In dit boek laten toonaangevende onderzoekers hun licht schijnen over de immigratie en integratie van allochtonen. Zij geven het debat rond dit thema een nieuwe impuls door de Nederlandse situatie in een internationaal perspectief te plaatsen. Daarbij komen diverse vraagstukken aan bod: in ternationaleinternationale migratie, immigratie- en integratiebeleid, anti-immigratiepar-tijen, etnocentrisme, politieke mobilisatie van allochtonen, schoolprestaties, jeugdwerkloosheid en ruimtelijke segregatie.Hoe verhoudt het Nederlandse immigratie- en integratiebeleid zich tot dat van andere landen? Waarom trekken anti-immigratiepartijen in Nederland zo weinig stemmen? Zijn de slechtere schoolprestaties en hoge werkloosheid-cijfers onder allochtonen uniek voor Nederland? Deze en andere vragen wor-den beantwoord in Allochtonen in Nederland in internationaal perspectief.Frank van Tubergen en Ineke Maas zijn verbonden aan de capaciteits-groep Sociologie van de Universiteit Utrecht.Met bijdragen van Han Nicolaas & Arno Sprangers; Han Entzinger & Alfons Fermin; Meindert Fennema & Wouter van der Brug; Ruud Koopmans; Marcel Coenders, Marcel Lubbers & Peer Scheepers; Mark Levels, Jaap Dronkers & Gerbert Kraaykamp; Gideon Bolt, Maarten van Ham & Ronald van Kempen.M&M Allochtonen in Nederland in internationaal perspectief is de boekaf-levering bij jaargang 81 (2006) van het sociaal-wetenschappelijk tijdschrift Mens & Maatschappij.
"“De medische sociologie wordt hier niet gepresenteerd als een afgesloten ‘body of knowledge’, maar als een fascinatie met ziekte, gezondheid en zorg als sociale verschijnselen die vanuit een steeds wisselende gezichtshoek worden bekeken.”Paul Schnabel, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1995, ten aanzien van de vorige druk.“Samengevat: een informatief, overzichtelijk en helder geschreven inleiding met een beperkt aantal zwakke plekken.”Joop Jaspers, Medische Antropologie, 1996, ten aanzien van de vorige druk.Al sinds 1977 neemt de Inleiding in de medische sociologie een prominente plaats in binnen het onderwijs aan aankomende beroepsbeoefenaren in de zorgsector. J.M.D. Boot heeft de uitgave midden jaren negentig ingrijpend herzien. De ‘state of the art’ van de medisch sociologisch discipline werd opnieuw verwoord in sociologische begrippen en theorieën en toegepast op gezondheid, ziekte en (gezondheids)zorg. De zevende druk is benut om de meest recente ontwikkelingen qua sociologisch denken en onderzoeksresultaten toe te voegen, en om de in het verleden geconstateerde ‘zwakke plekken’ te elimineren door de waardevolle commentaren van recensenten, docenten en studenten te verwerken. Actualisering van illustratieve tekstboxen zorgt voor een goede aansluiting van deze sociologische theorie en praktijk op de maatschappelijke realiteit van ziekte, gezondheid en (gezondheids)zorg. "
In deze bundel behandelt de Amsterdamse socioloog J. Goudsblom sociale 'regimes' waar mensen individueel en in groepsverband onder leven. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de schaamte en de tijdrekening, maar ook het streven naar luxe en comfort. Hoewel al deze regimes door mensen aan elkaar worden opgelegd, kan het in onze beleving lijken alsof we er aan toegeven uit een spontane innerlijke drang.Uitgaande van de wisselwerking tussen sociale dwang en individuele ontplooiing richt Goudsblom in dit fascinerende boek zijn scherpzinnige blik op schijnbaar ver uiteen liggende onderwerpen, zoals vuurbeheersing, godsdienst, koningsschap, de verhouding tussen mannen en vrouwen, tafelmanieren, gehoorzaamheid en rationaliteit. Het regime van de tijd is een staalkaart van wetenschappelijke nieuwsgierigheid en essayistische durf. Over de auteurJ. Goudsblom (1932) ontving voor zijn standaardwerk Balans van de sociologie de Busken Huet-prijs 1975. De bekroning van dit wetenschappelijke werk met een letterkundige prijs is kenmerkend voor de bijzondere betekenis van Goudsblom. Schrijver van aforismen, redacteur van Propria Cures en medeoprichter van het literaire tijdschrift Tirade, groeide hij vanaf zijn dissertatie Nihilisme en cultuur (1960) uit tot een van Nederlands meest vooraanstaande sociologen. Zijn boek Vuur en beschaving (1992) is vertaald in het Engels, Duits, Spaans, Italiaans en Hongaars.
Groepsdynamica bestudeert het gedrag van mensen in kleine groepen. Door haar brugfunctie tussen psychologie en sociologie neemt de groepsdynamica een unieke plaats in binnen de sociale wetenschappen. Dit boek behandelt de hoofdthema's uit de groepsdynamica. Een selectie hieruit: niveaus en interventies in groepen, groepsvorming, groepsontwikkeling, communicatie, feedback, groepsprocessen, besluitvorming, conformiteit, groepsnormen, groepsidentiteit, situationeel leiderschap, het functioneren van teams. Daarbij worden er op systematische wijze verbindingen gelegd met de praktijk.Dit boek is bestemd voor mensen die professioneel met groepen werken of daartoe in opleiding zijn.Over de auteurJan Remmerswaal (1945) is sociaal-psycholoog. Als opleider, trainer, docent en adviseur is hij de afgelopen dertig jaar betrokken geweest bij een groot aantal opleidingen en cursussen in het Hoger Onderwijs (zowel universitair onderwijs als hbo) en binnen bedrijfsgerichte opleidingen. Zijn belangstellingsgebieden betreffen groepsdynamica, teambuilding, begeleiding van groepen, veranderingsmanagement, coaching, counseling, supervisie en intervisie. Hij publiceerde een groot aantal artikelen op het terrein van groepen en begeleiden van groepen, en negen boeken, waaronder de drie delen Groepsdynamika deel I: Inleiding, deel II: Kommunikatie, en deel III: Groepsontwikkeling. Hij is ook hoofdredacteur van het tijdschrift 'Werken Leren en Leven met Groepen'.
