bezighoudt met onderwijs en onderzoek op het gebied van medisch onverklaarde lichamelijke klachten.
De NSB is het oersymbool van rechts-extremisme in Nederland. In dit boek wordt de ontstaansgeschiedenis van de NSB voor het eerst systematisch en met gebruikmaking van alle beschikbare archieven beschreven.In het interbellum kwamen in Nederland allerlei kleine radicale partijen op, ge´nspireerd door het Italiaanse fascisme van Mussolini. De meeste verdwenen in korte tijd, doorgaans na inmenging van querulanten en politieke dwaallichten (de parallel met het heden dringt zich op). De Nationaal Socialistische Beweging van ir. Anton Mussert, opgericht in 1931, was de eerste extreem-rechtse partij die langer standhield. De historici Te Slaa en Klijn beschrijven hoe de NSB haar eigen nationale variant van het fascisme probeerde te ontwikkelen, maar zich niet kon onttrekken aan de invloed van Hitlers Derde Rijk. Het 'Nederlandsche nationaal-socialisme' kreeg daardoor steeds meer nazistische trekjes.Over de auteursRobin te Slaa (1969) en Edwin Klijn (1970) zijn beiden als historicus opgeleid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van hun hand verschenen verspreide artikelen over linksenrechts-extremisme en de NSB in Nederland.
Het is het voorjaar van 1348. Pestepidemieën rukken op richting Vlaanderen en er is al langer sprake van maatschappelijke onrust. In deze roerige setting legde een kopiist de laatste hand aan zijn boek. Hij had een hele prestatie geleverd: 618 bladzijden had hij volgeschreven met passages uit de Bijbel en andere geestelijke teksten in het Nederlands. Had hij ooit kunnen bevroeden dat zijn boek een van de schatkamers van de Middelnederlandse letterkunde zou worden? Het boek heeft de eeuwen goed doorstaan. Binnen de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam behoort handschrift I G 41 tot de topstukken. Esther Jonker heeft dit intrigerende object, het Amsterdams Perikopenboek, onderworpen aan een integrale analyse. Zij bespreekt de letterkundige aspecten van een van de oudste prozahandschriften in het Nederlands, als ook de sociaal-culturele en religieuze achtergronden. Met een synthese van de uitkomsten van haar onderzoek werpt Jonker een nieuw licht op de context van de vroegste Nederlandse Bijbelteksten.
Aan het eind van de negentiende eeuw voltrok zich niets minder dan een revolutie. Was het lezen van literaire, opiniërende en informatieve boeken, tijdschriften en kranten in 1850 voorbehouden aan een smalle bovenlaag, binnen een halve eeuw veranderde dit fundamenteel. Meer mensen dan ooit kwamen in aanraking met drukwerk en konden kennisnemen van het literair erfgoed, zich mengen in de discussies van de dag en door zelfstudie hopen op een betere toekomst. Tegelijkertijd werden politieke en levensbeschouwelijke bewegingen zich bewust van de mogelijkheden om via eigen bibliotheken, kranten en tijdschriften hun visie op de samenleving uit te dragen. Wie de negentiende-eeuwse lezers waren en welke boeken ze lazen, is nauwelijks bekend. Lazen ze flodderromans of literaire meesterwerken, vooral stichtelijke werken of ook pikante verhalen en wat waren de toenmalige bestsellers? Hoe kwamen deze lezers aan hun boeken? In Een stad vol lezers onderzoekt Boudien de Vries de Haarlemse leescultuur en schetst tegelijkertijd een beeld van de negentiende-eeuwse Nederlandse lezer. Boudien de Vries is universitair hoofddocent Sociale Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Meetkunde is een nuttig vak met veel toepassingen. Maar wat de studie van de meetkunde zo boeiend maakt is het gevoel van verwondering dat je telkens overkomt: waarom gaat een drietal bijzondere lijnen door één lijn, waarom liggen er zoveel bijzondere punten op één cirkel? Het gevoel van: wat zit de wereld van de wiskunde toch mooi in elkaar.Het doel van dit boek is het geven van een toegankelijke presentatie van de meest voorkomende begrippen van de vlakke meetkunde en de elementaire ruimtemeetkunde. Een aantal hoofdstukken kunnen onafhankelijk van elkaar worden gelezen, dit is in de inleiding aangegeven. Er is veel ruimte gegeven aan bewijzen maar het is ondoenlijk om alles te bewijzen, althans in dit bestek. Ruim twee honderd opgaven en aanwijzingen nodigen uit om mee te denken over de stof.Prof. dr. J.M. Aarts werd in 1938 geboren te Sittard, studeerde wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde daar op een onderwerp uit de topologie bij J. de Groot. Hij was gedurende het jaar 1966-'67 werkzaam aan het M.I.T. in de VS en is sinds 1967 verbonden aan de Technische Universiteit te Delft, eerst als lector, sinds 1973 als hoogleraar. Zijn publicaties betreffen de topologie, aanvankelijk compactificatie- en dimensietheorie, tegenwoordig ook topologische dynamica. Zijn eerste hobby is tennis.
In samenwerking met K.G. Saur Verlag in München verschijnt sinds 2002 bij Amsterdam University Press onder redactie van prof. dr. C.M. Rüter en dr. D.W. de Mildt de prestigieuze serie Justiz und NS-Verbrechen, waarin de complete verzameling van na-oorlogse vonnissen betreffende nazi-misdrijven wordt gepubliceerd (die 50 delen in totaal zal beslaan). Naast de West-Duitse serie verschijnen nu ook de Oost-Duitse vonnissen in eigen band (die 15 delen in totaal zal beslaan). De strafzaken die in deze delen aan de orde komen hebben ondermeer betrekking op de vervolging en uitroeiing van joden in Duitsland zelf en elders in bezet Europa. Zo vindt men in de West-Duitse delen bijvoorbeeld het vonnis tegen de rechters in de zeer beruchte ‘Rassenschande’-zaak tegen Leo Katzenberger uit 1942. Ook treft men er het rijk gedocumenteerde vonnis aan tegen de voormalige Judenreferent van het Auswärtige Amt, Franz Rademacher, die ondermeer betrokken was bij de deportatie van joden uit Nederland, België en Frankrijk. In het deel betreffende de Oost-Duitse vonnissen kan men onder andere nauwkeurig nalezen waarom de hoogste rechtbank van de DDR meende de West-Duitse staatssecretaris en rechterhand van Bundeskanzler Adenauer, Dr. Hans Globke, tot een levenslangegevangenisstraf te moeten veroordelen vanwege zijn aandeel in de jodenvervolging.Voor uitvoeriger informatie over het project ‘Justiz und NS-Verbrechen’ van de Universiteit van Amsterdam bezoekt u de bijbehorende website: www1.jur.uva.nl/junsv
Niet veel meer dan vijf eeuwen scheiden Gutenberg van de internetrevolutie. In Profijtelijke boekskens laat Willem Heijting zien hoe in dat tijdperk het medium van de drukkunst werd ingezet voor de verbreiding van religieuze denkbeelden. Een nog onzekere markt en de onderdrukking van de reformatie kenmerken de eerste periode.Daarna wordt het gedrukte boek ingezet voor een massaal vroomheidsoffensief, zowel ten gunste van de ‘bevoorrechte kerk’ asl van alternatieve stromingen. Het zoeken naar nieuwe identiteiten kenmerkt de jaren rond 1800 en daarna. Asl in de twintigste eeuw de macht van en de liefde voor het boek een toppunt bereiken, breken nieuwe media door. Door de eeuwen heen,zo maken de zeventien case-studies in deze bundel zichtbaar, is er een spanningsveld geweest tussen hat religieuze ideaal, de politieke en maatschappelijke realiteit en het geldelijke gewin.Dr. Wiilem Heijting(1943) was tot 2005 conservator bij de Universitetisbibliotheek van de Vrije Universiteit te Amsterdam, tevens hoofd van het studiecentrum voor Protestantse Boekcultuur. Daarna was hij adjunctdirecteur van deze bibliotheek. Als boek- en kerkhistoricus publiceerde hij De catechismi en confessies in de Nederlandse reformatie tot 1585 (2 delen, 1989) en diverse andere publicaties op het raakvlak van beide disciplines.
