Depressie is over vijftien jaar volksziekte nummer 1, voorspelt de World Health Organisation. De afgelopen tien jaar zou het aantal mensen dat aan depressie lijdt al verdubbeld zijn. De oplossing wordt in toenemende mate gezocht in medicatie. Maar volgens Darian Leader wordt depressiviteit door de moderne medici verkeerd geïnterpreteerd. Het nieuwe zwart toont aan dat rouw en melancholie de grondslag vormen van wat we nu depressiviteit noemen en dat wij onvoldoende begrijpen en aanvaarden dat deze gevoelens grote invloed hebben op ons innerlijk leven. Leader houdt een pleidooi vóór het doorleven van ongeluk en tégen het hedendaagse streven naar geluk. Door beter inzicht te verwerven in reacties op verlies kunnen wij ons bevrijden van het idee dat we lijden aan een ziekte en leren inzien dat zwaarmoedigheid een belangrijke functie vervult. Het nieuwe zwart is gebaseerd op Leaders ervaringen uit zijn psychoanalytische praktijk.
Kenmerkend voor systeemtherapie is het uitgangspunt dat problemen samenhangen met en be´nvloed worden door de context waarin zij optreden. Op hun beurt kunnen die problemen ook de context weer be´nvloeden. Dat kan een gezin of familie zijn, maar ook een systeem van hulpverleners of de maatschappelijke context met zijn culturele en sociaaleconomische diversiteit. Problemen in relaties zijn van grote invloed op het welbevinden van individuen maar relaties kunnen ook een bron van steun en veerkracht zijn.Het Handboek systeemtherapie geeft een overzicht van de relevante ontwikkelingen in de theorie en praktijk van de systeemtherapie. De verscheidenheid en complexiteit van familierelaties worden belicht en de moeilijkheden die kunnen optreden zowel in het klassieke kerngezin en de partnerrelatie, als in nieuw samengestelde gezinnen, adoptiegezinnen, homoseksuele relaties, biculturele relaties, etcetera. Er wordt aandacht besteed aan het wetenschappelijke onderzoek naar de effectiviteit van en de processen in systeemtherapie. In capita selecta komen specifi eke onderwerpen aan de orde, zoals scheiding, huiselijk geweld, werken met vluchtelingen en systeemtherapie bij specifi eke problemen als ziekte, psychiatrische problematiek of criminaliteit.Het boek is bedoeld voor systeemtherapeuten en voor systeemtherapeuten in opleiding. Maar ook voor psychotherapeuten, klinisch psychologen, gz-psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkenden en andere hulpverleners die ge´nteresseerd zijn in de complexe samenhang tussen problemen en de leefwereld van mensen.Het Handboek systeemtherapie is een unieke Nederlands-Vlaamse coproductie van ruim zestig auteurs uit Nederland en BelgiÙ.
Sinds 2009 is kanker doodsoorzaak nummer één in Nederland. Toch is de levensverwachting voor mensen met kanker toegenomen. Multidisciplinaire teams spelen een steeds grotere rol in de diagnostiek en behandeling. Zij zorgen ervoor dat in de gehele oncologische keten optimale zorg kan worden geboden. De nieuwe druk van Oncologie volgt deze multidisciplinaire benadering. Daarom is dit leerboek geschreven door auteurs die werkzaam zijn in de diverse relevante vakgebieden. Het geeft een actueel overzicht van oncologische vraagstellingen op het gebied van het ontstaan van kanker, genetische predispositie, diagnostiek, behandeling, begeleiding en nieuwe ontwikkelingen van deze ziekte. Daarnaast is er speciale aandacht voor de manier waarop de zorg in Nederland is georganiseerd.Oncologie biedt een helder inzicht in de diversiteit van de oncologische problematiek en maakt duidelijk wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn bij de behandeling van kanker.Oncologie is bedoeld als leerboek voor studenten geneeskunde en verpleegkunde. Daarnaast is het een naslagwerk voor (huis)artsen en verpleegkundigen die in de praktijk met oncologische vraagstukken te maken hebben.
Dementie zorgt ervoor dat je de greep op je leven geleidelijk kwijtraakt. De patiënt levert vaak een gevecht tegen verlies van controle en veiligheid. Uiteindelijk een gevecht tegen de bierkaai, met grote gevolgen. Vooral voor degene die het treft, maar ook voor de partner, het gezin, de familie en de vrienden- en kennissenkring.Tegenwoordig willen familieleden maar ook mensen met dementie zelf zich verdiepen in de ziekte. Er komt immers heel wat op je af. Dan is het maar beter om over zaken te hebben nagedacht en gesproken. Je leven wint aan kwaliteit als je niet steeds achter de feiten hoeft aan te hollen. Dit boek helpt daarbij. Als patiënt en familie kun je naast kennis en inzicht veel baat hebben bij een professionele steun in de rug. Zo pleit Bère Miesen voor het vroegtijdig inschakelen van een coach die de opties kent, helpt te anticiperen op de ontwikkeling van de ziekte en op de gevolgen daarvan, en de weg weet in de wereld van zorg en welzijn.Dr Bère Miesen is psycholoog en werkt sinds 1969 in de zorg voor mensen met dementie. Hij promoveerde in 1990 op het proefschrift Gehechtheid en dementie, bedacht in 1997 het ‘Alzheimer Café’ en werd in 2005 benoemd tot eerste lector PsychoGeriatrie aan De Haagse Hogeschool. Hij is adviseur psychogeriatrie bij de WoonZorgcentra Haaglanden in Den Haag.
Deel 6 van de correspondentie van Erasmus bevat 151 brieven uit de periode mei 1518-juni 1519. Erasmus reisde in de zomer van 1518 van Leuven naar Bazel om een tweede druk van zijn uitgave van het Nieuwe Testament te verzorgen. Amper hersteld van ziekte en nog vermoeid van het harde werken stapte hij in september op de boot om over de Rijn naar het noorden te reizen. Een brief aan Beatus Rhenanus geeft een gedetailleerd verslag wat zich onderweg voordeed, bijvoorbeeld toen het schip aanlegde in Boppard, bij Koblenz. De tolbeambte daar blijkt een liefhebber van Erasmus’ boeken te zijn. De man, die de dag van zijn leven heeft, troont Erasmus mee naar zijn huis. Ondertussen worden de schippers ongeduldig, maar enkele kannen wijn doen wonderen. Een tolbeambte leest zijn boeken, terwijl priesters en monniken alleen maar aan eten denken, schrijft Erasmus als hij weer in Leuven is.Dat niet iedereen hem welgezind is, wordt in dit deel steeds duidelijker. Talloze keren heeft hij het over de kleingeestige vitters, die maar niet begrijpen wat hem voor ogen staat. Een van hen is de Engelsman Edward Lee. De grote Franse geleerde Guillaume Budé, ook in dit deel weer ongemeen scherp, is blij dat zich met Lee iemand anders aandient op wie Erasmus zijn humeurigheid kan botvieren! Budé weigert zich bij de bewonderaars te voegen, terwijl anderen van heinde en ver reizen om een keer de grote Erasmus te ontmoeten – iets waar de laatste overigens minder gelukkig mee is: laten ze toch zijn boeken lezen, dan leren ze hem beter kennen. Bovendien storen ze hem bij zijn werk.Een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de periode die dit deel beslaat, is de Leipziger disputatie, tussen Johannes Eck en Andreas Karlstadt en vervolgens ook Luther. Petrus Mosellanus beschrijft een half jaar van te voren hoe men zich opmaakt voor de strijd. Luther zelf richt zich op 28 maart 1519 voor het eerst tot Erasmus, in een ‘ietwat boers listige en half ironische brief’, zoals Johan Huizinga het uitdrukt.In juni 1518 grijpt Johannes Thurzo,
Aandoeningen aan longen en luchtwegen komen in de kindergeneeskunde veel voor. Astma is bij kinderen zelfs de meest voorkomende chronische ziekte. Deze feiten confronteren de huisarts en de kinderarts met een toenemende vraag naar advies, diagnostiek en behandeling van deze aandoeningen.Kinderlongziekten is het tweede deel in de serie Praktische kindergeneeskunde. Het behandelt onderwerpen variërend van hoest, benauwdheid, snurken en obstructief slaapapneusyndroom tot haemoptoe en pijn op de borst. Steeds wordt daarbij van de klacht van het kind uitgegaan. Door de beknopte cliëntgerichte aanpak is het boek een praktisch hulpmiddel bij het dagelijks handelen van medici die werkzaam zijn op het brede terrein van de kindergeneeskunde.De serie Praktische kindergeneeskunde beoogt informatie op een toegankelijke wijze vorm te geven, zodat de lezer deze snel en eenvoudig tot zich kan nemen. Elk deel van de serie zal een (deel)vakgebied van de kindergeneeskunde behandelen, waarbij de klachten van het kind steeds het uitgangspunt vormen. Dit maakt de serie met name geschikt voor huisartsen, kinderartsen (in opleiding), jeugdgezondheidsartsen en andere specialisten werkzaam op het gebied van kindergeneeskunde
Goed kunnen spreken, normaal - en lekker! - eten en drinken, een gaaf uiterlijk… voor de meeste mensen zijn dit allemaal volkomen vanzelfsprekende dingen. Maar dat geldt niet voor wie te maken krijgt met kanker in het hoofd-halsgebied. In Hoofd- en halszaken vertellen patiënten openhartig over de enorme impact van deze ziekte op hun leven. Zij kennen gevoelens van angst en teleurstelling, maar tonen ook ongekende moed en vechtlust. Velen beschikken over een bijzondere veerkracht waarvan ze zich eerder niet bewust waren. Ervaringsdeskundigheid en medische kennis komen in dit boek samen. Een groot aantal patiënten en hun naasten vertellen hun verhaal. Indringende en tegelijkertijd bemoedigende portretten zijn het resultaat. Hoofd- en halszaken is in de eerste plaats een boek dóór en vóór de patiënt met kanker in het hoofd-halsgebied. De combinatie van ervaringsverhalen én bijdragen van (para)medici levert echter ook de zorg- en hulpverlener een boeiend en betrouwbaar inzicht in de processen rond hoofd-halskanker.