Supervisie heeft zich in de afgelopen decennia in Nederland ontwikkeld tot de belangrijkste begeleidingsmethodiek in de opleiding en verdere toerusting van professionele werkers in mensgerichte beroepen. De professionalisering van supervisie is dankzij uiteenlopende publicaties op gang gekomen. Nadat supervisoren meer dan voorheen in een eigen vakblad zijn gaan publiceren, is dit proces in een stroomversnelling geraakt. Het tijdschrift Supervisie in opleiding en beroep publiceerde in de periode 1983-2002 tal van artikelen. Daarbij was de zoeker meestal op supervisie gericht, al kwamen ook andere begeleidingsvormen in de bijdragen aan bod. Dit boek bevat een selectie van artikelen uit de genoemde periode. Er is gekozen voor een brede opzet. Bij het selecteren van de bijdragen is gelet op inhoud en actualiteitswaarde; daarbij is van elke auteur slechts één artikel opgenomen. Deze bundel is thematisch in twee delen opgedeeld: belangrijke thema’s uit de supervisiekunde en specifieke benaderingswijzen. Zij bieden de lezer een rijk geschakeerd zicht op de ontwikkeling van supervisie: als herkenning of als kennismaking.
Dit rapport geeft een omvattend beeld van de positie van Chinezen in Nederland.Onder mensen van Chinese herkomst die in Nederland wonen, is een grootschaligsurvey onderzoek uitgevoerd. Voor een groot aantal onderwerpen wil ChineseNederlanders antwoord geven op de vraag hoe de Chinese groep er in Nederlandvoor staat. Er is onder meer aandacht voor de positie in het onderwijs, op dearbeids- en de woningmarkt. Ook wordt een beeld gegeven van de beheersing vande Nederlandse taal, van de gezondheid, het interetnisch contact en de betrokkenheid bij zowel Nederland als de eigen herkomstgroep. Een belangrijke vraag betreft de vooruitgang van de tweede generatie Chinese Nederlanders ten opzichte van hun eerste generatie herkomstgenoten. Die is groot. Chinese Nederlanders is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van VROM/DirectieWonen, Wijken en Integratie, die momenteel onder het ministerie van BZKressorteert.Mérove Gijsberts werkt bij de onderzoeksgroep Educatie en Minderheden. Zij doet onderzoek naar de positie van niet-westerse migranten en hun kinderen en is redacteur van het periodiek verschijnende Jaarrapport Integratie.Willem Huijnk studeerde sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2011 promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een studie gericht op familiebanden en interetnische relaties. Hij is nu werkzaam bij de sectie Educatie en Minderheden.Ria Vogels is cultureel antropoloog. Zij werkt bij de sectie Educatie en Minderheden. Eerder publiceerde zij over de maatschappelijke positie van Chinezen in Nederland.
Goed bedoelde onderwijsveranderingen zijn vaak minder effectief dan verwacht.Goed bedoelde onderwijsveranderingen zijn vaak minder effectief dan verwacht. De samenleving heeft een stevige invloed op het functioneren van het onderwijs. Maar dit betekent niet dat het onderwijs een machteloos instituut is, want de inrichting van het onderwijs beïnvloedt ook die maatschappelijke ontwikkelingen. Zo verschillen de onderwijstrajecten van vergelijkbare tweede generatie Turkse en Marokkaanse leerlingen tussen vijf Europese steden, beïnvloedt de betrouwbaarheid van de selectie het functioneren van de arbeidsmarkt en verschilt de invloed van etnische diversiteit van scholen op verdraagzaamheid tussen verschillende landen. Goede bedoelingen in het onderwijs: kansen en missers laat zien dat goede bedoelingen in het onderwijs realiseerbaar zijn, maar ook dat ze fout kunnen uitpakken. - Jaap Dronkers (1945) is sinds 2009 hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Een van zijn recente publicaties is Quality and Inequality of Education. Cross-National Perspectives, Dordrecht/Heidelberg/London/New York: Springer (2010). - Met bijdragen van Gerbert Kraaykamp, Jochem Tolsma & Maarten Wolbers; Rolf van der Velden; Helga A.G. de Valk & Gülseli Baysu; Brooke Sykes, Hans Kuyper & Sako Musterd; Jannick Demanet, Orhan Agirdag & Mieke Van Houtte; Jan Germen Janmaat; Virginia Maestri; en Marloes de Lange, Jaap Dronkers & Maarten Wolbers. 'Goede bedoelingen in het onderwijs: kansen en missers' is de boekaflevering bij jaargang 86 (2011) van het sociaal-wetenschappelijk tijdschrift 'Mens & Maatschappij'.