In deze studie stelt Van Oers de doorstart van een insolvente BV/NV centraal. Hij onderzoekt welke belemmeringen een insolvente BV/NV ondervindt door fiscale wetgeving bij een doorstart. Bij een doorstart gaat het dan om een akkoord, aandelentransactie (waaronder tevens is te verstaan een sterfhuis- en ziekenhuisconstructie) of activatransactie (waaronder tevens is te verstaan juridische splitsing). Het onderzoek blijft beperkt tot de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 voorzover het de overdrachtsbelasting aangaat, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Invorderingswet 1990. Er wordt een reeks van belemmeringen geconstateerd.Dit boek is tevens geschreven voor de praktijk. Van Oers is als docent mede verbonden aan de cursus Insolad/Grotius Specialisatieopleiding Insolventierecht, betrokken bij studiedagen, seminars et cetera op het gebied van fiscaal insolventierecht en weet daar-door het boek te larderen met praktijkvoorbeelden. Hij laat het niet bij de vaststelling van het geldende recht, maar neemt ook een standpunt in als hem de uitkomst niet bevalt, er zich een leemte in de wetgeving voordoet enzovoort. Daarom kan de man of vrouw van de praktijk met dit boek zijn/haar voordeel doen.Dit boek gaat uit van de wettelijke bepalingen zoals die op 1 januari 2007 luidden. Tevens zijn ambtelijke besluiten (waaronder de Leidraad Invorderingswet 1990) en jurisprudentie tot en met 31 december 2006 verwerkt.Mr. dr. M.H.M. van Oers AA/Actuaris AG (1963) studeerde Nederlands recht en fiscaal recht aan de Universiteit van Tilburg en actuari wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast voltooide hij de opleiding tot accountant administratieconsulent. Uiteindelijk heeft hij voor zijn beroepsuitoefening geopteerd voor fiscaal recht. Hij werkt als docent belastingrecht aan de Universiteit van Tilburg.In september 2006 is hij aldaar gepromoveerd op het proefschrift Fiscale aspecten bij doorstart van de insolvente NV/BV.
In het dagelijks leven wordt veel gemeten. Ook wordt vaak de maat van iets afgeleid uit andere gemeten waarden; denk aan lengte, gewicht, gemiddelde, oppervlakte, kans. De wiskundige beschrijving van deze activiteiten vindt plaats binnen de maat- en integratietheorie, een basisonderwerp van de moderne wiskunde. Elke student wiskunde komt hier in meer of mindere mate mee in aanraking. Dat geldt ook voor velen die zich bezighouden met toepassingsgebieden van de wiskunde.Dit boek geeft een elementaire inleiding in de Lebesgue-theorie zoals die zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. De klassieke Riemann-integratie komt overigens in een appendix aan de orde. Daarnaast is er aandacht voor motivering van uit de waarschijnlijkheidsrekening; als toepassing wordt in het laatste hoofdstuk voor een 'wet van grote aantallen' een elementair bewijs gegeven. Met voldoende basiskennis van de analyse is dit boek geschikt voor zelfstudie.Dr. K. van Harn werd in 1948 geboren te Lunteren, studeerde wiskunde aan de Universiteit van Utrecht en promoveerde in 1978 aan de Technische Universiteit te Eindhoven. Hij is als universitair docent verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.Prof.dr. P.J. Holewijn werd in 1935 geboren te Utrecht, studeerde wiskunde aan de Technische Universiteit te Delft en promoveerde aldaar in 1965. Tot zijn emeritaat was hij als hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Taalmethodes bieden vaak kant-en-klare lessen waarmee docenten efficiënt en verantwoord aan de leerdoelen kunnen werken. Maar daarnaast blijven docenten behoefte hebben aan werkvormen die ze in kunnen zetten om te reageren op wat er in de klas gebeurt. Hoe laat je die woordenlijst nog een keer de revue passeren? Hoe kun je een ingeslapen klas voor het resterende half uur weer oppeppen? Hoe zet je je leerlingen of cursisten wat actiever aan het werk met die leesopdracht? In Actief met taal bieden de auteurs ruim zestig verschillende werkvormen aan die als inspiratiebron voor de (aspirant-)taaldocent kunnen dienen. De werkvormen zijn gerubriceerd en voorzien van labels die de vaardigheid, het taalniveau en de groeperingsvorm aanduiden, zodat een geschikte werkvorm gemakkelijk te vinden is. Ook worden variatiemogelijkheden en didactische tips gegeven. Met Actief met taal kan iedere taaldocent – beginnend of ervaren en in welke moderne taal dan ook – zijn vakmanschap een nieuwe impuls geven om het onderwijs leuker, dynamischer en efficiënter te maken. Dieuwke de Coole is onderwijskundige en NT2-docent. Ze is verbonden aan de pabo van Hogeschool Domstad in Utrecht en werkte voorheen aan de Universiteit van Maastricht, Hogeschool INHolland in Amsterdam, aan een ROC en aan een basisschool. Anja Valk is onderwijskundige, taalwetenschapper en NT2- docent. Zij werkte aan verschillende ROC’s en pabo’s en is nu verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
In zijn in-memoriam in de Volkskrant prees Kees Fens de Tilburgse hoogleraar Hugo Verdaasdonk vooral als literatuurkenner, onder meer vanwege diens 'groot gevoel voor kwaliteit in de literatuur' en zijn ongeÙvenaarde 'belezenheid in de Nederlandse, de Europese en de Amerikaanse literatuur'. Zo werd Verdaasdonk geprezen om de grote lezer die hij - inderdaad - was. Maar in zijn wetenschappelijk onderzoek boog hij zich juist over de vraag op welke manier oordelen als 'kwaliteit in de literatuur' tot stand komen. Hugo Verdaasdonk werkte aan de afronding van Snijvlakken van de literatuurwetenschap toen hij in 2007 overleed, pas 62 jaar oud. Het manuscript was al in een vergevorderd stadium en wat hem voor ogen stond was duidelijk: een staalkaart geven van zijn ontwikkeling als empirisch literatuurwetenschapper. Verdaasdonk ziet het niet als taak van de literatuurwetenschap om alom al als waardevol erkende literaire werken te analyseren. Dat is in feite een vicieuze - en zeker niet wetenschappelijke - activiteit. De literatuurwetenschap dient uit te gaan van empirische vraagstellingen naar feitelijk analyseerbaar gedrag: van lezers, boekenkopers, literaire jury's enzovoort. Snijvlakken van de literatuurwetenschap volgt Verdaasdonks weg, die steeds haaks op de gangbare literatuurwetenschap stond: vanaf de baanbrekende artikelenreeks die hij midden jaren zeventig publiceerde in De Revisor (in bewerkte vorm het openingshoofdstuk van dit boek) tot aan zijn recente, opmerkelijke bevindingen rond de statistische kans van een auteur om een prestigieuze prijs als de AKO-prijs of P.C. Hooftprijs toegekend te krijgen.Snijvlakken van de literatuurwetenschap werd geredigeerd en van een inleiding voorzien door Jos Joosten, verbonden aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen en Wouter de Nooy van de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam.
