"Dertig portretten, dertig puzzels, dertig kluwens […]. Een fascinerende kijk in het menselijke brein."Trouw, 13 april 2005Mensen met een verstandelijke beperking en een psychische stoornis: geen gebrek aan boeken en artikelen hierover. De complexe hulpvraag, de toenemende medicatie en nieuwe wetenschappelijke inzichten maken een medische component in de zorg voor deze mensen steeds belangrijker. Toch wordt de medische component in de beschikbare informatie veelal onderbelicht. En belangrijker nog: de persoonlijke verhalen van de verstandelijk beperkten worden vaak overgeslagen. Wat doen ze, wat voelen ze en hoe denken ze? Geen gebrek geeft inzicht in de mensen achter de beperking. Elk hoofdstuk vertelt het unieke verhaal van een volwassene met een verstandelijke beperking die daarnaast met een psychisch probleem of gedragsstoornis kampt. De auteur, een neuroloog–psychiater, beschrijft deze verhalen vanuit een klinische invalshoek. Hierbij onderstreept hij het belang van gedragsobservaties, zorgvuldigheid bij het voorschrijven van medicatie en multidisciplinaire samenwerking in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.De verhalen zijn boeiend en levendig geschreven, ontroerend, vol respect, warmte, humor en vakkennis. Ze roepen herkenning op bij iedereen die betrokken is bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en bieden een handreiking voor een optimale zorg en behandeling van deze mensen.
In dit boek wordt de menselijke levensloop thematisch behandeld. Naast aandacht voor de normale ontwikkeling van de omgeving is er ook aandacht voor de invloed van de omgeving op die ontwikkeling en het ontstaan van achterstandssituaties.Belangrijke thema’s uit verschillende vakken rond de levensloop van de mens zijn in dit boek geïntegreerd. Naast onderwerpen uit de ontwikkelingspsychologie komen ook thema’s aan de orde zoals relaties, motieven om al dan niet voor kinderen te kiezen, oorzaken van werkloosheid, fascisme en discriminatie, de rol van scholen en klassenonderwijs, eenoudergezinnen, mensen met een verstandelijke beperking, grenzen van het leren, communicatie, seksualiteit en psychische stoornissen. Ook wordt aandacht besteed aan klassenverschillen en cultuurverschillen. Politiek, burgerschap en democratie komen uitgebreid aan de orde.De mens in thema’s is geschreven voor mbo-studenten Pedagogisch Werk en Sociaal Maatschappelijk Werk en hbo-studenten Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening.
Dit praktische boek beschrijft een nieuwe methode voor het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en zwakbegaafden. De Affectief Bewuste Benadering is ontstaan door de samenwerking tussen een aantal professio nals uit het werkveld.Het uitgangspunt van deze succesvolle begeleidingsmethode is dat je je als begeleider bewust bent van het cognitieve en emotionele niveau van de cliënt, en tegelijk ook van dat van jezelf. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de principes van Expressed Emotion (emotionele expres sie), de systeemtheorie en de uitgangspunten van de cliëntgerichte therapie (Carl Rogers). De methode creëert voorwaarden voor de begeleiding en biedt naast een visie ook de be geleidingsmethodiek om deze in praktijk te brengen. Hiermee kan de kwaliteit van de bejegening geoptimaliseerd worden.De Affectief Bewuste Benadering geeft concreet begeleidingspotentieel bij thema’s als: hoe breng ik afstand en nabijheid in balans, hoe ga ik om met emotie in de begeleidingsrelatie en hoe krijgt het netwerk van de cliënt en de begeleider invloed op deze relatie?Brian Twint studeerde sociaalpedagogische hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Na een periode van zeven jaar in de jeugdzorg is hij sinds 2005 werkzaam als begeleider in de verstandelijk gehandicaptenzorg, zowel op de dagbesteding als in de residentiële en ambulante zorg.Bianca van Kouwen studeerde orthopedagogiek en geestelijke verzorging aan de Universiteit van Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 2003 is zij werkzaam in diverse instellingen in de gehandicaptenzorg als (gezins)begeleider.