Etnisch geweld is zelden een spontane uitbarsting van spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepenMedia spreken bij etnisch geweld vaak van spontane uitbarstingen van woedende menigten. Maar etnisch geweld is zelden een spontane uitbarsting van spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen. De menigte is vaak gemobiliseerd door elites die het geweld exploiteren voor eigen gewin. Laten deelnemers aan geweld zich echt misleiden door complotsmedende leiders of zijn er andere verklaringen mogelijk? 'Etnisch geweld: groepsconflicten in de schaduw van de staat' combineert theoretische beschouwingen met onderzoek naar etnisch geweld. De auteurs concluderen dat de organisatie van etnisch geweld voortkomt uit de schaduw van de staat: schimmige netwerken van politici en anderen die gewone mensen helpen toegang te verkrijgen tot de overheid. Ward Berenschot studeerde politicologie en promoveerde in 2009 op 'Riot Politics. Communal Violence and State-Society Mediation in Gujarat, in India'. Huibert Schijf is verbonden aan de afdeling Sociologie/Antropologie van de Universiteit van Amsterdam en is redacteur van 'Mens & Maatschappij'. 'Etnisch geweld: groepsconflict in de schaduw van de staat' is de boekaflevering bij jaargang 84 (2009) van het sociaalwetenschappelijke tijdschrift 'Mens & Maatschappij'.
"“De medische sociologie wordt hier niet gepresenteerd als een afgesloten ‘body of knowledge’, maar als een fascinatie met ziekte, gezondheid en zorg als sociale verschijnselen die vanuit een steeds wisselende gezichtshoek worden bekeken.”Paul Schnabel, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1995, ten aanzien van de vorige druk.“Samengevat: een informatief, overzichtelijk en helder geschreven inleiding met een beperkt aantal zwakke plekken.”Joop Jaspers, Medische Antropolo
Elke donderdag, al vijf jaar lang, schrijft voormalig fotograaf Hans Aarsman in de kunstbijlage een column naar aanleiding van een opmerkelijke foto die hij aantrof in een krant of tijdschrift, op een tentoonstelling of website. Met een loep struint hij de foto af. Welk verhaal schuilt er achter de eerste indruk? Is er geposeerd? Zijn de varens echt of van plastic? Waarom dragen die vrouwelijke ME'ers strakke rokjes? Hans Aarsman ziet dingen op foto's die je in eerste instantie over het hoofd ziet. En stelt onverwachte vragen bij onopvallende beelden. In Ik zie ik zie zijn de mooiste bijdragen van de afgelopen jaren uit 'De Aarsman Collectie' gebundeld.
Hoe is het om kind te zijn in deze tijd? Met welke mogelijkheden, uitdagingen en beperkingen hebben kinderen te maken? In het basisonderwijs is het belangrijk te begrijpen hoe kinderen hun eigen wereld ondergaan en ervaren. Als leraren zich kunnen inleven, kunnen zij gemakkelijker en beter inspelen op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. In De eigen wereld van het kind brengen de auteurs de leefwereld aan de hand van de eigen ervaringen van kinderen in beeld. Met behulp van vele kinderuitspraken en -gedachten wordt geïllustreerd hoe kinderen tegen hun omgeving aankijken en wat zij van hun leeftijdgenoten en van volwassenen vinden. De leefwereld komt telkens vanuit een ander perspectief aan bod: allereerst vanuit historie, familie en school, vervolgens vanuit levensbeschouwing, media, de buurt en multiculturaliteit. De auteurs koppelen kennis uit de psychologie, de sociologie en de pedagogiek aan dat wat kinderen zelf te zeggen hebben. Arjan Dieleman is lector Pe
15 levensverhalen van Nederlandse vrouwen van wie het merendeel van elders komt: Iran, Irak, Turkije, Marokko, Suriname. De vrouwen treffen elkaar in een masterclass levensverhalen o.l.v. Halleh Ghorashi en Christien Brinkgreve. Door hun persoonlijke aanpak ontstaat een sfeer van openheid en vertrouwen, waardoor de deelnemers de ruimte voelen om, soms voor het eerst, het eigen verhaal te vertellen. Zo ontstaan 15 bijzondere verhalen over weggaan en aankomen. Over veerkracht en vechten, settelen en succes hebben. Verhalen van vrouwen met een schat aan levenservaring. 15 verhalen waar je stil van wordt. Halleh Ghorashi is antropologe en VU-hoogleraar Management Diversiteit en Integratie. Christien Brinkgreve is hoogleraar sociologie en publiciste. Het levensverhaal is voor beide auteurs belangrijk als bron van informatie en vorm van onderzoek.