'Papieren pracht uit de Amsterdamse Gouden Eeuw' biedt een overzicht van de schatten die dankzij het Dr. Th.J. Steenbergen Fonds verworven of gerestaureerd konden worden. Het boek markeert de overgang van dit fonds naar een nieuwe vorm van mecenaat.Amsterdam, in de late middeleeuwen nog een onbeduidend stadje, groeide in de zeventiende eeuw uit tot een metro pool. De macht, welvaart en kunst zin van Amsterdam konden wedijveren met die van Londen en Venetië. De Nederlandse Gouden Eeuw is vooral de Gouden Eeuw van Amsterdam. Het ‘wonder van Amsterdam’ vertoont zich in grachtenhuizen en schilderijen, maar evenzeer in boeken. De stad had dan ook de grootste boekproductie ter wereld. De mooiste en omvangrijkste verzameling van Amsterdamse boeken uit de Gouden Eeuw bevindt zich nu bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.Deze verzameling wordt regelmatig uitgebreid. De Bijzondere Collecties krijgen daarbij steun van het Dr. Th.J. Steenbergen Fonds. Dit fonds bekostigt de aanschaf en restauratie van boeken, kaarten en handschriften ter versterking van de Gouden Eeuw-verzameling. Garrelt Verhoeven is hoofdconservator Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
Gebarentalen zijn natuurlijke talen en worden overal gebruikt waar dove mensen een gemeenschap vormen. Ze zijn bijzonder, omdat ze op een heel andere manier worden geproduceerd en waargenomen dan gesproken talen – namelijk met de handen en met de ogen. Door gebarentalen te bestuderen kunnen we veel leren over taal in het algemeen. 'Gebarentaalwetenschap' is bedoeld als een inleiding in de taalwetenschappelijke studie van gebarentalen. Niet alleen de Nederlandse Gebarentaal komt aan bod maar ook veel andere gebarentalen uit de hele wereld. Hoe is de structuur van gebarentalen? In hoeverre verschillen gebarentalen van elkaar? Hoe leren kinderen zo’n taal? Zit gebarentaal net zo in de hersenen als gesproken taal? En bestaan er dialecten in een gebarentaal? Wie nieuwsgierig is naar de antwoorden op zulke vragen en interesse heeft voor taal in het algemeen, zal dit boek met veel plezier lezen.De redactie:Anne Baker is hoogleraar Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.Beppie van den Bogaerde is lector Dovenstudies bij de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht.Roland Pfau is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Taalwetenschap van de Universiteit Amsterdam.Trude Schermer is directeur van het Nederlands Gebarencentrum te Bunnik.
Basisboek rekenen is geschreven voor iedereen die goed wil kunnen rekenen. Je leert optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen (onder meer met de staartdeling) en rekenen met kommagetallen en breuken. In deze tweede editie is de uitleg en de oefenstof rond het metrieke stelsel uitgebreid. In het hoofdstuk over toepassingen van kommagetallen zijn nieuwe opgaven opgenomen.Basisboek rekenen is een oefenboek. Elk hoofdstuk bestaat voor de helft uit opgaven en voor de helft uit een korte en duidelijke uitleg van de bijbehorende rekenmethodes. Achterin staan alle antwoorden, waardoor Basisboek rekenen zeer geschikt is voor zelfstudie. Bij deze editie is via de website www.pearsoneducation.nl/vandecraats extra toets- en oefenmateriaal beschikbaar.Het boek is vooral bedoeld voor studenten aan het hoger beroepsonderwijs maar daarnaast ook geschikt voor het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.Over de auteursJan van de Craats is hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft een grote naam als deskundige op het gebied van het wiskundeonderwijs en de popularisering van de wiskunde. Rob Bosch is universitair hoofddocent aan de Nederlandse Defensie Academie. Hun Basisboek wiskunde werd binnen een jaar een doorslaand succes. Basisboek rekenen is volgens dezelfde didactische principes opgezet.
