Duurzaam Ondernemen met Technologie
Hoe overleeft de mens? Door zijn nieuwsgierig onderzoekende en uitbatende instelling met gebruik van al zijn zintuigen. Zijn ondernemingslust voedt zijn overleving. Sinds het verschijnen van het Rapport van de Club van Rome in 1972 groeide het inzicht dat de huidige mensengeneraties verantwoordelijkheden hebben voor de duurzame ontplooiing van de toekomstige generaties. De mens is ondernemend, maar niet allen in dezelfde mate. In het leven van alledag ziet de ene mens meer kansen dan de andere. In de economie ziet de ondernemer (entrepreneur) kansen eerder en beter dan anderen. Zo kan de entrepreneur bij uitstek vormgeven aan de nieuwsgierig onderzoekende en uitbatende mens. Wetenschappers, ingenieurs en ontwerpers staan vaak dicht bij nieuwe ontwikkelingen en bij die geschikte kansen. Die kansen te onderkennen vereist entrepreneurschap. Daarom moeten toekomstige wetenschappers, ingenieurs en ontwerpers tijdens hun studies kennis maken met het ondernemen. Na het verschijnen van het genoemde Rapport van de Club van Rome kan dat ondernemen niet meer gebeuren op basis van onbeperkte groei. Het ondernemen vindt zijn randvoorwaarde in duurzaamheid.
In het begin van de jaren '90 van de 20e eeuw werd aan verschillende faculteiten van de Technische Universiteit Delft het vak 'Duurzaam Ondernemen met Technologie' tijdens de 'bachelor'-fase verplicht voor alle studenten. Studenten in dit vak maken een plan voor een duurzame onderneming op basis van een innovatie. Zij presenteren hun plannen aan potenti le financiers en aan medestudenten.
Dit boek bevat op basis van langjarige ervaring de voor dit vak essenti le informatie. Na een inleidend hoofdstuk, waarin de dragende elementen van duurzaam ondernemen voor het voetlicht komen, komen in Hoofdstuk 2 aan de orde de ondernemer/entrepreneur en duurzame ontwikkeling, in Hoofdstuk 3 duurzaam ondernemen, het ondernemingsplan en de bedrijfsstrategie, in Hoofdstuk 4 de maatschappelijke omgeving van de onderne
Er zijn niet zoveel boeken te vinden over het ontwerpen en bouwen van zenders met een klein uitgangsvermogen. Dit boek beschrijft nauwkeurig de werking en bouw van maar liefst twintig audio- en videozender(tje)s. Daarmee biedt het aan de amateur-elektronicus, technicus, zendamateur en andere radio-enthousiasten het noodzakelijke materiaal om zich verder te bekwamen op dit gebied. Er wordt slechts weinig aandacht besteed aan de theorie, maar dat heeft een groot voordeel: ruim 300 pagina s vol praktijk.
De zenders, sommige eenvoudig, andere meer gecompliceerd, werden speciaal ontworpen voor het gebruik door amateurs. Ze werken tussen 150 kHz en 1300 MHz. De gebruikte techniek dateert vooral uit de jaren 90. Dit mag op het eerste gezicht een tekortkoming lijken, maar het is juist een extra argument voor publicatie. De technieken hebben zich inmiddels bewezen en er worden eenvoudige, goedkope en nog steeds goed verkrijgbare onderdelen gebruikt.
Dit boek richt zich dus in de eerste plaats tot de potentiële gebruiker van
HF-technieken, die er niet voor terugschrikt om dit soort schakelingen in elkaar te zetten. De schakelingen zijn probleemloos na te bouwen (nog een voordeel van zich bewezen technieken). Om dat te bereiken hebben de auteurs veel aandacht besteed aan: de testprocedures voor elke schakeling, de onderdelenlijst, instructies voor het vervaardigen van de spoelen en voor de afregeling. Bij de meeste schakelingen is bovendien een printontwerp afgedrukt.
Naast zenders voor o.a. FM-stereo, AM, VHF-FM-amateur, R/C-TV, 40-m-CW-zender, 10-m-SSB, 2-m-NBFM, FM-video-link en amateur-TV vindt u in dit boek ook verwante schakelingen, zoals een down-converter voor 400, 900 en 1300 MHz en een HF-vermogensmeter.