In dit boek laten toonaangevende onderzoekers hun licht schijnen over de immigratie en integratie van allochtonen. Zij geven het debat rond dit thema een nieuwe impuls door de Nederlandse situatie in een internationaal perspectief te plaatsen. Daarbij komen diverse vraagstukken aan bod: in ternationaleinternationale migratie, immigratie- en integratiebeleid, anti-immigratiepar-tijen, etnocentrisme, politieke mobilisatie van allochtonen, schoolprestaties, jeugdwerkloosheid en ruimtelijke segregatie.Hoe verhoudt het Nederlandse immigratie- en integratiebeleid zich tot dat van andere landen? Waarom trekken anti-immigratiepartijen in Nederland zo weinig stemmen? Zijn de slechtere schoolprestaties en hoge werkloosheid-cijfers onder allochtonen uniek voor Nederland? Deze en andere vragen wor-den beantwoord in Allochtonen in Nederland in internationaal perspectief.Frank van Tubergen en Ineke Maas zijn verbonden aan de capaciteits-groep Sociologie van de Universiteit Utrecht.Met b
Dit is de dertiende, herziene druk van Grondbeginselen der sociologie, al meer dan veertig jaar een veel gebruikte inleiding in dit vakgebied. De herziening betreft vooral de geheel herschreven hoofdstukken over structuur en sociale ongelijkheid. Daarnaast is de tekst op veel plaatsen verbeterd en geactualiseerd en er is nieuwe literatuur verwerkt.Het boek heeft zijn begripsmatige karakter behouden, omdat dit volgens de auteurs onmisbaar is voor helder denken. Gebleven is ook de overzichtelijke indeling, de 'studeerbaarheid' en de mogelijkheid voor de student om met relatief geringe docentbegeleiding tot sociologisch inzicht te komen. Daartoe zijn in de tekst weer tussen- en eindvragen opgenomen.Grondbeginselen der sociologie is in de eerste plaats bestemd voor studenten Hoger Onderwijs, maar kan ook aan andere ge´nteresseerde lezers goede diensten bewijzen. Het blijft immers voor allerlei beroepsbeoefenaren van belang zich bewust te worden van de achterg
Honderd jaar geleden waren samenlevingen blind voor zichzelf. Zij konden zich niet waarnemen en kenden zichzelf daarom slecht. Wie toen iets over de samenleving zei, deed dat op basis van giswerk en anekdote. In de twintigste eeuw hebben samenlevingen geleerd zich te observeren, wat veel meer inhoudt dan waarnemen. Leren scherp te zien en nauwkeurig te meten volstaat hierbij niet. De observaties moeten ook worden verwerkt en ge´nterpreteerd. Zij moeten kennis en inzicht opleveren en het maatschappelijke leven verhelderen. De wetenschappelijke discipline die zich daarop toelegt heet sociologie.Deze inspirerende en gedegen inleiding in de sociologie legt de link tussen de sociologische theorie en het dagelijkse leven. Zij wil de student scherper leren zien en zijn horizon verruimen. Zij wil de aandacht vestigen op wat anders ongemerkt voorbijgaat en het analytische vermogen aanscherpen. Dit boek doet dat niet door middel van een saaie opsomming van begrippen, namen en theorieÙn;
De zich ontwikkelende jonge mens is aangewezen op opvoeding, Daarmee is in een notendop het spanningsveld aangegeven waarin de pedagogiek zich beweegt. Niet alleen vergaart de pedagogiek kennis over ontwikkelingsfasen van de jonde mens, maar ook maakt zij studie van de waarden en normen die daarbij in het geding komen. Wat haar onderscheidt van aangrenzende kennisgebieden zoals de sociologie en psychologie, is dat de pedagogiek een integratieve normwetenschap is: het kengebied bij uitstek van de samenhang tussen feit en norm in de opvoeding. Zoals echter de ontwikkeling van de jonge mens niet stopt op zijn achttiende verjaardag maar een levenslang proces is, zo loopt het werkterrein van de pedagogiek over in dat van de agogiek en de andragogiek. Deze levensloopbenadering heeft de laatste jaren sterk aan belang gewonnen onder invloed van snelle en ingrijpende maatschappelijke veranderingen: de volwassenheid wordt niet meer gezien als een stabiele en onveranderlijke fase. Pedagogiek van
Kinderen hebben straks allemaal een elektronisch kinddossier. Dementerende ouderen worden steeds vaker met hulp van camera's en intelligente sensoren gecontroleerd. En voetbalsupporters zijn allang gewend aan elektronische surveillance.Nieuwe informatietechnologieÙn zetten oude zekerheden op losse schroeven. Kan een oudere nog over zijn of haar eigen leven beslissen of bepalen de controleurs wanneer hij of zij gaat eten of naar buiten mag? Kun je als ouders verantwoorden waarom je erop hebt gegokt dat je kind geen erfelijke ziekte zou erven? En wie voelt zich verantwoordelijk voor een jongere in de gedigitaliseerde jeugdzorg wanneer .het systeem' bepaalt of er wel of geen actie wordt ondernomen?In In de greep van de technologie, het nieuwe jaarboek van TSS, tijdschrift voor sociale vraagstukken, geen betogen van technofoben of technogoeroe's, maar antwoorden op de vraag hoe de immigrant, de verdachte, de reiziger, de zwangere vrouw, het kind of de oudere nieuwe
De overheidsambities stapelen zich op: achterstandswijken moeten socialer, buurten veiliger, mensen minder dik en burgers moeten elkaar meer gaan helpen. De overheid is voor het realiseren van die ambities indringend op zoek naar brave burgers: die moeten vrijwilligerswerk doen, mantelzorg bieden, afslanken, actief worden in hun wijk en de politie helpen om de buurt veiliger te maken. Er lijkt sprake van een nieuwe maakbaarheid, waarbij de overheid niet zozeer zelf ingrijpt, maar burgers zover probeert te krijgen dat zij de problemen oplossen die de overheid uit naam van het publieke belang benoemt. In ‘Brave burgers gezocht’, het nieuwe jaarboek van ‘TSS, Tijdschrift voor sociale vraagstukken’, onderzoeken sociale wetenschappers wat de nieuwe focus op brave burgers betekent. Worden zij voor het karretje van de overheid gespannen? Of hebben ze zelf ook nog wat in te brengen? Mogen ze bedanken voor de eer? Gaan ze ook in tegen de overheid? Wat vinden burgers eigenlijk zelf va