Veel veertigplussers, vooral vrouwen, stellen zich die vraag. Alles hebben wat het hartje begeert en toch 'iets' missen. Iets, iets, maar wat dan? Het boek Is dit het nou? is vooral bedoeld als inspiratiebron voor vrouwen die vastlopen in het leven. 'Zoek iets wat je echt leuk vindt', is de boodschap. Want 'wie zijn passie volgt, is onoverwinnelijk'.Journaliste Susanne Groeneveld (1961) zocht vijftien vrouwen op die na hun veertigste een nieuwe weg insloegen. Vaak ging daar een bewogen periode aan vooraf: een echtscheiding, een burnout, een depressie, een ziekte of een zwaar ongeval. Stuk voor stuk kwamen de vrouwen sterker uit de strijd.
Voorafgaande aan de moderne verzorgingsstaat bemoeide de overheid zich nauwelijks met de sociale zekerheid van de bevolking. De risico's van het leven waren er niet minder om. Ziekte, invaliditeit, werkloosheid, ouderdom en overlijden vormden een voortdurende bedreiging voor de bestaanszekerheid. Het was aan de mensen zelf om hier iets aan te doen.
Over de preventie van hart- en vaatziektenAls u besloten heeft om uw risico op hart- of vaataandoeningen te verkleinen, moet u eerst weten welke risico's u loopt en wat eraan gedaan kan worden. Het risico op nieuwe vaatziekten kan door het aanhouden van een gezonde levenswijze flink dalen.Daarnaast is het misschien nodig om ook medicijnen in te nemen. Na het lezen van dit boek bent u goed op de hoogte van de verschillende risicofactoren en de risico's die ze opleveren voor hart- en vaatziekten. U kunt daardoor samen met deskundigen beslissen óf en welke risicofactoren u gaat bestrijden. U weet welke maatregelen daarvoor mogelijk zijn en wat het effect ervan is. Met de hulp van de dokter en andere deskundigen kunt u zelf de regie nemen over uw ziekte, uw leven en uw gezondheid.
Moeder of vader worden betekent een grote verandering: het kan helend en fantastisch, maar ook pijnlijk en confronterend zijn. Veel mensen die op jonge leeftijd een ouder hebben verloren, komen de pijn van dit verlies weer tegen als zij zelf vader of moeder zijn.'Toen mijn dochter bijna dertien was, ben ik de weken ervoor doodsbang geweest dat mij iets zou overkomen, zodat zij net als ik dertien zou worden zonder moeder. Ik was bang voor ziekte of een ongeluk. Pas op de ochtend van haar verjaardag was dat gevoel in een klap weg en voelde ik opluchting.'Mieke Ankersmid en Karin den Hollander hebben honderden ervaringsverhalen verzameld van ouders die als kind een of beide ouders verloren, of zelf afgestaan werden voor adoptie. In Ouders zonder voorbeeld staan talloze citaten waarin ouders met een vroeg verlies zich zullen herkennen. Zowel positieve als problematische aspecten worden belicht. Aan de orde komt ook hoe met deze confrontaties kan worden omgegaan.Beide auteurs zijn zelf moeder en verloren op jonge leeftijd een ouder. Drs. Mieke Ankersmid werkt al jaren op het gebied van 'omgaan met verlies en verdriet', zowel individueel als in groepen. Zij doet dit vanuit haar Bureau voor Verandering & Verankering. Karin den Hollander heeft een eigen praktijk voor coaching, counseling en training en is actief betrokken bij het netwerk moeders zonder moeder.
Veel mensen, in Nederland al gauw tienduizenden, beschikken over een te goed, te gevoelig, afweersysteem, dat overdreven reageert op bepaalde lichaamsvreemde eiwitten in hun omgeving, in hun voedsel, in insectengif of zelfs in geneesmiddelen. Vaak beperkt de systeemfout zich niet tot één reactie.Op jonge leeftijd is er meestal sprake van eczeem, al of niet in combinatie meteen voedselallergie; vervolgens ontwikkelt zich in de loop der jaren allergischastma of een allergische rhinoconjunctivitis in combinatie met een allergie voor inhalatie-allergenen. Dit beloop in de tijd wordt de atopische mars genoemd. Astma, eczeem en rhinitis zijn onderdeel van het atopiesyndroom en komen bij het merendeel van de patiënten in wisselende combinaties voor. Atopische patiënten kunnen naast deze abnormale immuunrespons op lichaamsvreemde eiwitten ook een genetische aanleg hebben voor een verhoogde immunologische reactiviteit in de organen die in contact komen met het allergeen. Bij een groot deel van de atopische patiënten leidt deze hyperreactiviteit op den duur tot een chronische allergische ontsteking in hetbetreffende orgaan. Men spreekt dan van een allergische ziekte.We kunnen dus van veel patiënten spreken. Bovendien kan allergie een enorme impact op de kwaliteit van leven hebben, zowel acuut (denk aan insectenallergie) of chronisch (denk aan allergische ontstekingen van huid, longen of ogen).Logisch dat ook een heel legioen artsen met allergologie te maken heeft: kinderartsen, jeugdartsen, huisartsen, internisten, longartsen, kno-artsen, dermatologen en oogartsen.Dit Handboek allergologie is gericht op de medicus practicus; de redactie en auteurs nemen hem/haar mee in de spreekkamer, waar een patiënt symptomen vertelt of laat zien die suggestief zijn voor een allergische reactie of een allergische ziekte. Het praktische aspect van het handboek wordt mede onderstreept door de aanwezigheid van protocollen voor diagnostiek en therapie en verwijzing naar bestaande richtlijnen.