Dit boek biedt, aan de hand van praktische voorbeelden, handvatten voor zelfreflectie. Het boek begint met het definiëren van het begrip 'zelfreflectie': de meerwaarde en het belang staan hierbij centraal. Vervolgens wordt de link naar het werkveld gelegd. <br/>Er wordt uiteengezet wat belangrijke elementen zijn in het werk van de hulpverlener. Deze elementen zijn richtinggevend voor zelfreflectie. Daarna is er aandacht voor de voorwaarden die nodig zijn om zelfreflectie te ontwikkelen en toe te passen. Zelfreflectie is een vorm van leren, in dit boek is daarom ook ingegaan op de eigen leerhouding. Wanneer men zich bewust is van de eigen leerstijl kan de manier waarop zelfreflectie wordt vormgegeven worden aangepast aan die voorkeurstijl.<br/>De eerste vier hoofdstukken geven op deze manier de achtergrondinformatie die nodig is om met zelfreflectie aan de slag te gaan. Op basis hiervan is een werkwijze aangeboden waarmee hulpverleners tot zelfreflectie kunnen komen.<br/><br/>Het boek biedt een praktisch handvat. De theorie is kort en bondig omschreven opdat er ruimte is om uitgebreid stil te staan bij de praktijk. De praktijkvoorbeelden zijn<br/>een concretisering van de theorie. Aan het eind van elk hoofdstuk zijn suggesties gedaan om zich de aangeboden theorie door middel van oefeningen eigen te maken.<br/><br/>Het boek is vooral bedoeld voor studenten en hulpverleners in het sociaal agogisch werkveld.<br/>Lida Nijgh is opgeleid als orthopedagoog en werkzaam als gedragsdeskundige in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. In deze functie geeft zij onder andere vorm aan deskundigheidsbevordering, intervisie en coaching. Daarnaast is zij, als docent en supervisor, betrokken bij hbo-opleidingen voor maatschappelijk werk en sociaal pedagogische hulpverlening (social work).<br/>
Ieder hoofdstuk van Gezin is volgens een vast stramien opgezet. De auteurs - allen autoriteit op hun vakgebied - geven voor elke situatie de huidige stand van zaken weer van de psychosociale aspecten, de achtergronden, de diagnostiek, de hulpverlening, de prognose en de preventie van eventuele problemen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en een literatuuroverzicht.In dit deel komen de volgende gezinssituaties aan de orde: broers en zussen, meerlingen, kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking in hun gezin, lastminutemoeders, homoseksuele en lesbische ouders, pleegzorg, adoptiekinderen, echtscheiding, nieuw-samengestelde gezinnen, alcoholverslaafde ouders, drugsverslaafde ouders, ouders met een beperking, psychiatrische problemen bij ouders, depressieve moeders, weglopen, uithuisplaatsing van jeugdigen en multiprobleemgezinnen. Gezin is het zesde deel uit de reeks Kinderen en Adolescenten. Deze reeks geeft een vrijwel volledig overzicht van problemen en risicosituaties die zich bij deze leeftijdsgroepen kunnen voordoen. Per deel wordt volgens een vast stramien een bondige en toegankelijke beschrijving gegeven van het onderwerp, gevolgd door de meest actuele kijk op de diagnostische en behandelingsmogelijkheden.
Levensverhalen en levensboeken worden steeds belangrijker in de zorg. Dat blijkt uit de forse stapel boeken die de afgelopen jaren over dit onderwerp zijn verschenen. Maar daaraan ontbrak nog een theoretisch onderbouwd boek dat helder maakt hoe je in de praktijk levensverhalen en -boeken realiseert en hoe je ermee werkt. In deze lacune voorziet Werken met levensverhalen en levensboeken.Een levensverhaal vertelt de persoonlijke levensgeschiedenis van iemand; het levensboek is daar de tastbare neerslag van. Een levensverhaal maakt het de hoofdpersoon makkelijker om zijn verleden op een rijtje te zetten en te verwerken. Daarnaast versterkt het zijn zelfbeeld en identiteit, en verstevigt het de relatie met de familie en het sociale netwerk. Voor de zorgbegeleiders betekenen levensverhalen een beter contact met de hoofdpersoon; zorg en ondersteuning kunnen dan beter op de cliÙnt afgestemd worden.Voor wie?Werken met levensverhalen en levensboeken is een toegankelijk basisboek met concrete handreikingen en herkenbare praktijkvoorbeelden. Bovendien brengt het de kennis uit de verschillende zorgsectoren bij elkaar. Dit boek is een onmisbaar hulpmiddel voor alle zorgverleners en stafmedewerkers in de jeugdzorg, de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, de GGZ en de ouderenzorg.
Over het boek:Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantifi cering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.Over de auteur(s):Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofi e, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Bij veel psychische klachten is een behandeling door lichaamsgerichte en bewegingsgerichte interventies succesvol. Dit boek geeft een goed overzicht van de reikwijdte en de werking van psychomotorische therapie.In vijftien bijdragen wordt aandacht gegeven aan psychomotorische therapie bij uiteenlopende psychische klachten, waaronder depressie, schizofrenie, persoonlijkheidsstoornissen, verslaving en chronische aspecifieke pijn. De auteurs laten zien dat door bewegingsactiviteiten, oefeningen en lichaamsgerichte technieken een gedragsverandering tot stand kan worden gebracht waardoor psychische klachten van cliÙnten kunnen verminderen of verdwijnen. Ook de verschillende doelgroepen komen aan bod, zoals gezinnen, mensen met een verstandelijke beperking, kinderen en jeugdigen.Dit boek is geschreven voor beginnend psychomotorisch therapeuten en psychomotorisch therapeuten in opleiding. Voor alle andere professionals in de ggz geeft dit boek een goed overzicht van psychomotorische therapie.Over de AuteurJan de Lange is bewegingswetenschapper en psychomotorisch therapeut. Momenteel is hij werkzaam als manager ambulante zorg bij het Sinai Centrum in Amstelveen.