"Volgens vele klassieke en moderne sociologen is de moderne samenleving vóór alles een industriële samenleving. Dit idee heeft de theorievorming over de achtergronden van politieke opvattingen op een dwaalspoor gebracht. Zo menen Martin Lipset, Melvin Kohn en Ronald Inglehart dat iemands cultureel conservatisme of progressiviteit wordt bepaald door zijn of haar klassenpositie of economische achtergrond. Bij nadere beschouwing blijken hun theorieën echter onhoudbaar. Dat dat zo lang onopgemerkt is gebleven, is niet eens verbazingwekkend. Het onderstreept slechts hoe diep de daarin gehanteerde industrialistische veronderstellingen zijn geworteld in de neopositivistische hoofdstroom van de sociologie.De auteur hanteert een eigenzinnige aanpak. Slechts aanvaardend dat wetenschap en politiek gescheiden behoren te blijven, verwerpt hij andere bekende tegenstellingen uit de sociologie als onvruchtbaar en onzakelijk: Durkheim versus Marx, functionalisme versus conflictsociologi
In deze bundel behandelt de Amsterdamse socioloog J. Goudsblom sociale 'regimes' waar mensen individueel en in groepsverband onder leven. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de schaamte en de tijdrekening, maar ook het streven naar luxe en comfort. Hoewel al deze regimes door mensen aan elkaar worden opgelegd, kan het in onze beleving lijken alsof we er aan toegeven uit een spontane innerlijke drang.Uitgaande van de wisselwerking tussen sociale dwang en individuele ontplooiing richt Goudsblom in dit fascinerende boek zijn scherpzinnige blik op schijnbaar ver uiteen liggende onderwerpen, zoals vuurbeheersing, godsdienst, koningsschap, de verhouding tussen mannen en vrouwen, tafelmanieren, gehoorzaamheid en rationaliteit. Het regime van de tijd is een staalkaart van wetenschappelijke nieuwsgierigheid en essayistische durf. Over de auteurJ. Goudsblom (1932) ontving voor zijn standaardwerk Balans van de sociologie de Busken Huet-prijs 1975. De bekroning v
In deze studie staan de ruim 3000 kaarten centraal die tussen 1873 en 1966 in het Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap werden gepubliceerd. Omwille van de overzichtelijkheid is het historisch tijdvak tussen 1873 en 1966 opgesplitst in vier perioden, die elk in een uitvoerige inleiding worden behandeld en een volledig overzicht geven van de geschiedenis van het Genootschap. De rijkdom en variatie van het cartografisch materiaal, dat gedurende bijna een eeuw in dit toonaangevende Tijdschrift is gepubliceerd, leidde wereldwijd tot een grote belangstelling onder verzamelaars en onderzoekers. Alle kaarten worden volledig beschreven en zijn extra toegankelijk gemaakt door het toevoegen van indexen op naam, gebied en onderwerp.
Denkbeelden over kleinschalig wonen voor mensen met dementie is een bundeling van artikelen die eerder in het tijdschrift Denkbeeld zijn verschenen. Ze vormen samen een evenwichtig beeld van de ontwikkelingen die vanaf het begin van de jaren '80 hebben plaatsgevonden. Inmiddels kan vastgesteld worden dat kleinschaligheid dé norm is geworden in de residentiële zorg. Kleinere leefgroepen blijken namelijk een positieve invloed te hebben op de kwaliteit van het leven van mensen met dementie. Maar de ombouw van de grootschalige verpleeghuiszorg naar het kleinschalige wonen heeft nogal wat voeten in de aarde.Denkbeelden over kleinschalig wonen voor mensen met dementie laat zien wat er op dit gebied mogelijk is, op welke manier je dat kunt bereiken en hoe je valkuilen kunt ontlopen. Hierbij worden kritische kanttekeningen niet uit de weg gegaan. Dit boek geeft geen pasklare antwoorden op álle vragen, maar helpt wel de juiste vragen te stellen bij het ontwikkelen van een (onontbeerl
Supervisie heeft zich in de afgelopen decennia in Nederland ontwikkeld tot de belangrijkste begeleidingsmethodiek in de opleiding en verdere toerusting van professionele werkers in mensgerichte beroepen. De professionalisering van supervisie is dankzij uiteenlopende publicaties op gang gekomen. Nadat supervisoren meer dan voorheen in een eigen vakblad zijn gaan publiceren, is dit proces in een stroomversnelling geraakt. Het tijdschrift Supervisie in opleiding en beroep publiceerde in de periode 1983-2002 tal van artikelen. Daarbij was de zoeker meestal op supervisie gericht, al kwamen ook andere begeleidingsvormen in de bijdragen aan bod. Dit boek bevat een selectie van artikelen uit de genoemde periode. Er is gekozen voor een brede opzet. Bij het selecteren van de bijdragen is gelet op inhoud en actualiteitswaarde; daarbij is van elke auteur slechts één artikel opgenomen. Deze bundel is thematisch in twee delen opgedeeld: belangrijke thema’s uit de supervisiekunde en s
'Waarom is er zo veel onvrede en woede? We zijn gemiddeld welvarender, hoger opgeleid, gezonder en rijker dan ooit. Waarom heeft Nederland dan toch zo'n extreem slecht humeur? Het is de emotionele en morele individualisering die het onbehagen voedt. Het feit dat we geacht worden in toenemende mate schrijvers en regisseurs van ons eigen leven te zijn. Bijna alles is onze eigen keuze en verantwoordelijkheid geworden; van onze loopbaan, relaties en inkomen, tot en met ons seksleven, onze gezondheid en ons uiterlijk. We zijn veroordeeld tot een doe-het-zelfbiografie.'In Spugen op kleine leiders beschrijft hoogleraar Sociologie Evelien Tonkens wat de gevolgen zijn van de moeilijkheden van het doe-het-zelfbestaan. De onvrede leidt tot etnische spanningen, maar ook tot het beschimpen van 'kleine leiders' zoals buschauffeurs, trambestuurders en ambulancepersoneel. Het populisme vindt steeds meer weerklank. De overheid gaat wanhopig op zoek naar de burger en belooft zelfs 'bestu