Hypnotherapie is effectief gebleken bij het verwerken van trauma’s en het leren omgaan met verslaving, pijn, angst, ziekte en verlies. De auteur laat zien dat hypnotherapie een vak is dat geleerd kan worden aan de hand van duidelijk omschreven methoden en technieken. Zij behandelt deze uitvoerig en bespreekt hoe ze kunnen worden toegepast op de problematiek van de cliënt. Deze beschrijvingen worden geïllustreerd met verslagen van authentieke sessies.
Nederland heeft zich massaal in de schulden gestoken. Creditcard, postorderbedrijf, goedkope leningen, aandelenlease: we zitten er voor jaren aan vast en komen er in veel gevallen niet meer vanaf. Dit boek reikt de hand aan mensen die van hun schulden af willen komen, zonder te belanden in een schuldsaneringstraject of faillissement.In deel één behandelt het boek de oorzaken van financiële problemen: o.a. ziekte, werkloosheid, echtscheiding, gokverslaving en mislukte beleggingen. Herkenning is hierbij belangrijk.Het zeven stappenplan is deel twee; in zeven hoofdstukken wordt u meegenomen op weg naar een schuldenvrij bestaan. U leert de problemen aan te pakken; het boek geeft tips, suggesties en concrete plannen voor die aanpak. Het derde deel is een informatief overzicht van onderwerpen waarmee je als schuldenaar geconfronteerd kunt worden. Behandeld worden o.a. het Bureau Krediet Registratie, de deurwaarder, de WSNP en de Faillisementswet.In elk deel zijn hoofdstukken opgenomen met extra mogelijkheden om inkomsten te vermeerderen en uitgaven te verminderen.Paul Rispens is directeur van de Stichting Nooit Meer Rood en voorzitter van de Coöperatieve Vereniging SVF, een organisatie voor schuldhulpverlening en budgetbeheer. In contacten van de auteur met Hanneke van Veen en Rob van Eeden - schrijvers van o.a. "Meer doen met minder" en "Je geld of je leven" - ontstond het idee voor Nooit meer rood staan.Rood staan is slecht voor je gezondheid, voor je relaties en vooral voor je eigen welbevinden. Met de aanschaf van dit boek hebt u een belangrijke eerste stap gezet op weg naar financiële onafhankelijkheid. Volg het stappenplan en ook uw leven zal veranderen!(Rob van Eeden)
Beknopte integrale ziekteleer is een echt kennisboek, dat de basiskennis van de ziekteleer verschaft. Deze ongewijzigde vierde druk is gericht op competentiegericht leren. Parate ziektekundige kennis blijft onmisbaar, maar competentiegericht opleiden vraagt om de integratie van kennis, beroepshouding en vaardigheden. Veel aandacht is er daarom voor de verbanden tussen verstoringen, symptomen, beperkingen en de gevolgen daarvan voor de patiÙnt. Het onderdeel psychiatrie is opnieuw bekeken. Psychiatrische symptomen worden nu toegelicht in de context van het hele ziektebeeld. Beknopte integrale ziekteleer omvat 2 delen. Het eerste deel geeft uitleg over gezondheid en ziekte, ziekteoorzaken, -verloop en -verschijnselen en de medische mogelijkheden daarbij, zoals diagnostiek, behandeling en preventie. Het tweede deel gaat dieper in op ziektebeelden van organen en orgaansystemen. Het beschrijft de aandoeningen, diagnostiek en mogelijke behandelingen. Het boek is bedoeld voor Verpleegkundigen. Primair geschreven voor kwalificatieniveau 4, maar ook geschikt voor niveau 5.Paul Bocken is docent aan de verpleegkundige opleiding van ROC Midden Nederland. Naast de dagelijkse onderwijsuitvoering en begeleiden van studenten hebben de online-leeromgeving en het online-toetsen zijn speciale aandacht.
Voor veel mensen, vooral ouderen, is dement worden een schrikbeeld. Je geheugen verliezen, op den duur je partner en kinderen niet meer herkennen, opgenomen worden in een verpleeghuis; je moet er niet aan denken. Leven met dementie is geschreven voor iedereen die zich wel eens afvraagt of hij of zijn partner dement begint te worden. Maar het boek is vooral bedoeld voor mensen die leven met een partner of familielid die de ziekte al heeft.In heldere taal, met compassie, kennis van zaken én voorbeelden uit de praktijk, legt Frans Hoogeveen uit wat de ziekte inhoudt, welke vormen er zijn en wat het verloop is. Hij besteedt aandacht aan de betekenis van de ziekte voor de betrokkenen, de partner en familieleden, en geeft tips voor de omgang met mensen met dementie. Leven met dementie geeft tevens een overzicht van het beschikbare hulp– en informatieaanbod op dit gebied.
"Iedereen die werkzaam is in de Nederlandse gezondheidszorg weet doorgaans vrij goed wat er speelt in zijn of haar directe werkomgeving. Een totaalbeeld ontbreekt echter veelal, terwijl dit voor een goed begrip van de eigen beroepsuitoefening en werksituatie wel noodzakelijk is. Veranderingen in het beroepenveld, in de samenwerking van verschillende beroepsbeoefenaren en instellingen, in de verhouding van preventie, curatie en verzorging, in de zorgverzekeringen en de bekostiging van zorg, in de wetgeving voor marktwerking, kwaliteit en patiëntenrecht: het zijn allemaal onderwerpen die van invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken van zowel beroepsbeoefenaren als hun patiënten/cliënten.Ook deze tweede herziene druk van Organisatie van de gezondheidszorg biedt de lezer inzicht in de structuur en het functioneren van de gezondheidszorg. Er is (geactualiseerde) informatie over de beroepen, over de vele verschillende instellingen voor behandeling en zorg, over preventie en bedrijfsgezondheidszorg en over patiëntenorganisaties en -wetgeving. Ook gezondheid en ziekte blijven niet onbesproken, evenals de rol daarin van zowel de nationale als gemeentelijke overheid. Over de auteurJan Maarten Boot is als universitair hoofddocent beleid en management gezondheidszorg verbonden aan het UMC Utrecht (Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde). Daarnaast is hij (internationaal) consultant public health management en educatie.Organisatie van de gezondheidszorg wordt te actualisering van gegevens en signalering van nieuwe ontwikkelingen ondersteund door de website www.organisatievandegezondheidszorg.vangorcum.nl."