Mensen met autisme hebben een gebrek aan centrale coherentie. Dat leidt in de vrije tijd tot heel wat specifieke problemen, zowel voor jongeren als voor volwassenen, zowel voor mensen met autisme en een bijkomende verstandelijke beperking als voor normaal begaafde mensen met autisme. Uiteraard is het probleem voor deze groepen telkens anders. Maar de aanpak ervan komt toch telkens neer op een goed begrip van het autistische denken, om zo de situatie beter te begrijpen en ook aan te passen.Mensen met autisme pikken niet altijd even spontaan nieuwe vaardigheden en interesses op. Dikwijls zal de eerste stap naar een (nieuwe) vrijetijdsbezigheid gezet moeten worden aan de aanleertafel. Belangrijk is het kunnen kiezen, het zelf bepalen wat je gaat doen met je vrije tijd. Met een aantal aanpassingen kan je die moeilijkheid aanpakken. Dat geldt ook voor de sociale aspecten van vrije tijd. Ook sport en motorische activiteiten kunnen aangepast worden aan autisme. Het komt eropaan de theoretische kennis over autisme te vertalen in bruikbare, concrete en praktische adviezen en dat is wat Steven Degrieck in dit boek doet. Hij richt zich daarbij niet tot één specifiek deelpubliek. Ieder kan er wel dingen in vinden die bruikbaar zijn in zijn of haar situatie.
Sociale inclusieHans R.Th. Kröber & Hans J. van DongenInclusie is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het bestaan, en is verbonden met begrippen als maatschappelijke participatie, het onderhouden van relaties en burgerschap. In dat licht laat de maatschappelijke positie van mensen met een verstandelijke beperking nog te wensen over. Sociale inclusie richt zich op de rol van de zorgorganisaties en hun bijdrage aan inclusie. vanuit het perspectief van de zorgorganisatie zijn de volgende vragen gesteld:- In hoeverre werkt de geschiedenis van de zorg belemmerend op inclusie?- Welke rol spelen overheid, pleitbezorgers en stakeholders? - Welke rol spelen de organisatiekenmerken, de medewerkers en de mensen met een verstandelijke beperking die ondersteund worden door een zorgorganisatie?- Welke invoeringsstrategie bij de vormgeving van de veranderingen zal het meest adequaat zijn?Er wordt aandacht gegeven aan de succes- en faalfactoren die een rol spelen bij de vormgeving van inclusie. Dr. Hans R.Th. Kröber is bestuurder van een ondersteuningsorganisatie voor mensen met verstandelijke en psychiatrische beperkingen. voor zijn proefschrift ‘Gehandicaptenzorg, inclusie en organiseren’ won hij de Gehandicaptenzorgprijs 2010, in de categorie Beste onderzoekspublicatie.Hans J. van Dongen MBa is als zelfstandig adviseur betrokken bij strategische veranderprojecten en communicatievraagstukken in maatschappelijke organisaties. Zij publiceerden eerder samen Mensen met een handicap en hun omgeving (1996), Kind, gezin en handicap (2000) en Mensen met een handicap en betaalde arbeid (2003).
Mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking hebben een eigen, aparte belevingswereld. Zonder inzicht in die belevingswereld kom je als medewerker dagbesteding niet ver. Ook de invulling van een dagbestedingsprogramma moet op alle punten bij die bijzondere belevingswereld aansluiten. In dit boek beschrijven ervaren trainers van de leergang Dagbesteding hun werkwijze. Ze laten op een duidelijke, begrijpelijke manier zien in welke mate deze mensen openstaan voor contacten en activiteiten en welke benaderingswijze bij hun belevingsniveau past. Op basis van die inzichten wordt vervolgens vorm en inhoud aan een dagbestedingsprogramma gegeven. Hoe je kijkt, bepaalt wat je ziet geeft een helder inzicht in de belevingswereld van mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking. Het geïntroduceerde cliëntprofiel biedt de lezer een waardevol hulpmiddel om zelf de belevingswereld van cliënten gestructureerd in kaart te brengen. Er worden bovendien praktische handvatten aangereikt voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van concrete activiteiten voor een passend programma op basis van dit cliëntprofiel. Door de logische en methodische opbouw is dit boek ook uitermate geschikt voor onderwijsdoeleinden
De ontwikkeling van een veilige gehechtheid staat bij personen met een verstandelijke beperking onder druk. Deze kwetsbaarheid voor een onveilige gehechtheid kan leiden tot verschillende gedrags-, emotionele en relationele problemen zoals aantrekken en afstoten, leegzuigen en tegen elkaar uitspelen van ouders en/of begeleiding, vermijden van (dieper) contact, impulsief en agressief gedrag, machtsstrijd, ... Dergelijke problemen belasten de kwaliteit van leven en maken het ouders en hulpverleners moeilijk om ondersteuning te bieden.Dit boek wil met een theoretische situering en herkenbare casussen een kader bieden om deze problemen te plaatsen en een houvast om ermee om te gaan.Het boek verschijnt naar aanleiding van de studiedagen die in 2005 en 2006 door het Steunpunt Expertisenetwerken (SEN vzw) georganiseerd warden. De eerste hoofdstukken beschrijven en illustreren het ontstaan van gehechtheidsrelaties en de gehechtheid 'onder druk'. Verder wordt 'emotionele beschikbaarheid', een belangrijke basishouding, voorgesteld. Daarna volgen vier casussen, met bijzondere aandacht voor beeldvorming en ankerpunten voor behandeling en ondersteuning. Twee bijdragen weiden uit over de invloed van een onveilige gehechtheid op hulpverleningsrelaties en op de teamsamenwerking. Het boek eindgit met de beschrijving van een onderzoek naar de organisatorische voorwaarden om duurzame zorg te realiseren.Erik De Belie, orthopedagoog, psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan de Volwassenenwerking en De Hagewinde, Lokeren.Filip Morisse, ortho-agoog, is therapeutisch coördinator van De Steiger en Polikliniek, P.C. Dr. Guislain, Gent.(Met bijdragen van o.m.: Nicole Vliegen, Erik De Belie, Filip Morisse, Mia Coppens, Leen Blontrock, Marinka Coulier en Boelina Sikma, Eddy Weyts, Luk Steemans, Myriam Van Gael en Wil Buntinx.)
Elke Groninger kende ze, de overdekte bakfi etsen volbezems, borstels en matten van de Vereniging Zwakzinnigenzorg.Het waren vertrouwde verschijningen in hetstraatbeeld in een tijd waarin liefdadigheid de hoofdrolspeelde in de zorg voor mensen met een verstandelijkebeperking. De produkten op de bakfi ets waren gemaaktin speciale ‘werkplaatsen voor mindervaliden’, opgezeten geëxploiteerd door de Vereniging Zwakzinnigenzorg.Wie iets uit het brede assortiment kocht, haalde niet alleeneen onverslijtbaar produkt in huis, maar steundeook de activiteiten van ‘Zwakzinnigenzorg’.Dit boek schetst de bijzondere rol van de VerenigingZwakzinnigenzorg in de ontwikkeling van de zorg voormensen met een verstandelijke beperking in de provincieGroningen. ‘Zwakzinnigenzorg’ stond aan de wiegvan de eerste voorzieningen, totdat ook haar woon- enwerkactiviteiten overgingen naar grotendeels door deoverheid gefi nancierde instellingen. De Vereniging bleefactief als fi nancier van talloze projecten voor de doelgroep,in 2009 bezegeld door de omvorming tot StichtingSinnige Fonds.
Stress en/of gedragsproblemen hangen vaak samen met gehechtheidsproblemen. Helaas is het diagnosticeren van verstoord gehechtheidsgedrag lastig omdat een helder begrippenapparaat ontbreekt, er vaak geen consensus is over de te hanteren onderzoeksprocedure en er weinig diagnostische onderzoeksmiddelen zijn. In dit boek wordt een stappenplan beschreven hoe te handelen bij een vermoeden dat er ‘iets’ mis is in de hechting. De auteurs presenteren een ‘best practice’ gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en getoetst op praktische bruikbaarheid in de zorg voor kinderen en jongeren met een visuele en/of verstandelijke beperking. Zowel voor de beginnende als de meer gespecialiseerde diagnosticus is het boek uitstekend bruikbaar. Het vertrekpunt voor de diagnosticus is basiskennis over de gehechtheidstheorie, aangevuld met specifieke kennis over gehechtheidsproblemen bij de doelgroep. In het stappenplan wordt helder uiteengezet hoe verstoord gehechtheidsgedrag gesignaleerd kan worden, en vervolgens ook de meer interne processen, zoals het interne werkmodel en de mate van mentaliseren, in kaart gebracht kunnen worden.