'Vileine hippocraten'. Geneeskunde in dichtvorm door Constantijn Huygens (1596-1687) bestaat uit twee delen. Een samenvattende verklarende inleiding en een bloemlezing van ruim zevenhonderd geneeskundige gedichten. Huygens heeft opvallend veel geneeskunde in zijn oeuvre - dagboek, brieven en gedichten - verwerkt. Dit is bij het grote publiek vrijwel onbekend gebleven. Er is in dit boek nader onderzocht hoeveel en hoe frequent geneeskunde in zijn gedichten voorkomt, waar dit uit bestaat en hoe dit waarschijnlijk tot stand is gekomen. De zeventiende-eeuwse geneeskunde wordt nader belicht en alle geneeskundige gedichten zijn nu voor het eerst gezamenlijk, in een tiental rubrieken, gepubliceerd. Waar nodig zijn zij in het Nederlands vertaald.Een aantal registers van personen, geneeskundige zaken, medisch netwerk en gedichten per rubriek completeert dit boek, waardoor snel en efficiënt diverse zaken kunnen worden nageslagen. Beide delen, deinleiding en de gedichtenbundel, kunnen door een korte introductie per rubriek in de bloemlezing apart gelezen worden.Barend Haeseker (Amerongen, 1942) studeerde na zijn Haarlemse middelbare schooltijd geneeskunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Na een loopbaan als huisarts, tropenarts en plastisch chirurg besloot hij zich toe te leggen op de studie van de geschiedenis van de geneeskunde. De basis daarvoor werd in 1983 in Rotterdam gelegd met een proefschrift over de ontwikkeling van de plastische en reconstructieve chirurgie in de Eerste Wereldoorlog, gecentreerd rondom de Nederlander dr J.F.S. Esser.In 2007 verscheen bij Erasmus Publishing in Rotterdam, De geschiedenis van het HagaZiekenhuis 1823-2007, in samenwerking met prof.dr M.J. van Lieburg en in 2008 'Pylers van het bouvallig leven'. Vier eeuwengeneeskunde in Den Haag.
"'Omgevingsonderwijs' - het leren in, van en over je eigen leefomgeving - is een in veel opzichten aantrekkelijke vorm van onderwijs. Het biedt volop mogelijkheden voor onderzoekend, producerend en authentiek leren. Het motiveert: erop uit met je leerlingen, de polder in, de wijk door, het museum in, dat doorbreekt de routine van het dagelijkse schoolwerk en kan het saamhorigheidsgevoel in de klas versterken.Het ontwerpen van omgevingsonderwijs is een enorme opgave. 'Omgevingsonderwijs, van project naar praktijk' helpt scholen en culturele instellingen bij het (samen) opzetten en uitvoeren van omgevingsonderwijs. Aan de hand van tal van praktijkvoorbeelden geeft het antwoord op vragen als: hoe plooi je buitenschoolse onderzoeksopdrachten in het rooster? Wat is nodig aan voorbereiding in de klas? Hoe maak je groepsopdrachten waar álle leerlingen echt aan bijdragen? Hoe beoordeel je zulke opdrachten? Waar kun je subsidie voor je project aanvragen? Hoe zet je een project om in iets blijvends? Steeds wordt geprobeerd de zaak te benaderen vanuit het perspectief van de school én dat van culturele instellingen, groot en klein.'Omgevingsonderwijs, van project naar praktijk' is de neerslag van jarenlange ervaringen met omgevingsonderwijs in het Proefproject Omgevingsonderwijs Noord-Holland. Het bevat voorbeelden van geslaagde opdrachten en projecten, maar wijst ook op valkuilen – want die zijn talrijk.De auteurs delen een jarenlange ervaring in het samen met scholen en culturele instellingen maken van omgevingsonderwijs. Marcel van Riessen is werkzaam op de lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam, zijn voormalige collega Idzard van Manen werkt bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. "
Vervolgboek wiskunde volgt op het succesvolle studieboek Basisboek wiskunde, waarin de eerste elementaire kennis van wiskunde wordt aangeboden. Vervolgboek wiskunde gaat een stap verder.De onderwerpen die worden besproken zijn vectorrekening, matrixrekening, het oplossen van stelsels lineaire vergelijkingen met behulp van Gausseliminatie, machtreeksen en Taylorreeksen, functies van meer variabelen, meervoudige integralen, complexe getallen en differentiaalvergelijkingen. Door deze selectie van onderwerpen sluit Vervolgboek wiskunde goed aan bij exact georiÙnteerde studierichtingen. Vervolgboek wiskunde is evenals Basisboek wiskunde in de eerste plaats een oefenboek. In elk hoofdstuk komt na de theorie een uitgebreide hoeveelheid opgaven. Achterin staan alle antwoorden, wat Vervolgboek wiskunde ook zeer geschikt maakt voor zelfstudie. Over de auteurJan van de Craats is hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Open Universiteit. Hij heeft een grote naam als deskundige op het gebied van het wiskundeonderwijs en de popularisering van de wiskunde. Van 2006 tot 2008 was hij voorzitter van de Resonansgroep wiskunde die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen adviseerde over de aansluitingsproblematiek tussen voorbereidend en hoger onderwijs. Hij is erelid van het Koninklijk Wiskundig Genootschap.
Dat dialect midden in de belangstelling staat en nog springlevend is, blijkt uit de populariteit van dialectpop en regiosoaps, en uit het feit dat een groot aantal cabaretiers hun optredens lardeert met Utrechtse, Haagse of Twentse woorden, klanken of uitdrukkingen.In de Dialectatlas van het Nederlands wordt de regionale variatie van het Nederlands in woorden, klanken, woordvormen, zinnen en namen voor het eerst voor een algemeen publiek in kaart gebracht. Men kan in dit boek bijvoorbeeld vinden welke benaming men in de verschillende gebieden voor de spijkerbroek gebruikt, hoe verschillend de r, g of h worden uitgesproken, waar men de son in de see siet sakken, in welke gebieden men zullie zegt, en waar men de band lek heeft. Het boek opent met een algemeen inleidend hoofdstuk over de geschiedenis van het Nederlandse dialectonderzoek en bevat als hoofddeel 150 paginagrote en nieuw gemaakte kaarten waarop de verspreiding van een taalverschijnsel wordt getoond. Aan elke kaart is een pagina met duidelijke uitleg en commentaar toegevoegd.De Dialectatlas van het Nederlands biedt de lezer een fascinerend, veelkleurig beeld van de dialectvariatie die er binnen het Nederlandse taalgebied nog steeds bestaat.Nicoline van der Sijs is historisch taalkundige en publicist. Mathilde Jansen, Marc van Oostendorp en Anke en Pieter van Reenen zijn als onderzoekers verbonden aan het Meertens Instituut. Ann Marynissen is hoogleraar in de Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Keulen. Jan Stroop is dialectoloog/taalkundige en gelieerd gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.