"Een behoorlijk deel van de Nederlandse bevolking lijdt aan één of meer chronisch-somatische aandoeningen. Volgens het CBS lijdt ongeveer 20% van de jongeren tot 18 jaar aan een chronische ziekte en met het stijgen van de leeftijd neemt dit percentage alleen maar toe. Iemands leven kan ingrijpend veranderen na de constatering van een chronische ziekte: naast lichamelijke klachten kunnen ook angst en onzekerheid over de toekomst het dagelijks functioneren sterk beïnvloeden. Soms slagen patiënten en hun naasten er niet in alle problemen zelf het hoofd te bieden. In die gevallen kan professionele hulp uitkomst bieden. Echter, veel professionele hulpverleners beschikken niet over voldoende specialistische kennis. Niet alleen vragen chronisch-somatische aandoeningen om een speciale therapeutische aanpak; ook enig inzicht in medische aspecten, zoals aard van de symptomen en ziekteverloop, is belangrijk bij het bepalen van een passende interventie.Het Handboek psychologische interventies bij chronisch-somatische aandoeningen bevat daarom niet alleen algemene informatie over het leven met een chronische ziekte en de daarmee gepaard gaande fysieke en psychosociale belasting, maar biedt ook een reeks praktische interventiemodellen, die stuk voor stuk door deskundigen zijn uitgewerkt. Vervolgens belicht een aantal medisch specialisten de medische aspecten van een tiental veel voorkomende chronisch-somatische aandoeningen, waarna het boek afsluit met een daarbij aansluitende reeks uitgebreide casusbeschrijvingen, geschreven door ervaren psychologen.De overzichtelijke indeling, de vele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en de deskundigheid van de vele medewerkers maken dit handboek tot een rijke bron van informatie voor iedereen die beroepsmatig of anderszins te maken heeft met de psychologische hulpverlening aan chronisch-somatisch zieken.Het boek werd samengesteld en geredigeerd door Grieteke Pool (psychotherapeut, GZ-psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker), Fredrike Heuvel (GZ-psy
Ongeveer 1 op elke 100 Nederlanders treft het noodlot van schizofrenie. Schizofrenie is een psychiatrisch syndroom dat chronisch van karakter is. Hevige angsten, soms met wanen of hallucinaties, bepalen het leven van de getroffenen, zij het dat ál te heftige emoties veelal worden afgedempt met zware medicijnen. Schizofrenen (en hun omgeving) hebben een verstoord leven: altijd het gevaar van een psychose, altijd de noodzaak van (pieken en dalen afvlakkende) medicijnen, nooit méér dan een gehandicapt sociaal leven. De aandoening is slecht bespreekbaar: de geneeskunde is soms traag of vaag in de diagnostiek, de getroffen patiënten en hun omgeving hebben vaak veel tijd nodig voor verwerking en zijn nogal eens terughoudend met informatie 'naar buiten', de meer perifere omgeving van patiënten heeft vaak nog een reflex van vermijding als het om chronische psychiatrische aandoeningen gaat. Allemaal geen bevorderlijke factoren voor isolement doorbrekende activiteiten. Het is in dit licht heel belangrijk dat er eindelijk een betrokken auteur is opgestaan die de problematiek 'van binnenuit' beschrijft. Middels 16 interviews, waarvan 15 met familieleden en één met een klinisch psycholoog, wordt in dit boek heel erg duidelijk hoe ouders, kinderen, partner, broer of zus leven met de ziekte van een geliefd persoon. 'Het gaat nog steeds niet goed met hem, ondanks alle medicijnen. Laatst zei hij dat er demonen via de televisie bij hem in zijn lichaam gekomen waren en hij moest toen zijn huis in brand steken. Hij weet gelukkig zelf dat het niet klopt. Hij gaat naar de dagopvang en daar heeft hij ook een slaapplek als hij zich thuis niet veilig voelt.' ' De zorg om Lizet beheerst mijn hele leven. Ik heb Merel nodig en zij mij en dat is om te overleven met Lizet. Ik denk nooit meer aan die twee jaar dat Lizet me zo'n pijn heeft gedaan. Ik kon daar toen niets mee, gaf me zelf de schuld en ook Merel verweet me toen vaak dat ik bepaalde dingen niet goed deed. Die periode stop ik weg, nu wil ik zoveel mogelijk voor L
Longcarcinoom is een van de vier meest voorkomende tumorsoorten in Nederland. Hoewel er steeds meer mogelijkheden voor behandeling zijn, blijft het een ziekte met een hoge mortaliteit, morbiditeit en ziektelast. Door het grillige verloop van de ziekte en de intensieve behandelingen hebben verschillende professionals een taak in de preventie, diagnostiek, behandeling en (na)zorg van deze patiëntengroep. Het 'Handboek longcarcinoom' is in de eerste plaats bedoeld voor zorgprofessionals die in de dagelijkse praktijk met deze patiëntengroep te maken hebben: (gespecialiseerde) verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, (huis)artsen, fysiotherapeuten, maatschappelijk werkenden en andere paramedici. Dit handboek geeft een zo volledig mogelijke beschrijving van alle aspecten van het longcarcinoom en het pleurale mesothelioom. Onderwerpen die aan bod komen zijn: epidemiologie, risicofactoren en preventie anatomie en fysiologie van de bovenste en onderste luchtwegen klinische presentatie diagnostiek en stadiëring chirurgie radiotherapie farmacotherapie behandeling klachten en symptomen psychosociale problematiek klinisch wetenschappelijk onderzoek informatiebronnen voor patiënten en zorgverleners.Waar het van toepassing is, worden de hoofdstukken afgesloten met casuïstiek. Het Handboek longcarcinoom is samengesteld op basis van de huidige wetenschappelijke kennis en inzichten. Daarbij is gebruikgemaakt van de deskundigheid en ervaring van experts uit verschillende disciplines.
Plantage Muidergracht is een egotistisch geschrift in optima forma. In dit boek wisselen herinneringen, invallen, autobiografische verhalen, reisbeschrijvingen en notities elkaar gedurig af. MorriÙns rijkgeschakeerde stijl, zijn lichtvoetigheid, ironie en scepsis lenen zich zowel voor een epigrammatische weergave van het alledaagse als voor het brede en verhalende van memoires. Het geheel levert - vrij zeldzaam toch in de Nederlandse literatuur - een bont en onthullend lezers - en schrijversrelaas.Bij Adriaan MorriÙn (1912) gaan privÚ-bestaan en literatuur vloeiend in elkaar over. Een voorval op straat ontroert, amuseert of ergert hem op identieke wijze als, bijvoorbeeld, een eerste ontmoeting met een groot dichter. Hij is een gevoelige, geestige observator bij wie alle indrukken gefilterd worden door een natuurlijke zinnelijkheid. Misschien heeft dit laatste iets met de ziekte in zijn jeugd te maken (tbc), waaraan overigens enkele van de fraaiste fragmenten in dit boek zijn gewijd. Hoe het ook zij, deze gelouterde sensualiteit is MorriÙns grote en inspirerende kracht.Plantage Muidergracht is een moza´ek van particulariteiten, zo onbevangen en openhartig gearrangeerd dat het aan het louter persoonlijke ontstijgt.* Een boek van een rasschrijver. - Doeschka Meijsing in Elsevier * Een openbaring [...],een kennismaking met nieuwe ogen met een uniek en voor ons land uitzonderlijk talent. - Adriaan van der Veen in Vrij Nederland * In deze verhalen, herinneringen, invallen en notities toont MorriÙn zich een uitzonderlijk waarnemer. - J. Huisman in Algemeen Dagblad * [...] een heel bijzonder boek [...] Ik denk dat de stem van Flaubert leek op die van MorriÙn. - Hugo Brandt Corstius in de Volkskrant
De auteur beschrijft hoe hij wordt getroffen door een ernstige auto-immuunaandoening. Hij stort zich in een zoektocht naar de primaire oorzaak van zijn ziekte en ontdekt uiteindelijk dat bestanddelen uit granen, melk, peulvruchten en nachtschades de voornaamste bron van problemen zijn. Hij past zijn voeding aan en knapt enorm op. Ook legt hij uit waarom zijn bevindingen waarschijnlijk gelden voor alle auto-immuunaandoeningen. Hierbij baseert hij zich op recente wetenschappelijke ontwikkelingen die de algemene kennis van voeding in relatie tot gezondheid in een ander daglicht stellen. De schijf van vijf zou grondig herzien moeten worden.
Wie alle varianten van nieuwvormingen, van long- tot dikkedarmkanker en van borst- tot prostaatkanker, bij elkaar optelt, kan tot geen andere conclusie komen dan dat kanker voornamelijk een ziekte is van de oudere mens. De oudere patiënt komt uit een zeer heterogene groep: lijdt veel vaker aan bijkomende ziekten, gebruikt meer medicijnen, heeft vaker beperkingen in functioneren, en heeft bovendien nogal eens een andere kijk op een behandeling en de hieruit voortvloeiende bijwerkingen dan jongere patiënten. Door de multimorbiditeit is de oudere patiënt veelal onder behandeling van verschillende specialisten.Dit boek is bedoeld voor de brede range aan medici die zich met de oudere kankerpatiënt bezighoudt: huisartsen, geriaters, internisten, medisch oncologen, radiologen, radiotherapeuten, specialisten ouderengeneeskunde, enzovoort. Maar het is zeer zeker ook van belang voor artsen in opleiding. Bovendien kan het geraadpleegd worden door de groeiende groep van oncologieverpleegkundigen met interesse voor oudere patiënten.Het boek geeft een op de Nederlandse en Belgische praktijk gericht overzicht van de actuele stand van zaken met betrekking tot epidemiologie, etiologie, pathogenese, diagnostiek en behandeling en follow-up van alle voorkomende oncologische aandoeningen bij ouderen.