Wat je speelt ben je zelf beschrijft de waarde van spel en spelbegeleiding voor de ontwikkeling van het individu. Spel is van wezenlijk belang voor de sociale, cognitieve, motorische en emotionele ontwikkeling van het kind. Maar ook voor volwassen mensen met een (verstandelijke) beperking is spel van onschatbare waarde.De kracht van dit boek ligt in een consequente integratie van theorie en praktijk. De theoretisch onderbouwing voor spelbegeleiding (deel 1) wordt duidelijk door veel verhelderende praktijkvoorbeelden. In deel 2 wordt aan de hand van advizen en vooreelden de praktijk van de spelbegeleding uiteengezet. Voor mensen met een (verstandelijke) beperking is specifieke aandacht. Samen met het boek Leven–de verhalen!, geschreven door Monique Wessels–Reijerse, is dit boek onderdeel van een project over spel en spelbegeleiding van Stichting Philadelphia Zorg.
"De zorg voor mensen met een verstandelijke beperking verandert. Begeleiders, gedragskundigen en managers zijn voortdurend op zoek naar methoden om mensen met een verstandelijke beperking op een goede wijze te ondersteunen. In Een programma voor jezelf wordt de opvoeding voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen beschreven. De ondersteuning voor volwassenen met ernstige meervoudige beperkingen wordt beschreven in Levensloop in perspectief. Deze programma’s hebben hun bestaansrecht en effectiviteit de afgelopen vijftien jaar ruimschoots bewezen. Naast kennis over die programma’s blijkt er in de praktijk behoefte te zijn aan een implementatiewijzer waarin aangegeven wordt wat er waarom en wanneer gedaan kan worden om de invoering tot een succes te maken. 'Met zorg vernieuwen', het derde deel in deze trilogie, biedt een handzaam en praktisch overzicht van het implementatieproces met aandacht voor de succesfactoren maar ook voor de hobbels en valkuilen. In dit boek worden de achtergronden, opzet en verloop van de implementatie van twee zorginhoudelijke programma’s voor personen met ernstige meervoudige beperkingen uitgewerkt. Een goede analyse van de bestaande situatie en verwachtingen is daarbij het uitgangspunt. Met voorbeelden uit de praktijk wordt het implementatieproces geïllustreerd. Daarbij zijn ook oefeningen opgenomen waarmee kennis over het proces direct kan worden toegepast en vertaald naar de eigen situatie. 'Met zorg vernieuwen' is in eerste instantie bestemd voor hoofden van woon- en activiteitenvormen, gedragskundigen, kwaliteitsfunctionarissen en projectleiders. Door de praktijkgerichte opzet van het boek is het ook bij uitstek bruikbaar voor docenten en studenten aan opleidingen voor Sociaal Pedagogisch werk, Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Verzorging en Verpleging. "
In Nederland zijn zelfbepaling en vermaatschappelijking kernthema's binnen de gehandicaptenzorg. Wat houdt dat precies in? Hoe werken we hier aan? Wat is daarbij de achterliggende filosofie? En vooral, wat levert het mensen met een (verstandelijke) beperking op?Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning. De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de ÚÚn of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
In dit concrete handvattenboek van Erik Bosch (orthopedagoog) en Ellen Suykerbuyk (seksuologe) treft u de nieuwste gedachten aan ten aanzien van visie en beleid op seksualiteit in het leven van mensen met een verstandelijke beperking.Stel dat die visie en het daaruit voortvloeiende beleid er helder uitzien. Hoe geef je die twee dan gestalte? Of stel dat je niet kunt of niet durft te praten over seks? Dan is het van belang “professioneel te leren praten over seks”, met je teamgenoten en met de cliënt…. Hoe doe je dat? Dit boek sluit af met een werkboek. Daarin zit een keur aan nieuwe werkvormen en methodieken waardoor je speels uitgenodigd wordt te leren praten over seks, zowel met je collega’s, als wel met de cliënt.In dit concrete handvattenboek van Erik Bosch (orthopedagoog) en Ellen Suykerbuyk (seksuologe) treft u de nieuwste gedachten aan ten aanzien van visie en beleid op seksualiteit in het leven van mensen met een verstandelijke beperking.Stel dat die visie en het daaruit voortvloeiende beleid er helder uitzien. Hoe geef je die twee dan gestalte? Of stel dat je niet kunt of niet durft te praten over seks? Dan is het van belang “professioneel te leren praten over seks”, met je teamgenoten en met de cliënt…. Hoe doe je dat? Dit boek sluit af met een werkboek. Daarin zit een keur aan nieuwe werkvormen en methodieken waardoor je speels uitgenodigd wordt te leren praten over seks, zowel met je collega’s, als wel met de cliënt.Ondersteuners, leerkrachten, ouders en studenten vinden in dit boek praktische tips voor seksuele voorlichting.Ze merken hoe ze seksualiteit op een aantrekkelijke wijze bespreekbaar kunnen maken, in hun team, met hun cliënten, met (hun) kinderen, met klasgenoten.Binnen MBO- en HBO-opleidingen kan dit boek prima gebruikt worden ter voorbereiding op de omgang met het thema seksualiteit in het werkveld, binnen meerdere zorgsectoren.Managers en andere lijnfunctionarissen kunnen hun beleid toetsen aan het in dit boek verwoorde beleid.