Waaraan was de overtuigingskracht van Cicero te danken? En hoe probeertBalkenende te overtuigen? Daarover, maar ook over andere moderne overtuigendeteksten gaat Retorische kritiek. Dit boek biedt een overzicht van alle klassiekeovertuigingsmiddelen. Daarbij wordt teruggegrepen op de klassiekeretorica, maar bij de behandeling wordt zo weinig mogelijk gebruikgemaaktvan Grieks en Latijn en de gebruikte voorbeelden zijn overwegend hedendaags.Het overzicht legt een basis voor een analyse van alle retorische aspecten vanmondelinge en schriftelijke betogen. Van zowel de inhoud, de opbouw, de stijlals de presentatie. Maar belangrijker is dat met de gemaakte onderscheidingenook een weloverwogen oordeel gevormd kan worden over de overtuigingskrachtof effectiviteit van een bepaald betoog. Voor dit doel bevat het slothoofdstukeen handleiding voor het opstellen van een retorische kritiek van een betoog,met een voorbeeldkritiek van een toespraak van Bill Clinton.Retorische kritiek is geschikt voor alle communicatie-opleidingen in het hogeronderwijs. Voor alle beoefenaren van communicatieberoepen bevat het een evengrondig als toegankelijk overzicht van de klassieke principes van hun vak. Hetis ook interessant voor de algemene lezer, die immers bijna doorlopend blootwordt gesteld aan persuasieve boodschappen, of die nu komen van politici ofadverteerders.Prof. dr. Antoine Braet (1942) was tot 2007 universitair hoofddocent Taal -beheersing bij de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur aan de UniversiteitLeiden en van 2000-2005 bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de retoricaaan de Universiteit van Amsterdam. Hij is (inter)nationaal erkend specialistin klassieke retorica en moderne argumentatietheorie.
Het Amsterdam van BordewijkIna C. Schermer-Vermeer‘Wie Amsterdam wil leren kennen, moet Bordewijk gaan lezen', schrijft Hugo Brandt Corstius in zijn voorwoord bij dit boek. Amsterdam was voor de schrijver F. Bordewijk (1884-1965) een grote en voortdurende bron van inspiratie. Hij was dol op de stad waar hij geboren werd, vooral op de oudste delen, die hij meestal als geheimzinnig afschildert en waar hij fantastische verhalen omheen weeft. Zoals in zijn bekende roman Rood Paleis, waarvoor een pand op de Passeerdersgracht model heeft gestaan. Maar er is nog veel meer werk waarvoor Amsterdam het decor heeft geleverd en dit wandelboekje geeft daarvan voor het eerst een volledig beeld.Vijf wandelingen voeren langs alle geïdentificeerde plekken uit het werk en leven van Bordewijk en bieden een unieke kijk op de stad. Ook voor Bordewijk-lezers bieden deze wandelingen nog veel eyeopeners.Ina C. Schermer-Vermeer was als taalkundige verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zij publiceerde ook over poëzie; met Wouter Voskuilen schreef zij een variantenstudie van de dichter Wilfred Smit. Waarom interesseerde Bordewijk zich voor sloppen en stegen? Arjan Peters in de Volkskrant (26 februari 2011): ''t Komt misschien door dat steriele estheticisme, dat geen lelijkheid verdraagt. "We hebben het lelijke liever dan het mooie," schreef Bordewijk ooit terecht. "Wat onder het schone wordt verstaan is wel mooi, maar gebonden aan strenge wetten. Het neigt gauw naar het stomvervelende. Het lelijke kent geen wet."'Met deze nieuwe Bordewijk-gids in de hand wandelde Arjan Peters door het Amsterdam van de schrijver en verbaasde zich op verschillende locaties. 'Ook bekeken: Bordewijks geboorteadres, Tweede Jan Steenstraat 107. Dan begrijp je waar zijn liefde voor lelijkheid vandaan kwam. "Het geboortehuis is er slecht aan toe," merkt Schermer-Vermeer op. Prima! Laat het verval zijn gang gaan.''Volgens Bordewijk is er op de hele wereld geen stad met zo veel stegen als Amsterdam. In
Dit boek - dat is geschreven vanuit ervaringen met buurtbemiddelingsprojecten in Zwolle en Rotterdam - gaat over het methodisch bemiddelen in kleinschalige conflicten tussen mensen in de privé-sfeer. Het behandelt bijvoorbeeld conflicten tussen buren of binnen persoonlijke relaties waarbij de partners een beroep doen op bemiddeling die buiten de (therapeutische) hulpverlening valt. Om effectief te bemiddelen is het noodzakelijk dat de bemiddelaar enig psychologisch inzicht heeft. In het eerste deel van het boek wordt daarom een beschrijving gegeven van een aantal basisprincipes die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van verschillende soorten conflicten. In het tweede deel komen twee bemiddelingsmethoden aan de orde. Beide hebben als voorwaarde dat: * degene die bemiddelt geen macht gebruikt tijdens het bemiddelingsproces; * de deelnemers zelf verantwoordelijk zijn voor het resultaat.Het derde deel bestaat uit een overzichtelijke samenvatting van beide methoden.Dit boek is geschreven voor verschillende doelgroepen, die zich al dan niet vanuit hun beroep met bemiddelen bezig houden. Het richt zich, mede door de vele praktische voorbeelden, vooral op bemiddelaars die niet reeds vanuit hun opleiding de benodigde vaardigheden hebben geleerd. Uit hoofde van hun beroep zullen bijvoorbeeld politiemensen en juristen steeds vaker gaan bemiddelen in kleinschalige conflicten. Ook vindt in een aantal steden buurtbemiddeling plaats. Buurtbewoners die zich als vrijwilliger hebben opgegeven, bemiddelen desgewenst tussen buren die onderlinge conflicten hebben. Een methodische aanpak van het bemiddelingsproces vergroot de kans om het gewenste doel te bereiken.Liet de Vries - Geervliet studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en aan de Rijksuniversiteit van Leiden. Ze is als docente verbonden aan de faculteit Mens en Maatschappij van de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. Ze heeft ervaring in het geven van trainingen en cursussen op HBO-niveau. Daa
De Schrijfwijzer van Jan Renkema is het standaardwerk op het gebied van taaladvies. De Schrijfwijzer wil vragen beantwoorden die zich bij het schrijven kunnen voordoen, en wel op zo.n manier, dat schrijvers snel verder kunnen met hun werk. In de Schrijfwijzer komen de volgende onderwerpen aan de orde: tekstkwaliteit (o.a. stijl en tekstanalyse), leesgemak (begrijpelijkheid, nauwkeurigheid, bondigheid en aantrekkelijkheid), taalkwesties, spelling, leestekens en opmaak.