Dit is de vierde editie van ‘Het speelveld en de spelregels’, dat voor het eerst verscheen in 1993 en in Vlaanderen en Nederland ondertussen een klassieker is geworden. Dit werk heeft zowel iets van een inleiding als van een handboek: van een inleiding heeft het de geleidelijke opbouw en het stilstaan bij de bouwstenen van de wetenschap die sociologie heet; van een handboek de iets uitvoeriger behandeling van thema’s uit de sociologische wetenschap, met verwijzingen naar de belangrijkste discussies en auteurs. Maar het boek is op zo’n manier geschreven dat het ook gewoon kan (uit)gelezen worden. Wat zich op het maatschappelijke veld afspeelt, is immers niet minder boeiend dan een sportwedstrijd. Het speelveld en de spelregels wil helpen om op vele vragen over de samenleving een antwoord te vinden: over het hoe en waarom van orde en conflict, van stabiliteit en verandering, van ongelijkheid en macht, van conformistisch en deviant gedrag. Een begin van antwoord helpt ons om met kennis v
Wanneer zegt een beeld meer dan duizend woorden? Iedereen die wel eens een pagina voor een tijdschrift bedenkt, een powerpointpresentatie maakt, een brochure schrijft, een presentatie voor een poster moet maken of een idee voor een infographic moet verzinnen, komt vergelijkbare vragen tegen: Waarom zou ik deze foto juist hier zetten en niet daar? Welke achtergrondkleur gebruik ik voor mijn presentatie?Waar moet ik rekening mee houden bij het inrichten van een internetpagina? Kan ik voor deze cijfers beter een tabel gebruiken, een grafiek, of een infographic? Mag ik dit plaatje zomaar gebruiken voor mijn weblog?Op dit soort vragen geeft Beeldtaal een antwoord. Het boek bestaat uit vier delen. Na het inleidende deel zet het tweede deel drie belangrijke beeldtheorieÙn uiteen: Gestalt, semiotiek en visuele retorica. Met die theorieÙn in de hand verkennen de auteurs van Beeldtaal in het derde deel de basiselementen van
Is dit niet een beetje seksistisch, vraagt een collega en duwt je een advertentie uit een tijdschrift onderde neus. Het feit dat het moet worden gevraagd, zegt veel. Over wat seksistische reclame is, bestaat geen consensus. Velen voelen aan dat er iets niet klopt. Maar een voor iedereen duidelijk kader om met zekerheid te zeggen dit is seksistische reclame en dat niet, is er niet. Seksistische reclame. Dromen van een betere wereld voor m/v met talent neemt je mee op een boeiende en hilarische ontdekkingsreis doorheen een halve eeuw kijken naar vrouwen en mannen in reclame. Is seksistische reclame wel zo seksistisch, vrouwvriendelijke reclame wel zo vriendelijk? En wat denken van male-bashing in reclame? Aan de hand van recent onderzoek naar de representatie van huishoudelijke en professionele arbeid in televisiereclame wordt gezorgd voor een aantal verrassende vaststellingen. Reclamemakers blijken niet de enigen die teruggrijpen naar stereotypen. Ook wie naar reclame kijkt houdt vast
Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad. Dit demografische feit heeft grote consequenties voor de economie, ecologie en politieke en sociale verhoudingen, aldus vooraanstaand planoloog Jeb Brugmann. In De stad 2.0 toont Brugmann, op basis van twee decennia onderzoek en veldwerk, aan dat de stad zich heeft ontwikkeld in een medium voor revolutionaire veranderingen. Wij mogen dan wel geneigd zijn steden vooral als centra van vervuiling en geweld te zien of, positiever, als aanjagers van de globale economie en cultuur, dit boek bewijst dat de stad inmiddels vooral een laboratorium is waarin de grote problemen van de 21ste eeuw worden opgelost: armoede, honger, vrijheid en milieu. Steden die Brugmann aanhaalt zijn onder andere Bangalore, Barcelona en Toronto. Deze unieke studie, op het snijvlak van economie en sociologie, biedt een nieuwe kijk op steden - het is het eerste handboek 'urbanologie'. B
"De Toolkit Sociologie gaat over dagelijkse situaties en gebeurtenissen, maar het is geen alledaags, doorsnee sociologie boek. Er zijn zeven thema’s: samenlevings-verbanden, cultuur, sociale ongelijkheid, sociale controle, arbeid, criminaliteit en modernisering. Verwacht in dit boek geen overzicht van wat de belangrijke sociologen allemaal over deze thema’s schrijven. Je zoekt tevergeefs naar uitgewerkte socio-logische theorieën. Wat dan wel?De zeven thema’s worden ingeleid aan de hand van een (beroeps)praktijksituatie. Er wordt per thema een sociaal probleem beschreven. In elk hoofdstuk wordt een aantal elementaire begrippen uit de sociologie omschreven en beknopt toegelicht. De vaardig-heden worden niet vergeten. De begrippen worden toegepast op de praktijksituatie. Aan het eind van het hoofdstuk vind je de oplossing van het sociaal probleem. Aan de hand van opdrachten leer je kritisch naar deze oplossing te kijken. Daarna kun je zelf aan de slag. Je past de begrippen
De samenleving. Kennismaking met de sociologie biedt een toegankelijke inleiding tot het bestuderen van samenlevingen, de veranderingen daarin en de sociologische theorieÙn die erover zijn geformuleerd. Beschrijven, begrijpen en verklaren van de samenleving staan centraal. De situatie in Nederland wordt per onderwerp in een internationaal perspectief geplaatst.Het boek biedt diverse verdiepingsmogelijkheden, zoals wereldkaarten, achtergrondverhalen en zelf-aan-zetvragen, om je te stimuleren na te denken over je eigen omgeving en die van anderen. Het tentamen kan worden voorbereid met behulp van de schematische samenvatting en de meerkeuze- en essayvragen aan het eind van elk hoofdstuk.De samenleving is bedoeld voor studenten voor wie inzicht in de maatschappij en sociologische processen een belangrijk deel van hun opleiding vormt, zoals de hboopleidingen MWD, SPH, CMV en Pedagogiek en de universitaire opleidingen Sociologie, Pedagogiek en Criminologie.