"“De medische sociologie wordt hier niet gepresenteerd als een afgesloten ‘body of knowledge’, maar als een fascinatie met ziekte, gezondheid en zorg als sociale verschijnselen die vanuit een steeds wisselende gezichtshoek worden bekeken.”Paul Schnabel, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1995, ten aanzien van de vorige druk.“Samengevat: een informatief, overzichtelijk en helder geschreven inleiding met een beperkt aantal zwakke plekken.”Joop Jaspers, Medische Antropologie, 1996, ten aanzien van de vorige druk.Al sinds 1977 neemt de Inleiding in de medische sociologie een prominente plaats in binnen het onderwijs aan aankomende beroepsbeoefenaren in de zorgsector. J.M.D. Boot heeft de uitgave midden jaren negentig ingrijpend herzien. De ‘state of the art’ van de medisch sociologisch discipline werd opnieuw verwoord in sociologische begrippen en theorieën en toegepast op gezondheid, ziekte en (gezondheids)zorg. De zevende druk is benut om de meest recente ontwikkelingen qua sociologisch denken en onderzoeksresultaten toe te voegen, en om de in het verleden geconstateerde ‘zwakke plekken’ te elimineren door de waardevolle commentaren van recensenten, docenten en studenten te verwerken. Actualisering van illustratieve tekstboxen zorgt voor een goede aansluiting van deze sociologische theorie en praktijk op de maatschappelijke realiteit van ziekte, gezondheid en (gezondheids)zorg. "
Deze derde editie van Poliklinieken, jeugdgezondheidszorg en arbodienst is geactualiseerd en uitgebreid met maar liefst tien nieuwe hoofdstukken. Tijdens de research heeft de auteur gesprekken gevoerd met doktersassistenten en begeleiders in het werkveld. Voor wat betreft de intake– en voorlichtingsfunctie van doktersassistenten is gebleken dat er behoefte bestaat aan veel meer medische achtergrondinformatie. Door de nieuwe druk hierop af te stemmen, is het boek perfect toegesneden op de doelgroep: doktersassistenten en degenen die daarvoor worden opgeleid. Bij het beroep 'doktersassistent' denken veel mensen aan de assistente van een huisarts. Maar ook in poliklinieken, in de jeugdgezondheidszorg en bij arbodiensten werken veel doktersassistenten. In dit boek staan de kennis, vaardigheden en competenties centraal, die in deze specifieke settings vereist zijn. Het onderdeel poliklinieken geeft een overzicht van de belangrijkste achtergronden van aandoeningen en onderzoeken waar een doktersassistente in het ziekenhuis mee te maken kan krijgen. Vele poliklinieken komen aan bod en voor deze derde editie zijn verschillende nieuwe afdelingen beschreven, zoals interne geneeskunde, chirurgie, urologie, dermatologie en verloskunde/gynaecologie. Het deel over jeugdgezondheidszorg is aangevuld met een hoofdstuk over hoofdluis. De overige hoofdstukken staan vol nieuwe informatie, bijvoorbeeld over tics en diverse aan autisme verwante contactstoornissen. De nieuwste inzichten over de veelbesproken aandoening ADHD zijn eveneens verwerkt. Ook 'Ziekte en arbeidsongeschiktheid' en 'Het medische belang van de arbodienst', de twee hoofdstukken van het onderdeel arbodienst, zijn aan de ontwikkelingen van de laatste jaren aangepast. Op de bijgaande CD zijn meer dan 900 korte vragen en antwoorden te vinden, bedoeld om de verwerking van de inhoud van het boek te vergemakkelijken.
Suitable for health care professionals including nurses, nursing students, students of allied health professions and complementary therapies, paramedics and ambulance technicians. This title includes chapter where each provides an explanation of the normal structure and functions of the human body.
Op haar dertigste dronk Meggie de Jong (1964) haar eerste glas alcohol. Tien jaar later belandde ze, na het drinken van vier flessen wijn per dag, in een Duitse kliniek voor een ontgifting. Het was het begin van een loodzware strijd tegen haar alcoholverslaving.In haar debuut beschrijft zij dit pijnlijke en moeizame proces en hoe de wereld er nu, na ruim twee jaar 'droogstaan', uitziet. In het soms schokkende, maar met veel humor doorspekte boek staat boodschap centraal. Alcohol is een dodelijke ziekte, die alleen kan worden overwonnen door hulp in te roepen.Help, ik (ver)zuip is een openhartige, ongepolijste getuigenis over alcoholverslaving. Op een gegeven moment drinkt Meggie twee flessen port per dag, om daarna over te stappen op de witte wijn. De alcohol tast niet alleen haar geestelijke en lichamelijke gezondheid aan, maar ondermijnt ook vriendschappen en vergt het uiterste van haar omgeving.Meggie de Jong is de eerste Nederlandse vrouw die de moed heeft in een persoonlijk verslag over haar turbulente verleden naar buiten te treden. Met dit boek hoopt zij haar lotgenoten te helpen.
Overal in Nederland zijn de afgelopen jaren zelfsturende teams van Buurtzorg aan het werk gegaan met als doel de cliënt en de mensen om hem heen weer centraal te stellen in de zorg. Daarvoor is niet alleen een organisatievorm gekozen die radicaal breekt met de reguliere zorg, maar ook een bijpassende werkwijze. Onder het motto 'Eerst buurten, dan zorgen' heeft een aantal voortrekkers de afgelopen jaren gezocht naar manieren om de zorg van wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden beter af te stemmen op de behoeften, mogelijkheden en omstandigheden van de cliënt en zijn naasten. Ter ondersteuning daarvan is het Buurtzorg Informatie Systeem opgezet dat de teams online kunnen gebruiken. Daarin is onder andere een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse Omaha-systeem opgenomen. In dit boek beschrijven Aart Pool, psycholoog en adviseur van Buurtzorg, en Jennie Mast, projectcoördinator bij Buurtzorg, de werkwijze van Buurtzorg. Ze spiegelen die aan het ideaal van maatschappelijke gezondheidszorg of 'community health nursing'. Dat houdt in dat mensen die kampen met ziekte en beperkingen zodanig ondersteund worden dat zij niet buiten de gemeenschap komen te staan. De wijkverpleegkundige speelt hierin een belangrijke rol omdat zij de verbinding kan maken tussen individuele zorg, ondersteuning van de mantelzorg en zorg voor de buurt. Buurtzorg werkt stap voor stap aan het realiseren van dat ideaal, maar ziet ook dat er nog veel te doen is.
Gedetailleerd beschrijft Hilberdink Lodeizens Amerikaanse studentenjaren (1946-1948) aan een deftig college in Massachusetts, zijn contacten in de ondergrondse homocultuur in New York en later Den Haag, met de opzienbarende passage over Lodeizens arrestatie op grond van het beruchte artikel 248 bis. Lodeizen werd opgepakt en vastgezet, maar door ingrijpen van zijn vader, hoe precies wordt niet helemaal duidelijk, bleef de schade beperkt. Hilberdink gaat uiteraard ook in op Lodeizens pogingen om zijn gedichten gepubliceerd te krijgen en ten slotte zijn ziekte en de aangrijpende laatste weken voor zijn overlijden in Zwitserland op net 26-jarige leeftijd.Voor de schets van deze levensloop gebruikt Hilberdink het in overvloedige mate bewaard gebleven archiefmateriaal: dagboeken, notitieboekjes, aantekeningen, gedichten, brieven, gesprekken met familieleden, vrienden en tijdgenoten. Opvallend is, dat na Hans Lodeizens volledige acceptatie van zichzelf omstreeks april 1948, de onzekerheid, onwaarachtigheid en pedanterie grotendeels uit zijn taal verdwijnt. Hij overtuigt in zijn intieme geschriften en in zijn poÙzie. Het is Hilberdinks verdienste dit aspect van Lodeizens leven en poÙzie op inzichtelijke wijze voor het voetlicht te hebben gebracht. Hilberdink schrijft helder, informatief en efficient, laat zich door zijn onderwerp niet meeslepen en produceert toch een meeslepend boek.