Wat is de fascinatie van chaos? Ruim tien jaar geleden ontstond een ware chaosrage die nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Het woord chaos heeft daarbij niet alleen maar de oude, negatieve betekenis van ordeloosheid en anarchie. Chaos heeft ook te maken met creativiteit, vitaliteit en raadselachtige, fractale complexiteit.Het weer is een schoolvoorbeeld van chaos en onvoorspelbaarheid. De turbulente atmosfeer maakt betrouwbare weersverwachtingen op lange termijn onmogelijk. Daarnaast komt chaos voor in de meest uiteelopende toepassingsgebieden: mechanica, scheikunde, biologie, economie. Zelfs in de psychologie en bedrijfskunde leidt de chaostheorie tot nieuwe inzichten.In Chaostheorie - het einde van de voorspelbaarheid? schetsen de auteurs, de wiskundigen prof.dr. H.W. Broer (Rijksuniversiteit Groningen), prof.dr. J. van de Craats (Koninklijke Militaire Academie en Universiteit van Amsterdam) en prof.dr. F.Verhulst (Universiteit Utrecht), de achtergronden hiervan in een breed historisch perspectief. Aan de hand van eenvoudige voorbeelden maken zij de revolutionaire ideeën en toepassingen van de chaostheorie duidelijk.Chaostheorie is een oorspronkelijk boek, geschreven door experts voor een breed publiek. Zij plaatsen het begrip voorspelbaarheid in een nieuw licht, openen onverwachte perspectieven en zullen vele lezers daarmee een nieuwe kijk op de werkelijkheid geven. De tweede druk bevat enkele kleine correcties en aanvullingen.Henk Broer werd in 1950 geboren in Diever (Drente), studeerde in Groningen en is thans hoogleraar aldaar met specialismen meetkunde en dynamische systemen. Hij is een actief onderzoeker en heeft vele wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Ook houdt hij zich bezig met het populariseren van de wiskunde in boekvorm, artikelen en door radio en tv-optredens.Naast het wetenschappelijke werk vindt hij nog tijd voor musiceren en het liefdevol doch streng omgaan met zijn honden.Jan van de Craats werd in 1944 geboren te Voorburg,
Over het boek:Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantifi cering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.Over de auteur(s):Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofi e, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De Hollandsche natie (1812) van Jan Frederik Helmers is een van de meest nationalistische gedichten uit de Nederlandse literatuur. Met veel gevoel voor retoriek betoogt Helmers dat geen ander volk een roemrijker verleden kent dan het Nederlandse. Michiel de Ruyter, Willem van Oranje, Abel Tasman, Joost van den Vondel en vele anderen leveren het bewijs dat Nederland grote helden heeft voortgebracht.Of het nu gaat om oorlogsvoering, zeevaart, wetenschap of kunst, op al deze terreinen hebben de Nederlanders uitgeblonken. Zij hebben dan ook alle reden om trots te zijn op hun vaderland, aldus Helmers: 'Bemint uw vaderland, vereert uw voorgeslacht!' Waar kwamen Helmers' vurige vaderlandsliefde, passie voor de nationale geschiedenis en heldenverering vandaan? En hoe verhoudt deze dichterlijke explosie van nationalistische gevoelens zich tot de hedendaagse maatschappelijke trends?Dankzij deze moderne heruitgave kan een breed publiek zich opnieuw laten verrassen door deze ongeÙvenaarde dichterlijke liefdesbetuiging aan het vaderland. Over de auteurLotte Jensen is neerlandicus en filosoof. Zij is als onderzoeker verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam en doceert oudere Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Recent verscheen van haar De verheerlijking van het verleden.Marinus van Hattum is neerlandicus en secretaris van de Vereniging 'Het Bilderdijk-Museum'. Hij is auteur van Jan Frederik Helmers (1767-1813). Leven en werk van een Amsterdamse wereldburger.
Een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen (1880-2010).Dit boek laat de lezer in zesenvijftig schrijversportretten kennismaken met de breedte en de rijkdom van de Nederlandstalige literatuur sinds 1880. Zoals alle geschiedenissen is ook deze kleine geschiedenis selectief. In dit boek draait het om de vraag wat er gebeurt wanneer we een louter vrouwelijke lijn door de moderne Nederlandse en Vlaamse literatuur trekken. Het belangrijkste selectiecriterium (de auteurs moeten vrouw zijn) staat niet op de voorgrond. Maar in veel bijdragen speelt het gender-perspectief wel een rol. Zoals bij CÚcile Goekoop, die in Hilda van Suylenburg, bijgenaamd de 'Hollandsche Negerhut', de vrouwenkwestie aansneed en propageerde dat de vrouw alleen met een betaalde baan gelukkig kon worden. Of bij Annie Salomons, in haar min of meer autobiografische debuutroman Een meisje-studentje (1907) over een meisje dat de destijds atypische stap zet om te gaan studeren. En later bij Anja Meulenbelt, die afrekende met het mannenbolwerk waarin literatuur van vrouwen werd afgedaan als 'damesromans'. Maar het boek beperkt zich nadrukkelijk niet tot de emancipatoire thematiek. Connie Palmen wordt bijvoorbeeld gepresenteerd als schrijver Ún filosoof. Er is in de beeldvorming en in de literatuurgeschiedschrijving de afgelopen decennia wel iets veranderd. Schrijvers als Charlotte Mutsaers, DÚsanne van Brederode en Marjolein Februari worden gezien als belangrijke postmoderne auteurs. Schrijvende vrouwen toont de grote variÙteit aan vrouwelijke stemmen in de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Over de auteursJacqueline Bel is hoofddocent Moderne Nederlandseletterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.Thomas Vaessens is hoogleraar Moderne Nederlandseletterkunde aan de Universiteit van Amsterdam endirecteur van het Huizinga Instituut.