De mogelijkheden om met de medemens te communiceren en/of op de hoogte te blijven van wat zich in de wereld afspeelt, zijn de afgelopen decennia sterk veranderd en toegenomen. Zo sterk dat ze nu vrijwel grenzeloos zijn. Er zijn tal van nieuwe media bijgekomen: gratis dagbladen, iPads, smart phones, mp3-spelers, en dvd's - het is slechts een greep uit wat kan. Bovendien is er binnen het klassieke aanbod sprake van vernieuwing: de buurtbioscoop is vervangen door de multiplex, de computer is behalve tekstverwerker ook rekenmachine, sociaal medium (Facebook, Twitter, Hyves), filmstudio, jukebox en ontwikkelcentrale. Alsof dat nog niet genoeg is, geldt voor traditionele media als radio, tv en tijdschrift dat de keuze aanzienlijk groter is dan tien jaar geleden.In de achtste druk van Communicatiekaart van Nederland brengen we al deze ontwikkelingen in kaart. De belangrijkste vragen daarbij zijn steeds: hoe heeft een medium zich ontwikkeld, hoe ziet het huidige aanbod er uit, hoe gebrui
Groepsdynamica bestudeert het gedrag van mensen in kleine groepen. Door haar brugfunctie tussen psychologie en sociologie neemt de groepsdynamica een unieke plaats in binnen de sociale wetenschappen. Dit boek behandelt de hoofdthema's uit de groepsdynamica. Een selectie hieruit: niveaus en interventies in groepen, groepsvorming, groepsontwikkeling, communicatie, feedback, groepsprocessen, besluitvorming, conformiteit, groepsnormen, groepsidentiteit, situationeel leiderschap, het functioneren van teams. Daarbij worden er op systematische wijze verbindingen gelegd met de praktijk.Dit boek is bestemd voor mensen die professioneel met groepen werken of daartoe in opleiding zijn.Over de auteurJan Remmerswaal (1945) is sociaal-psycholoog. Als opleider, trainer, docent en adviseur is hij de afgelopen dertig jaar betrokken geweest bij een groot aantal opleidingen en cursussen in het Hoger Onderwijs (zowel universitair onderwijs als hbo) en binnen bed
De Sociologische Encyclopedie is een door specialisten opgezet en duidelijk op de sociologie toegespitst naslagwerk, waarin de opgenomen thema's meestal royaal zijn behandeld. Naast de traditionele encyclopedie componenten zijn een aantal algemene beschouwingen opgenomen over de karakteristiek, de geschiedenis, de pluriformiteit, de theorieën, de methoden en technieken en de methodologie van de sociologie, waardoor deze encyclopedie tevens dienst kan doen als een eerste ken n kennismaking met de sociologie. Beoogd werd bruikbaarheid voor zowel de leek als de professionele socioloog. Uitgebreide literatuurlijsten zijn opgenomen in het laatste deel. De redacteur, drs. L. Rademaker, is verbonden aan het Sociologisch Instituut van de Rijksuniversiteit te Leiden. De literatuur werd mede geredigeerd door de bibliothecaris van dat instituut, R.J.P. van Hoorn.
In dit boek richten de auteurs zich op het verantwoord gebruik van regressie- en variantieanalyse technieken in gedragswetenschappelijk onderzoek. De nadruk ligt op de basiskenmerken van de technieken en de toepassing ervan in fundamenteel en toegepast onderzoek.De auteurs richten zich op studenten in studierichtingen met een gedragswetenschappelijke oriëntatie (psychologie, sociologie, pedagogische wetenschappen, bedrijfskunde, economie). Het boek veronderstelt voorkennis op het niveau van de basiscursussen statistiek. De nadruk ligt op het begrijpen van het statistische analysemodel en het gebruik daarvan bij de beantwoording van onderzoeksvragen. Daarbij is gestreefd naar toegankelijkheid voor een breed publiek van studenten en is mathematische diepgang zoveel mogelijk vermeden.Voor elk onderwerp zijn oefenvragen beschikbaar waarvan de uitwerking beschikbaar is op een bijgevoegde CD. Ook is voor alle voorbeelden de SPSS-uitvoer integraal opgenomen.
De beheersing van het vuur was de eerste grote ingreep van de mensheid in de natuur en een voorwaarde voor de ontwikkeling van landbouw en industrie. Alleen mensen hebben geleerd vuur te beheersen. Maar hoe meer zij hun beheersing uitbreidden, des te groter werd hun afhankelijkheid van het vuur met vaak onvoorziene gevolgen. In Vuur en beschaving geeft Johan Goudsblom een levendig beeld van deze ontwikkeling. Hij schetst de vele productieve en destructieve toepassingen van vuur en de betekenis daarvan voor het menselijk leven, vanaf de vroegste prehistorie tot het huidige industriÙle tijdperk. Over de auteurJohan Goudsblom (1932), emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde onder meer Balans van de sociologie, waarvoor hij de essayprijs van de stad Amsterdam ontving; Het regime van de tijd en de monumentale studie Vuur en beschaving zijn in meerdere talen vertaald.