Zonnige schaduw - MS in mijn leven - bestaat uit eenbundeling van 55 columns. De columns belichten velefacetten van het proces dat de schrijfster doorliep omte leren leven met fysieke beperkingen ten gevolge vande chronische ziekte Multiple Sclerose. Het omvat eenscala aan gebeurtenissen, variërend van grappig enontroerend tot verdrietig en confronterend, welke opindringende wijze worden beschreven. En hoewel hetverdriet soms bijna tastbaar is, blijkt de auteur in staatom het geheel op een positieve manier te belichten. Allezend wordt duidelijk dat de schaduw niet zonder de zon kan bestaan.
Oorzaken en behandeling van endometrioseHet duurt vaak jaren voordat de diagnose 'endometriose'wordt gesteld. In die periode heeft de ziekte echter al heel wat sporen achtergelaten: pijn, vermoeidheid, problemen bij seks, klachten bij ontlasting of plassen, verminderde vruchtbaarheid.De reden voor die late diagnose is relatief simpel: de klachten wisselen sterk van persoon tot persoon. Sommige vrouwen hebben helemaal geen klachten, andere zijn niet meer in staat om te werken of hun leven op een normale manier te leiden. Endometriose is geen kwaadaardige ziekte, maarkan desondanks erg slopend zijn. U leest in dit, in heldere taal geschreven boek, hoe endometriose ingrijpt in het leven. Verder leggen de auteurs duidelijk uit wat de ziekte precies is, hoe ze ontstaat, en wat er gedaan wordt om ze te bestrijden.
In Het eiland der kleurenblinden staan twee exotische medische raadsels centraal. Op het eiland Pingelap is een onwaarschijnlijk hoog percentage van de bewoners kleurenblind. Als een Sherlock Holmes lost Sacks de kwestie op. Het andere raadsel is een mysterieuze ziekte op het nabijgelegen eiland Guam. De kans op een oplossing wordt echter met ieder sterfgeval op het eiland kleiner.
Opleidingen voor beroepen in de gezondheidszorg verdelen van oudsher de leerstof over de traditionele vakgebieden zoals anatomie, fysiologie en pathologie. Deze verdeling doet recht aan de historische ontwikkeling van de geneeskunde, waarin de groeiende kennis tot steeds verdere specialisering heeft geleid. Het gevolg voor de basisopleiding is dat de hoeveelheid leerstof explosief is toegenomen, zoals blijkt uit handboeken van duizend en meer pagina’s. Daarom is er Medische Basiskennis. Dit boek geeft een integraal overzicht van de hoofdzaken over gezondheid en ziekte, samengebracht in een goed studeerbaar boek van beperkte omvang.<br/><br/>Medische basiskennis beschrijft de basisprocessen van het menselijke lichaam in inleidende hoofdstukken over celbiologie, algemene pathologie en immunologie. Daarna volgen twaalf hoofdstukken met als onderwerp een veelvoorkomende chronische aandoening. Deze hoofdstukken verschaffen een algemeen inzicht in bouw, functie en ziekte van het menselijk lichaam. In deze derde druk zijn bovendien twee nieuwe hoofdstukken opgenomen; over ontwikkeling en groei en over veroudering. Medische basiskennis probeert, onder andere met behulp van vele schematische tekeningen, de kloof tussen praktijkgerichte instructie en diepgravende specialistische geneeskundeboeken te overbruggen. Het verduidelijken van processen staat in dit boek voorop. <br/>
In De getto's van Hitler schetst Gustavo Corni een beeld van het leven in de getto's, dat in het teken stond van honger en ziekte, van razzia's en dwangarbeid, van overbevolking en terreur. Meestal lieten de Duitsers het bestuur van deze voorportalenv an de dood over aan een Joodse Raad, en de ordehandhaving aan een Joodse politiemacht. Hoe gingen deze bestuurders om met hun verantwoordeijkheid? Hoe konden ze beslissingen nemenen die vaak duizenden van hun medemensen een wisse dood in dreven? Corni schetst, met gebruikmaking van talloze, vaak nog onbekende dagboeken en herinneringen, een uiterst levendig en schrijend beeld van het dagelijkse leven in de getto's. Er zijn veel persoonlijke documenten uit de getto's bewaard gebleven, opvallend vaak geschreven door vrouwen. Schrijven was in deze omstandigheden vaak een teken van verzet, een ultieme poging om nog een laatste restant van menselijke waardigheid te behouden in een door en door ontmenselijkte omgeving. 'Dagboeken en herinneringen uit de getto's bleken een uitzonderlijk waardevolle bron van informatie (...). Alleen op die wijze kunnen we de werkelijkheid vatten van de wereld van de getto's, een wereld die tintelt van het leven en van de tegenstellingen'. Gustavo Corni, hoogleraar aan de Unversiteit van Trento.
Differentiatiekatern voor BOL en BBL studenten die in de laatste fase zijn gekomen van de opleiding tot verpleegkundige niveau 4. Het katern is een hulpmiddel bij het afstuderen en reikt verschillende mogelijkheden voor binnen en buitenschoolse verdieping aan. In de casuïstiek in dit katern komen de eindtermen van deelkwalificatie 414 meerdere malen op verschillende wijze aan bod. Gedurende de BPV toont de deelnemer dat hij/zij in staat is als verpleegkundige zorg te verlenen aan zorgvragers met een psychiatrische ziekte of verstandelijke handicap (414.03). Het kunnen toepassen van GVO (414.04) wordt eveneens in de BPV getoond. Ook het kunnen coördineren van zorg (414.05) wordt in de BPV getoond. De subeindtermen zijn vertaald in taken bij de casussen. Het bevorderen van kwaliteitszorg en deskundigheidsbevordering ten aanzien van psychiatrie en verstandelijk gehandicaptenzorg (413.06) wordt geleerd met behulp van projecttaken
Om nooit meer te vergeten is opgedeeld in twee delen. In het eerste deel wordt het verhaal verteld van Barbara en haar tante Geert, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Centraal hierin staat de rol die het herinneringsboek speelt bij de manier waarop Barbara omgaat met de situatie die de ziekte van haar tante met zich meebrengt. Het tweede deel is een handleiding waarin je leest hoe je samen een herinneringsboek kunt maken.Voor wie?
Het papier is geduldig, de lezer niet. Daarom is het zaak dat u uw boodschap zo helder en aantrekkelijk mogelijk op papier zet, zodat u de aandacht van uw lezers beter vasthoudt en zij in keer begrijpen wat u wilt zeggen.Met de tips en trucs in Hoe schrijf je dat? leert u hoe u meer vaart in uw teksten brengt, hoe u de begrijpelijkheid vergroot en hoe u het kort en bondig houdt. Het boek besteedt ook aandacht aan fouten en twijfelgevallen in zinsbouw, woordkeus de nieuwe (groene) spelling.Denk daarbij aan zaken als ‘kromme zinnen’, een aantal is/zijn, u of uw, en een aantal chronische taalziektes als de haar-ziekte, wat-ziekte, het hun-hebbensyndroom, het groter-als-jouvirus en de Engelse losschrijfziekte. Vanzelfsprekend komen ook de d’s en t’s in werkwoorden (ook Engelse) aan de orde, net als die lastige tussen-n (pannekoek of pannenkoek), punten, komma’s, haakjes, streepjes en andere, schijnbaar onbelangrijke, leestekens.Om snel antwoord op uw vragen te vinden, bevat dit boek een heel uitgebreid trefwoordenregister. Op de betreffende pagina’s vindt u die trefwoorden in de marge of in een kop. Dat zoekt snel en gemakkelijk terug.Hoe schrijf je dat? wil u inspireren tot vlotte, eigentijdse en begrijpelijke teksten. Teksten waarvan de lezer achteraf zegt: ‘Dat leest als een trein.’Jalanda Bouman is neerlandicus en werkt als zelfstandig tekstschrijver vanuit haar tekstbureau Berend & Bouman, dat is gespecialiseerd in bedrijfswetenschappelijke publicatien over management, communicatie en taal.Zij ontwikkelde daarnaast praktische taaltrainingen voor Schouten & Nelissen en trainde jarenlang mensen uit het bedrijfs leven op hun schrijftechniek.