Registerdeel (deel 15)In samenwerking met K.G. Saur Verlag in München verschijnt sinds 2002 bij Amsterdam University Press onder redactie van prof. dr. C.M. Rüter en dr. D.W. de Mildt de prestigieuze serie Justiz und NS-Verbrechen, waarin de complete verzameling van na-oorlogse vonnissen betreffende nazi-misdrijven wordt gepubliceerd (die 15 delen in totaal beslaant). De strafzaken die in deze delen aan de orde komen hebben ondermeer betrekking op de vervolging en uitroeiing van joden in Duitsland zelf en elders in bezet Europa. Zo vindt men in de West-Duitse delen bijvoorbeeld het vonnis tegen de rechters in de zeer beruchte ‘Rassenschande’-zaak tegen Leo Katzenberger uit 1942. Ook treft men er het rijk gedocumenteerde vonnis aan tegen de voormalige Judenreferent van het Auswärtige Amt, Franz Rademacher, die ondermeer betrokken was bij de deportatie van joden uit Nederland, België en Frankrijk. In het deel betreffende de Oost-Duitse vonnissen kan men onder andere nauwkeurig nalezen waarom de hoogste rechtbank van de DDR meende de West-Duitse staatssecretaris en rechterhand van Bundeskanzler Adenauer, Dr. Hans Globke, tot een levenslange gevangenisstraf te moeten veroordelen vanwege zijn aandeel in de jodenvervolging.Naast de Oost-Duitse serie verschijnen nu ook de West-Duitse vonnissen in eigen band (die 50 delen in totaal zal beslaan). Voor uitvoeriger informatie over het project ‘Justiz und NS-Verbrechen’ van de Universiteit van Amsterdam bezoekt u de bijbehorende website: www1.jur.uva.nl/junsv
De afgelopen halve eeuw is de armoede in de wereld in een spectaculair hoog tempo teruggedrongen. De afname komt voor een aanzienlijk deel op het conto van Azië. Veel Aziaten die in een armoedige samenleving werden geboren, hebben hun oudedag in een moderne maatschappij. Over de ontwikkeling van Azië is de laatste jaren veel geschreven, maar deze literatuur beperkt zich gewoonlijk tot de kwestie van het ‘hoe’ en niet van het ‘waarom’. Als de Aziaten zo hard werken, waarom had dat in eerdere eeuwen dan zo weinig resultaat? Waarom begon de ontwikkeling van Azië in het geïsoleerde Japan? Waarom duurde het zo lang voordat andere Aziatische landen volgden? En waarom zijn de grote beschavingen van Azië, China en India, zulke laatkomers op het toneel? Roel van der Veen volgt en verklaart de golf van modernisering over het continent stap voor stap. Hij sluit af met de lessen van de Aziatische weg naar rijkdom en welvaart en laat zien wat arme landen daarvan kunnen leren. Dit boek biedt een uniek inzicht in een van de belangrijkste stadia van de menselijke ontwikkeling, met grote gevolgen voor de hele wereld.Roel van der Veen (Bedum, 1957) is historicus en bijzonder hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich vooral op Afrika en Azië. In 2002 verscheen zijn boek Afrika van de Koude Oorlog naar de 21ste eeuw, dat een standaardwerk werd op het terrein van de recente Afrikaanse geschiedenis en ontwikkelingsproblemen. Het boek werd vertaald in het Engels, Frans en Chinees.
Curriculum vitaeNa zijn studie Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam en een uitstapje naar New York University School of Law, werkte Ivo Giesen eerst als aio en later als post doc-onderzoeker en universitair hoofddocent bij de vakgroep privaatrecht van de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Universiteit van Tilburg). Sinds augustus 2004 is Giesen hoogleraar privaatrecht aan het Molengraaff lnstituut van de Universiteit Utrecht, alwaar hij zich vooral bezig houdt met het aansprakelijkheidsrecht en het burgerlijk procesrecht. Sinds 2006 is hij tevens raadsheer-plaats-vervanger in het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.Iets over dit boekAlternatieve regelgeving of zelfregulering komt ook in privaatrerhtelijke verhoudingen steeds meer voor en de mogelijkheden voor verder gebruik ervan zijn nog bij lange na niet uitgeput. Waar het in deze monografie om gaat, is bloot te leggen welke rechtsgevolgen verbonden zijn aan alternatieve regelgeving in privaatrechtelijke verhoudingen. Daartoe worden twee kernvragen besproken:1 ) kan alternatieve regelgeving bindend zijn. en zo ja. op welke wijze en 2) wat is dan de mogelijke bijdrage van alternatieve regelgeving aan de rechtsvorming in het privaatrecht? Beide vragen worden mede vanuit een normatief gezichtspunt benaderd: zou er binding moeten zijn en zou er rechtsvormende invloed moeten zijn? Vervolgens wordt aandacht besteed aan mogelijke handhavingperikelen bij het gebruik van alternatieve regelgeving. Ook wordt de vraag behandeld of het bij alternatieve regelgeving wel gevoelde gemis aan democratische legitimatie wellicht gecompenseerd zou moeten worden via nadere regulering van het proces van totstandkoming van alternatieve regelgeving. Ofwel: is regulering van alternatieve regelgeving nodig?
De grammatica van het Nederlands is een schitterend vak en het is eenvoudig te leren. Wie het eenmaal goed beheerst, beschikt over een formidabel middel om helder te leren denken, goed te formuleren en logisch te argumenteren.Maar haast niemand weet meer hoe het écht moet. Kinderen op de basisschool leren het niet meer, studenten weten het niet meer en zelfs sommige leraren schijnen het niet meer te beheersen. Weet u nog wat uw dochter of zoon bedoelt, wanneer zij of hij u vraagt naar een naamwoordelijk gezegde? Wat is ook alweer precies een bijwoord? Schrijft u al uw d's en t's foutloos?Grammatica voor iedereen is een handzaam, overzichtelijk en toegankelijk boek, met veel handige voorbeelden. Het legt kort en begrijpelijk uit hoe het ook alweer zit, voor iedereen die het nog eens wil nalezen. Allereerst komen alle woordsoorten aan bod en in een tweede deel wordt dieper ingegaan op de zinsdelen. Tot slot wordt nog kort ingegaan op de herkomst van de grammatica van onze taal.Frida Balk-Smit Duyzentkunst doceerde Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
Onder de naam 'De protocollen van de Wijzen van Zion' waart al sinds het begin van de 20e eeuw een vervalst document door de wereld, bedoeld als bewijs dat er een Joods complot zou bestaan om de wereldheerschappij te verwerven. Hoewel het sinds lang duidelijk is dat het om een vervalsing gaat, steken de Protocollen tot in de huidige tijd de kop op, steeds weer in een andere, aangepaste vorm.In De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion volgt Prof. Dr. Smelik het spoor terug. Over het ontstaan van de Protocollen, over de motieven van de makers en verspreiders, over de historische context en over de steeds wisselende politieke rol die de Protocollen spelen.Zijn relaas volgt de zeven levens van de Protocollen, van het Rusland v¾¾r de revolutie via het Derde Rijk en het Midden-Oosten tot in de New Age. Een verhaal dat leest als een trein op basis van gedegen onderzoek. Een overtuigend antwoord op de vraag waarom er nog steeds mensen zijn die beweren dat deze vervalste documenten echt zijn, en waarom zij worden geloofd.Over de auteurProf. Dr. Klaas A.D. Smelik (Hilversum 1950) studeerde theologie, Semitische talen, oude geschiedenis en archeologie. In 1977 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1 oktober 2005 is hij voltijds verbonden aan de vakgroep Talen Culturen van het Nabije Oosten en Noord-Afrika van Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent voor de vakken Hebreeuws en Jodendom.
Op 30 september 2007 bereikte prof. dr. Guus Borger de leeftijd van 65 jaar en nam hij afscheid als hoogleraar historische geografie aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. In dit liber amicorum schrijft een groot aantal collega’s, vrienden en vroegere studenten over onderwerpen die verband houden met de interesses van de scheidende hoogleraar. Net als in het werk van Guus Borger zelf, komt in deze bundel een veelheid van thema’s aan bod zoals het historische landschap in de noordwest-Europese kustgebieden, de relatie tussen historisch-geografisch onderzoek en hedendaags en toekomstig landschapsbeheer, interdisciplinaire samenwerking en de verbanden tussen ontwikkelingen op verschillende schaalniveaus.