In de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is het gebruikelijk dat de mate van verstandelijke beperking van een individu wordt uitgedrukt in ontwikkelingsleeftijden. Dit zogenaamde ‘niveaudenken’ is een waardevol middel dat de professional kan inzetten om zich beter in te leven in zijn cliënt. Wanneer men rekening houdt met een aantal spelregels, kan deze manier van kijken gebruikt worden om beter af te stemmen op het individu en daarmee uiteindelijk de kwaliteit van leven van de cliënt te vergroten!In dit boek wordt die ontwikkelingsbenadering op een praktische en begrijpelijke wijze toegelicht. Aan de hand van vele concrete praktijkvoorbeelden zal duidelijk worden hoe die kennis van de verschillende ontwikkelingsfasen kan worden gebruikt om te komen tot een verantwoorde begeleidingsstijl, die aansluit bij de basisbehoeften van de cliënt met een verstandelijke beperking.‘Werken met ontwikkelingsleeftijden’ is met name geschikt voor groeps- en activiteitenbegeleiders die werken met mensen met een verstandelijke beperking. Ook voor andere professionals of ouders en verwanten zal de inhoud van dit boek herkenbaar en toepasbaar zijn. Bianca Vugts- de Groot (Psycholoog NIP) is werkzaam bij Stichting Prisma, een organisatie die ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. Ze is medeontwikkelaar van de Methodiek Meer Mens, en werkte mee aan het verschijnen van het boek ‘Meer Mens, Methodisch werken aan kwaliteit van leven’ (Erbrink, 2008).
Over het boek:Communicatie lijkt iets vanzelfsprekends, maar er komt eigenlijk veel bij kijken. Naast de taal spelen ook allerlei andere factoren een rol, waar vaak geen rekening mee wordt gehouden: informatieverwerking, alertheid, concentratie, tijdsbesef en emoties. Juist bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking kunnen deze zaken de communicatie ernstig belemmeren.Dit boek biedt een methodiek, het communicatieprofiel, waarin deze factoren in beeld worden gebracht zodat de omgeving beter op hen kan inspelen en goed bij hen kan aansluiten. Dat kan veel (gedrags)problemen voorkomen.In het eerste deel staat beschreven welke hersenfuncties te maken hebben met communicatie. Belangrijke neurologische begrippen worden uitgelegd en met praktijkvoorbeelden ondersteund.Het tweede deel licht toe hoe emoties en specifieke stoornissen invloed kunnen hebben op de manier waarop iemand communiceert.Het derde deel geeft aan hoe men een communicatieprofiel kan maken en illustreert dat opnieuw met praktijkvoorbeelden.Het boek richt zich op begeleiders, leerkrachten en alle anderen die, al dan niet beroepshalve, omgaan met kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking:(ortho)pedagogen, psychologen, logopedisten en sociaal-pedagogische hulpverleners.Over de auteur(s):Annie Blokhuis, orthopedagoog en gezondheidszorgpsycholoog, werkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarvoor was ze werkzaam in het speciaal onderwijs.Nel van Kooten is logopedist en is gespecialiseerd in communicatie met mensen met een verstandelijke beperking.
Nederland telt een groot aantal mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of chronische aandoening. Het blijkt dat de sportparticipatie van deze bevolkingsgroepen sterk achterblijft bij de sportdeelname van validen.Er is brede wetenschappelijke steun voor het gegeven dat verantwoord bewegen positieve effecten heeft op de gezondheid en het welzijn. Dit geldt nog meer voor hen die kampen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke beperking of chronische aandoening.Sportvoorlichting blijkt één van de beste manieren te zijn om de sportparticipatie van de doelgroepen te stimuleren en vergroten. Daarbij spelen medici, paramedici, sportdocenten, maatschappelijk werkers, sociale diensten een belangrijke rol. Zij moeten goed op de hoogte zijn de (aangepaste) sportmogelijkheden en de restcapaciteiten van hun cliënten.Sporten kan iedereen heeft tot doel alle informatie te verschaffen die u nodig heeft om mensen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke beperking of chronische aandoening adequaat te kunnen voorlichten over de mogelijkheden voor sport en beweging en de (aangepaste) sportfaciliteiten die er bestaan. Verder geeft deze uitgave u handvatten voor het doorverwijzen van de potentiële sporter naar instanties die goed thuis zijn in de wereld van het aangepast sporten. Ook beleidsmakers in onderwijs, gezondheidszorg en recreatie zullen baat hebben bij de informatie die Sporten kan iedereen biedt.Deze uitgave pretendeert niet een receptenboek te zijn; er bestaat immers geen standaardadvies dat voor iedere patiënt van toepassing is. Het is een naslagwerk waaruit u algemene en specifieke achtergrondinformatie kunt halen waarmee u, in combinatie met uw eventuele eigen specifieke kennis, sportvoorlichting kunt geven.