Naast wetenschappelijke betrouwbaarheid zijn ook snelheid en methodisch handelen belangrijk in de moderne geneeskunde. Niet voor niks is 'evidence based medicine' een modewoord en niet toevallig duiken overal medische beslisbomen op. Daar is ook veel voor te zeggen, al benadrukken de sceptici terecht dat geneeskunde niet kan zonder persoonlijk inzicht en klinische blik. Echter, als op éen discipline de eisen van 'wetenschappelijk, snel en methodisch' van toepassing zijn dan is dat wel de radiologie. In deze context zijn ook eigenlijk geen sceptici voor het werken met de meest methodische beslishulpmiddelen. Logisch. Radiologen moeten, meestal op verzoek van andere medisch specialisten en huisartsen, efficiënt beslissen welke diagnostische methoden moeten worden ingezet om aandoeningen te kunnen uitsluiten of aantonen. En daarbij maakt het niet alleen in doeltreffendheid maar ook in kosten nogal wat uit van welke radiologische diagnostische tests gebruik wordt gemaakt. En nu allerwegen consensus wordt vastgelegd en er steeds meer richtlijnen beschikbaar komen voor diagnostiek en behandeling, wordt het ineens bijna onontkombaar om beslisbomen (algoritmen) in de radiologie te maken. Dat is niet zo eenvoudig als het misschien lijkt. Het aantal opties is vaak groot en de kans op structurele omissies ligt op de loer. Daarom is in 1996 het project Radiologische Algoritmen gestart in het Leids Universitair Medisch Centrum (lumc). In 1997 is een eerste set algoritmen uitgebracht en in de praktijk getest. Deze algoritmen zijn multidisciplinair en hebben, zoals in de praktijk is gebleken, een breed draagvlak. De theorie van Bayes (een model waarin de verandering van de waarschijnlijkheid dat een patiënt de bepaalde ziekte heeft bij een positief testresultaat wordt vergeleken met de a priori kans) is bij de Leidse benadering belangrijk. Met de sterk verbeterde herpublicatie van de Leidse radiologische beslisbomen komt een landelijke methodiek voor een betere en efficiëntere diagnostiek onder handbereik van radiologen en ande
Het deel Anticonceptie van de reeks Capita Selecta gaat in op thema's als HPV-vaccinatie, op latere leeftijd zwanger worden en de weerslag van ziekte en ouderdom op intimiteit en seksualiteit bij de steeds ouder wordende vrouw en man. De bijdragen zijn afkomstig uit de professionele vakliteratuur en geselecteerd door een expert op het terrein van de anticonceptie. Op die manier is gegarandeerd dat het thema op een gevarieerde en verrassende wijze wordt belicht.
"Eén van de onderzoeksgebieden van de klinische neuropsychologie is normale veroudering waarbij geprobeerd wordt inzicht te krijgen in de invloed die leeftijd heeft op cognitie en gedrag. Veel functies op cognitief en gedragsmatig gebied blijven gehandhaafd of verbeteren zelfs tijdens het ouder worden. Sommige functies gaan achteruit. Vaak wordt de vraag gesteld of bij achteruitgang in bepaalde functies, bijvoorbeeld geheugen, sprake is van een (beginnende) dementie. Eén van de meest voorkomende vormen van dementie is de ziekte van Alzheimer. Leeftijd is één van de grootste risicofactoren voor het ontstaan van de ziekte van Alzheimer, een gegeven dat tevens het thema van dit boek vormt. Anders dan in andere boeken die hoofdzakelijk de normale verouderingsprocessen beschrijven of juist over dementie gaan, maakt de schrijver van dit boek van een beperkt aantal klinische en neuropsychologische aspecten een vergelijking tussen veroudering en de ziekte van Alzheimer.Niet alleen wordt de klinische neuropsychologie gewaardeerd om zijn waardevolle bijdrage aan de diagnostiek. In toenemende mate worden programma’s ontwikkeld die bedoeld zijn om het neuropsychologisch functioneren van patiënten met aandoeningen van het centraal zenuwstelsel te verbeteren. Dit boek vraagt daarom ook aandacht voor enkele niet-farmacologische multi- en unimodale sensorische interventies die gericht zijn op verbetering van de kwaliteit van leven van de (niet) demente oudere.Dr Erik Scherder is werkzaam op de afdeling klinische neuropsychologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Sinds 1990 doet hij onderzoek naar mogelijke effecten van multi-modale sensorische interventies op geheugen, gedrag en slaap-waakritme van (niet)demente ouderen. Een ander groot interessegebied is onderzoek naar de invloed van veroudering en de ziekte van Alzheimer op de beleving van pijn."
Dit boek gaat over kwetsbare en intieme onderwerpen: vergankelijkheid, vruchtbaarheid, seksualiteit, ziekte, schuldgevoel, spiritualiteit. Het gaat over rouw en herstel, over verlies en nieuwe mogelijkheden. De titel Scherven slaat op iets wat stuk ging, maar ook op kleine deeltjes die samen iets nieuws kunnen maken. Dit boek is een queeste naar verbinding, zin en samenhang, een zoektocht naar het verhaal dat het beschadigde zelf een kader geeft.De opzet van dit boek is terug te vinden in de vorm ervan. Een sprookje is verweven doorheen het beschouwende werk. De samenwerking tussen verstand en gevoel, verbeelding en realiteit, het persoonlijke en het universele, het mannelijke en het vrouwelijke, schept nieuw leven. Samen met de vrouw uit het sprookje wordt een weg afgelegd naar levenskracht, verbondenheid en spirituele vruchtbaarheid. Scherven is geschreven voor mensen die op zoek zijn naar nieuw leven of zich willen verdiepen in levensprocessen en voor zij die anderen daarbij begeleiden.
Na gemiddeld drie minuten bladeren in een modemagazine voelt driekwart van de vrouwen zich lelijk, onvolkomen en schuldig. Iedereen moet er tegenwoordig 'goed' uit zien. Ons uiterlijk speelt een beslissende rol in wie we zijn en hoe we ons als persoon voelen. De media spiegelen ons een onbereikbaar ideaalbeeld voor van ultieme schoonheid, waardoor duizenden mannen en vrouwen een vermogen spenderen aan het laten corrigeren van lichamelijke onvolkomenheden; schoonheid staat immers garant voor succes.De aandacht voor de lichamelijke schoonheid verhult dat sommigen ernstig kunnen lijden onder de ziekelijke preoccupatie met het uiterlijk. Deze mensen hebben body dysmorphic disorder, een ernstige psychiatrische stoornis die bij één op de vijftig mensen voorkomt, en kan leiden tot een eindeloos bezoek aan cosmetische chirurgische klinieken.Dit is het eerste Nederlandstalige handboek over body dysmorphic disorder. Het handboek beschrijft alle facetten van deze complexe stoornis, waaronder de geschiedenis, de oorzaken, de behandeling en de maatschappelijke impact. Het is een onontbeerlijke inleiding tot de ziekte body dysmorphic disorder en het maatschappelijke fenomeen van lichaamscorrecties.Damiaan Denys is afdelingshoofd Psychiatrie van het AMC, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam en tevens werkzaam aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (KNAW).Nienke Vulink is psychiater aan het AMC van de Universiteit van Amsterdam.