De Riemann-hypothese is het belangrijkste open probleem van de wiskunde. Wie het oplost, wordt wereldberoemd en verdient bovendien de prijs van één miljoen dollar die er in het jaar 2000 voor is uitgeloofd. De Riemann-hypothese heeft te maken met de rij van de priemgetallen. Hoe liggen de priemgetallen verspreid tussen de andere getallen? Hoeveel priemgetallen zijn er? Hoeveel zijn er van honderd cijfers? Van duizend cijfers? Bernhard Riemann schreef hierover in 1859 een baanbrekend artikel. Daarin formuleerde hij ook zijn beroemde vermoeden, min of meer als een losse opmerking terzijde. Maar niemand heeft het nog op kunnen lossen. Achter Riemanns vermoeden gaat een heel wiskundig universum van oneindige reeksen, oneindige producten, complexe getallen en complexe functies schuil. Dit boek is een eerste verkenning van die fascinerende, onbekende wereld. Het is voortgekomen uit de lesteksten bij een webklas wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam voor vwo-scholieren met wiskunde B in hun pakket. Over de auteursRoland van der Veen promoveerde in 2010 aan de UVA en is thans werkzaam als wiskundig onderzoeker aan de University of California, Berkeley. Jan van de Craats is emeritus hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam.
Niet alleen de literatuur heeft een geschiedenis, maar ook de bestudering ervan. Van romantiek tot postmodernisme is een literatuurgeschiedenis waarin het accent ligt op de rol van literatuuropvattingen. Het boek laat schrijvers en critici aan het woord die het literaire gezicht van Nederland bepaalden vanaf de romantiek tot op heden en beschrijft hoe auteurs erin slaagden hun ideeÙn ingang te doen vinden via allerlei instituties, zoals tijdschriften, uitgevers en de literaire kritiek.Aan de orde komen de stromingen romantiek, realisme, naturalisme, symbolisme, modernisme & avant-garde en postmodernisme. In de behandeling van deze stromingen ligt de nadruk steeds op de rol van poÙtica's of literatuuropvattingen van zowel auteurs als critici. Die opvattingen worden in een Europees-literaire context geplaatst en verbonden met ontwikkelingen binnen het literaire veld. Na elk hoofdstuk volgt een uitvoerige bibliografie. Door zijn overzichtelijke indeling is Van romantiek tot postmodernisme, naast een prettig studieboek, ook een uitstekend naslagwerk. Deze uitgave is een volledige herziening van Twee eeuwen literatuurgeschiedenis - PoÙticale opvattingen in de Nederlandse literatuur.Over de auteursG.J. van Bork was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en publiceerde eerder het Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek en De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Dr. N. Laan is verbonden aan de Afdeling Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Eerder verscheen van hun hand Kunst en letterkunst, een bundel opstellen over beeldende kunst, muziek en literatuur.
Deze tweede, herziene druk van Nederlands van Middeleeuwen tot Gouden Eeuw biedt een praktische cursus Middelnederlands en Vroegnieuwnederlands. In het grammaticadeel worden de belangrijkste taalkenmerken van deze historische taalfasen en de achtergronden daarvan duidelijk uitgelegd. Gebruikers maken kennis met spelling- en klankvariatie in oudere teksten, de nominale flexie, het werkwoordelijk systeem, negatie, woordvolgordeverschijnselen, specifieke constructies en bijzonderheden van het lexicon. Elk hoofdstuk wordt gevolgd door opdrachten.Oefening is direct mogelijk aan de hand van gevarieerd tekstmateriaal. De reeksen Middelnederlandse en Vroegnieuwnederlandse tekstfragmenten bestrijken verschillende tekstgenres en vertonen een oplopende moeilijkheidsgraad. De vragen bij de teksten wijzen gebruikers op problematische passages en zetten aan om precies te lezen wat er staat en dit correct te interpreteren. Zo wordt het mogelijk om zelf de oorspronkelijke tekst van de Reinaert en Beatrijs te lezen en te begrijpen waarin de taal van een brief van de schrijver Hooft verschilt van die van een minder geletterde zeemansvrouw. Het boek leent zich zowel voor gebruik bij een collegereeks als voor zelfstudie.Over de auteursMarijke Mooijaart is redacteur voor de historische woordenboeken bij de Taalbank Nederlands van het Leidse Instituut voor Nederlandse Lexicologie en doceert lexicologie en lexicografie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen. Marijke van der Wal is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. Haar aandachtsgebieden zijn de historische taalkunde en de historiografie van de taalwetenschap.
Het omgevingsrecht regelt de ordening en de bescherming van onze leefomgeving. Het gaat dan om het milieurecht, het natuurbeschermingsrecht, het ruimtelijk bestuursrecht, het waterrecht en de samenhang daartussen. Dit boek bevat de hoofdlijnen van het omgevingsrecht. Stapsgewijs wordt de lezer door het omgevingsrecht geleid, waarbij de doorwerking van het Europese omgevingsrecht op structurele wijze bij de verschillende onderwerpen wordt meegenomen. Vanzelfsprekend is er ook aandacht voor de handhaving en rechtsbescherming van het omgevingsrecht.Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 heeft de samenhang tussen de verschillende deelterreinen van het omgevingsrecht een nieuwe dimensie gekregen. Een groot deel van de omgevingsrechtelijke toestemmingen zijn geïntegreerd in één omgevingsvergunning. Dat heeft voor de rechtspraktijk zeer grote consequenties.Deze druk is geheel geactualiseerd en aangepast aan de Wabo. Ook andere wijzigingen die van belang zijn voor het omgevingsrecht, zoals de Crisis- en herstelwet, de modernisering van de regelgeving inzake milieueffectrapportage en het Verdrag van Lissabon, zijn in deze druk meegenomen.Dit boek is bedoeld voor zowel het omgevingsrechtonderwijs als voor de rechtspraktijk.Alle auteurs zijn (oud-)medewerkers van het Centrum voor Milieurecht/Amsterdam Centre for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie en documentatie internationaal publiekrecht bevat een ruime selectie van verdragen, resoluties van internationale organisaties en internationale en nationale gerechtelijke uitspraken die zien op de toepassing van het internationaal publiekrecht.De bundel is samengesteld ten behoeve van het bacheloronderwijs in het vak Internationaal Publiekrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam, waar hij wordt gebruikt in combinatie met het boek Kern van het internationaal publiekrecht van prof. mr. André Nollkaemper. De bundel is echter ook zelfstandig bruikbaar bij onderwijs in het internationaal publiekrecht.