Het Pictogenda doe-boek bevat puzzels, recepten en knutselideeën. Door de stapsgewijze beschrijving en duidelijke uitleg aan de hand van foto’s is het Pictogenda doe-boek zeer geschikt voor de gebruikers van de Pictogenda. Het Pictogenda Doe-boek heeft een handig formaat en is dus ook eenvoudig mee te nemen. Leuk voor thuis of op vakantie. De Pictogenda producten zijn geschikt voor iedereen die zich moeilijk verstaanbaar kan maken, moeite heeft met lezen en schrijven en/of gebeurtenissen in de tijd te overzien. De producten worden al jaren succesvol gebruikt door mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een stoornis in het autistische spectrum, mensen met spraak- en taalproblemen, doven en slechthorenden en kinderen in het speciaal onderwijs.
Met het uitleggen aan ouders en dienstverleners van wat autisme is, is men al jaren bezig. Normaal begaafde mensen met autisme stellen zelf ook de vraag naar autisme, direct of indirect. Voor hen heeft Peter Vermeulen dit werkboek geschreven, zij lezen, denken of begrijpen namelijk anders. Lay-out en inhoud houden daarmee rekening.Ik ben speciaal is, in de nieuwe gereviseerde versie, een programma voor psycho-educatie met als doel personen met autisme zelfkennis bij te brengen, kennis van (het eigen) autisme en hoe ermee om te gaan. Het hanteert een empowerende, socratische methode.Ik ben speciaal is ontworpen om mee te werken: een kind, jongere of volwassene met autisme doorloopt samen met een volwassen persoon de verschillende werkbladen. Aanvullingen, verbeteringen, suggesties van ouders, mensen met autisme en dienstverleners zijn verwerkt in deze tweede editie. De werkbladen worden digitaal aangeboden op dvd. Dat maakt het gebruik op computer en in kleurversies mogelijk. De digitale versie vergemakkelijkt het ontwikkelen van eigen versies, zodat Ik ben speciaal op maat en geïndividualiseerd aangeboden kan worden. Zo ontstaat telkens een uniek en creatief boek. Met nieuwe teksten over het zelfbeeld van mensen met autisme, psycho-educatie en de socratische methode. Aangepaste versies voor jongere kinderen, jongeren met een verstandelijke beperking en normaal begaafde volwassenen.
"De stedelijke gebieden van Nederland krijgen het steeds benauwder. Nieuwbouw verdringt meer en meer het groen in en om de stad, terwijl de 24-uurs-economie de mensen opjaagt. Kwetsbare groepen, onder wie cliënten met een verstandelijke beperking of psychische problematiek, mensen met een verslavingsachtergrond, mensen met burn out, kinderen en ouderen, dreigen hiervan de dupe te worden. Daarnaast is ieders gezondheid gebaat bij het (her)ontdekken van cruciale waarden als rust, ruimte, schoonheid, het ritme van de seizoenen en het contact met planten en dieren.'Gezond door landbouw en groen' biedt een overzicht van zowel de wetenschappelijke als de praktijkkennis op het gebied van groen en gezondheid. Ook worden verschillende inspirerende initiatieven beschreven om platteland en stad, groen en gezondheid met elkaar te verbinden. Groen blijkt de gezondheid op allerlei manieren te bevorderen: planten zuiveren de lucht, uitzicht op groen vermindert stress, recreëren in het groen draagt bij aan ziektepreventie en het verzorgen van planten en dieren in een groene omgeving verhoogt de kwaliteit van leven van diverse kwetsbare groepen in de samenleving en draagt bij aan hun eigenwaarde en integratie.Zorgboerderijen, natuur en landschap, kinderboerderijen, volkstuinen en wijktuinen dragen bij aan doelstellingen in de gezondheidszorg, het grote-stedenbeleid en het welzijnsbeleid. Desondanks staat groen nog steeds onder druk. Gezond door landbouw en groen bevat daarom tal van voorstellen om groen integraal onderdeel te maken van het gezondheids- en grote-stedenbeleid. Een belangrijk boek voor iedereen die onze schaarse groene ruimte een warm hart toedraagt.Jan Hassink is senior onderzoeker ‘Landbouw Groen en Gezondheid’ bij Plant Research International, onderdeel van Wageningen Universiteit en Research Centrum. Sinds 1998 verricht hij onderzoek op het gebied van landbouw en zorg. In 2003-2004 was hij manager van het programma ’Landbouw en Groen voor een gezonde stedelijke samenleving’ bij het Natio