Dit boek is een bundeling van het hedendaags gezondheidssociologisch onderzoek, hoofdzakelijk in Vlaanderen. De bonte verzameling van theoretische bijdragen - over sociale ongelijkheid en sociaal kapitaal, over medicalisatie en de verloskundige praktijk, over handicap en emancipatie - en empirische studies over, onder meer, formele en informele zorg, over jongvolwassenen met kanker, over ziekteen lijden, over handicap, over het welbevinden van senioren in rusthuizen en over de levenskwaliteit van aidspatiënten, toont de verrassend gevarieerde belangstelling van de sociologie voor de meestdiverse aspecten van gezondheid, haar maatschappelijke wortels en haar gevolgen voor individu ensamenleving.Over de auteur:Piet Bracke is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent. Hij doceert er algemene sociologische vakken, naast een gevorderd vak gezondheidssociologie. Daarnaast verricht hij, als lid vande onderzoeksgroep Hedera (Health & Demographic Research-Ghent University: www.hedera.ugent.be), onderzoekop het raakvlak van de gezondheidssociologie met de gezinssociologie. Gender of de verhoudingen tussen vrouwen en mannen zijn in zijn wetenschappelijk onderzoek nooit veraf. Mentale gezondheid en subjectief welbevinden staan doorgaans eveneens centraal. Vandaar ook zijn aandacht voor de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en de maatschappelijke positie van personen met psychische problemen. In de nabije toekomst zal hij zich meer richten op internationaal vergelijkend onderzoek van gezondheidssociologische thema’s.
De toepassingen van psychologische kennis en behandelingstechnieken nemen een steeds grotere plaats in binnen de gezondheidszorg. Niet alleen in de zorg en onderzoek van patiÙnten met psychische problemen en mensen met een geestelijke of lichamelijke handicap, maar ook in de zorg voor patiÙnten met primair lichamelijke problemen, zoals kanker, brandwonden en astma. De psycholoog is bij uitstek degene die de patiÙnt kan helpen om beter te leren omgaan met ziekte en beperkingen.Psychologie in de gezondheidszorg wil in de eerste plaats aan studenten en andere ge´nteresseerden een beeld geven van de mogelijkheden die er zijn voor psychologen in de gezondheidszorg. Ten tweede om inzicht te geven in wat het werken als gedragskundige in verschillende settings in de gezondheidszorg inhoudt en welke kennis en kwaliteiten daarbij vereist zijn. Ten slotte wil Psychologie in de gezondheidszorg een verbinding leggen tussen theorie en praktijk.Over de auteursDe auteurs zijn wetenschappers die bovendien werkzaam zijn in de gezondheidszorg. In veel gevallen zijn ze daarnaast betrokken bij postdoctorale opleidingen, als docent en/of als stagebegeleider. Het boek heeft daardoor een extra dimensie: dat van de scientist practitioner. Geschreven door mensen uit de praktijk blijft het niet bij een beschrijving van de handvaardigheden van de praktiserend psycholoog, maar wordt tevens een beeld gegeven van de toepassing van psychologische kennis op een manier die recht doet aan de wetenschappelijke discipline van de psychologie.
Een doktersassistent heeft afwisselend werk: het ontvangen van patiënten in de praktijk, het uitvoeren van medisch-technische handelingen en het geven van voorlichting en advies aan patiënten. Om dat werk goed uit te kunnen voeren zijn gedegen medische kennis en inzicht in de (beroeps-) praktijk noodzakelijk. Dit boek legt de basis voor alles wat een doktersassistent moet weten en kunnen.Inleiding medische kennis geeft een breed beeld van de dagelijkse beroepspraktijk van de doktersassistent. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk wordt inzicht gegeven in het functioneren van een huisartspraktijk en in de rol en taken van de assistent. Aan bod komen onder meer het medisch denken en handelen, lichamelijk en aanvullend onderzoek, medische terminologie, psychologie, kindergeneeskunde, geriatrie, infecties, allergie, geneesmiddelenkennis, alternatieve geneeswijzen en gezondheid en ziekte in andere culturen. Inleiding medische kennis volgt samen met Medische kennis voor doktersassistenten onderstaande titels uit de Kompas-reeks op. - Inleiding intake en voorlichting deel 1 - Inleiding intake en voorlichting deel 2
We leven gelukkig steeds langer, maar dieevolutie heeft helaas ook een schaduwkant.Door de veroudering wordt het probleem van dementieimmers steeds erger. Nu al lijden bijna 200.000 Belgenaan dementie en dat aantal neemt steeds toe.Professor Rik Vandenberghe, hoofd van degeheugenkliniek van het UZ Gasthuisberg in Leuven,belicht dementie vanuit zijn expertise: wat is dementie,kan je het voorkomen, kan je het proces vertragen, hoega je als familie om met dementerenden…We laten in dit boek ook vijf bekende Vlamingen aanhet woord met een vader of moeder die getroffen is doordementie: Andrea Croonenberghs, Warre Borgmans,Dimitri Leue, Sandrine André… Hun getuigenissenmaken van dit boek een pakkend én informatief geheelvoor al wie meer wil weten over deze vreselijke ziekte.Een informatief boek met praktisch adviesTaboedoorbrekend over dementie alstoenemend probleem in Vlaanderen
Na een zorgeloze jeugd ontwikkelt Esther op ongeveer 26-jarige leeftijd de eetstoornis anorexia nervosa. Na een periode van ontkenning, volgde tijdens de periode van hulp de acceptatie. Esther vond in eerste instantie dat een eetstoornis niet bij haar leeftijd hoorde.In De weg kronkelt... beschrijft Esther haar strijd tegen de ziekte. Dagboekfragmenten en gedichten die ze in deze periode van har leven geschreven heeft, maken deel uit van het boek. Het boek maakt duidelijk dat passende hulp lastig te vinden is. De weg naar genezing was een lange weg, waarbij angst overwonnen moest worden. Beter worden ging gepaard met vallen en opstaan. Ook de omgeving speelde bij dit process een belangrijke rol.Het boek maakt duidelijk dat het niet eenvoudig is om voor 100% van een eetstoornis te genezen. Eten blijft, hoe dan ook, deel uitmaken van het leven!Esther van der Heiden werd in 1974 geboren en groeide in een stabiel gezin met een zusje op. Haar VWO doorliep ze na de basisschool zonder problemen, waarna ze een opleiding begon aan de Pabo. Na een jaar werkzaam te zijn als leerkracht, ging ze op zichzelf wonen. Haar eetprobleem begon zich kort daarna te uiten. In de periode van haar eetstoornis, is de drang om te schrijven begonnen. De inspiratie om een boek te schrijven kwam van haar man, die hoopte dat ze met het schrijven een periode van haar leven zou kunnen afsluiten. Daarnaast heeft ook haar vader hieraan bijgedragen, omdat hij haar gedichten altijd zo waardeerde. Middels dit boek probeert Esther het begrip en de kennis rondom eetstoornissen te vergroten.
Dementie zorgt ervoor dat je de greep op je leven geleidelijk kwijtraakt. De patiÙnt levert vaak een gevecht tegen verlies van controle en veiligheid. Uiteindelijk een gevecht tegen de bierkaai, met grote gevolgen. Vooral voor degene die het treft, maar ook voor de partner, het gezin, de familie en de vrienden- en kennissenkring. Tegenwoordig willen familieleden maar ook mensen met dementie zelf zich verdiepen in de ziekte. Er komt immers heel wat op je af. Dan is het maar beter om over zaken te hebben nagedacht en gesproken. Je leven wint aan kwaliteit als je niet steeds achter de feiten hoeft aan te hollen. Dit boek helpt daarbij. Als patiÙnt en familie kun je naast kennis en inzicht veel baat hebben bij een professionele steun in de rug. Zo pleit BÞre Miesen voor het vroegtijdig inschakelen van een coach die de opties kent, helpt te anticiperen op de ontwikkeling van de ziekte en op de gevolgen daarvan, en de weg weet in de wereld van zorg en welzijn.