Sociaal werkers, verpleegkundigen, docenten en managers hebben in hun werk met mensen te maken. Geregeld worden ze geconfronteerd met problemen tussen mensen waarvoor ze een oplossing moeten vinden. Inzichten in de manier waarop menselijke betrekkingen verlopen, zijn dan onmisbaar.Sociologie voor de praktijk biedt een inleiding in de complexe materie van de sociologie. Het begrip ‘macht’ is in dit boek het sleutelbegrip voor de ontsluiting van de belangrijkste sociologische begrippen en maatschappelijke terreinen, zoals sociale ongelijkheid, emancipatie, ontevredenheid in onze multiculturele samenleving, de toenemende individualisering en globalisering, vakbeweging en onderwijs. De vele vragen, voorbeelden en citaten maken het een praktisch en levendig studieboek.Dit boek richt zich op het hoger onderwijs, met name op agogische, sociaal-juridische en organisatie- en beleidskundige opleidingen. Het is tevens interessant voor ieder ander die sociale systemen wil be
De auteur heeft een groot deel van zijn leven gewijd aan de theoretische natuurkunde. In die tijd heeft hij zich vaak verbaasd over de absurde redeneringen en bizarre theorieën die hij in grote getale tegenkwam in en buiten de wetenschap. Soms is niet te begrijpen hoe ze ooit opgang hebben kunnen maken, maar in andere gevallen zijn ze nog steeds niet overwonnen.In de eerste hoofdstukken van dit boek zijn een aantal absurditeiten verzameld uit het dagelijkse leven, zoals men aantreft in kranten en andere geschriften, variërend van onzinnig feitenmateriaal tot zinloze prietpraat. Daarna komen meer serieuze onderwerpen ter sprake, zoals het gebruik van waarschijnlijkheid en statistiek, wijsbegeerte, misvattingen omtrent quantummechanica, en tenslotte de sociologie.De auteur analyseert kromme redeneringen en komt tot markante conclusies zoals "Voor wetenschapsfilosofen blijft alleen nog over het samenstellen van een kroniek die beschrijft hoe de wetenschap in werkelijk
"'Sociale geschiedenis' behandelt kernthema's uit de moderne sociale geschiedenis. Het boek toont aan hoe dit vak een intermediërende positie inneemt tussen de geschiedenis en de sociale wetenschappen, met name de sociologie.Bij elk behandeld onderwerp wordt aandacht besteed aan de theorievorming en aan de meest relevante onderzoeksresultaten. Op die wijze wordt de lezer in kort bestek op de hoogte gebracht van de huidige stand van zaken.De behandelde thema's worden op onderdelen in een apart hoofdstuk verder uitgewerkt. In de meeste gevallen wordt daarbij bijzondere aandacht besteed aan de Nederlandse situatie.De auteurs hebben dit boek speciaal geschreven voor het modulaire onderwijs zoals dat op veel universiteiten en hogescholen is ingevoerd. Deze onderwijsvorm vereist bondige leerboeken waarin de student snel en doeltreffend op de hoogte wordt gebracht van de hoofdlijnen binnen een bepaald vakgebied."
Wanneer de positie van vrouwen in islamitische landen ter sprake komt, denkt men bijna automatisch aan onderdrukking, tradities, geloof en achterstelling. En niet aan degenen die zich onttrekken aan alle regels en tradities – bijvoorbeeld omdat ze lesbisch zijn. Dit boek gaat over lesbische vrouwen uit Irak, Egypte en Marokko. Vrouwen die altijd wisten dat zij zich nooit zouden kunnen conformeren aan de eisen van hun ouders en hun samenleving, gewoonweg omdat zij anders zijn.Over de auteurKhadija Arib werd in Hedami, Marokko, geboren. In de jaren zeventig kwam ze naar Nederland. Arib studeerde sociologie. Sinds 1998 is ze lid van de Tweede Kamer namens de Partij van de Arbeid. Van haar verscheen ondermeer Couscous op zondag.
Sinds Bill Buford er getuige van was hoe op een vredig Engels station een trein door dolgedraaide voetbalfans werd vernield, is het fenomeen van het supportersgeweld hem blijven intrigeren. Om aan den lijve te ervaren wat de massale roes rond een wedstrijd teweegbrengt, stortte hij zich jarenlang in het Engelse supportersleven. Zijn verslagen van ophitserijen, vechtpartijen en van de strijd om de macht laten zich lezen als reportages van een oorlogscorrespondent.Tussen het tuig is een briljant en klassiek voorbeeld van undercoverjournalistiek. Bill Buford (Verenigde Staten, 1954) woonde lange tijd in Engeland. Hij werd bekend door zijn jarenlange werk als hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Granta en als oprichter van de gelijknamige uitgeverij. Sinds 1996 werkt hij als fictieredacteur voor The New Yorker. Van Bill Buford verscheen ook Hitte, zijn onthullende verslag van zijn ervaringen als leerling van de Italiaanse topkok M
Grootmeesters van de sociologie beschrijft uitvoerig leven en werk van een aantal hoofdfiguren uit de klassieke en moderne sociologie. In elf hoofdstukken, die steeds één grootmeester tot onderwerp hebben, behandelt De Jong wegbereiders als August Comte en Karl Marx en vervolgens dat van de grondleggers Max Weber en Emile Durkheim en hun tijdgenoot Georg Simmel. Daarna volgt de bespreking van het werk van prominente sociologen uit de twintigste eeuw zoals Talcott Parsons, Norbert Elias, Mary Douglas, Peter Berger, Pierre Bourdieu en Jürgen Habermas.In Grootmeesters van de sociologie beschrijft De Jong het milieu waaruit deze vooraanstaande sociologen zijn voortgekomen, hun studie en andere aspecten van hun leven die belangrijk zijn voor een beter begrip van hun werk. Vanzelfsprekend staat hun oeuvre voorop. De inhoud van hun belangrijkste werken, vaak zeer omvangrijk en soms weinig toegankelijk, wordt op een bijzonder heldere wijze uiteengezet.Het boek biedt niet alleen een kennismaki