Geld roltgaat over de rol van professionals bij financiële bewustwording van jongeren. Docenten, begeleiders en maatschappelijk werkers hoeven geen financieel specialist te worden; wel is belangrijk dat zij een grotere rol gaan spelen bij het voorkomen van schulden bij jongeren. Professionals signaleren vaak als eerste problemen bij jongeren of nemen risicovol gedrag van de jongeren waar. Hoe kunnen zij een grote rol spelen bij preventie? En is dat wel haalbaar? Schulden oplossen is één, maar voorkomen is beter.Geld speelt een belangrijke rol in het leven van jongeren. Ze geven meer uit dan jongeren vroeger. De verleiding om dat te doen is ook groter. Reclamespotjes waarin rood staan en lenen als normaal worden voorgesteld, zijn inmiddels zelf normaal geworden. Van de werkende jongeren heeft tweederde een schuld van gemiddeld maar liefst 1.750 euro.Geld rolt geeft inzicht in de bestaande (internationale) literatuur over financiële bewustwording en schuldpreventie bij jongeren. Daarnaast doet het verslag van recent, grootschalig onderzoek van het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling van Hogeschool Utrecht. Dit onderzoek biedt nieuwe ideeën en werkwijzen voor professionals om jongeren te leren gezond met geld om te gaan, ook als het financieel bewustmaken van de jongeren niet hun hoofdtaak is.In het bijzonder komt de situatie van roc- en hbo-studenten, vmbo-scholieren, jongeren met een verstandelijke beperking en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren aan bod. Bij schuldpreventie bestaan immers geen blauwdrukken. Per groep (en daarbinnen per individu) zal moeten worden bekeken welke aanpak zinvol is.Geld rolt is geschreven voor alle professionals die met jongeren werken. Daarnaast is het gericht op studenten van de opleidingen sociaal-juridische dienstverlening, gerechtsdeurwaarder, pedagogiek en social work (SPH, MWD, CMV), de pabo en overige lerarenopleidingen.
‘Ik ga een boek schrijven, ik ben vastbesloten.’‘Alsjeblieft doe mij dit niet aan.’‘Ja maar het moet er uit anders spat ik uit elkaar.’‘Ik ben je beste vriendin, waar heb ik dit aan verdiend? Dan moet ik het lezen, al is het maar uit fatsoen. Eén kwartier bij jou op de bank zitten dat is al bijna niet te doen, laat staan een boek van jouw hand, waarin staat waar jij de hele dag tussen zit, in één ruk uitlezen! Dat houdt een paard nog niet Vol!’‘En toch doe ik het, onze vriendschap kan wel iets hebben, toch? Ik beloof je te zullen boeien en te ontroeren. Ik zal je een glimlach ontlokken, misschien zelfs een schaterbui. Ik ga schrijven, het moet. Ook míjn kinderen verdienen het om begrepen te worden evenals al die anderen die geboren zijn met het Fragiele X Syndroom.’Marianne de GrootAan de hand van gebeurtenissen van alle dag schrijft Marianne de Groot over haar leven met drie kinderen, waarvan er twee lijden aan het Fragiele X Syndroom. Een syndroom dat zorgt voor een verstandelijke handicap. Ze heeft zich aan haar belofte weten te houden; de verhalen zijn ontroerend en boeiend, de schrijfstijl is levendig en vertellend zonder valse emotie. Een boek vol herkenning voor hen die op welke manier dan ook, te maken hebben met mensen met een verstandelijke beperking. Voor mensen die dat niet hebben een ‘eye opener’.
Het begrip 'kwaliteit van bestaan' wordt tegenwoordig veel gebruikt in de zorgsector. Organisaties drukken er mee uit dat zij kwaliteit hoog in het vaandel hebben staan en dat zij klantgericht en klantvriendelijk (willen) zijn. De kwaliteit van ons bestaan wordt vooral bepaald door de mate waarin we zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Dat geldt voor iedereen, óók voor mensen met een verstandelijke beperking of lichamelijke handicap, mensen met psychische problemen of ouderen die zorg behoeven. Iedereen wil regie over eigen leven.Universele waarden als respect, veiligheid, de vrijheid om keuzes te maken, de mogelijkheid om je te ontwikkelen komen vaak in het gedrang als mensen in een afhankelijke positie komen. Het is de taak van werkers in de zorg om de zelfstandigheid en regie te bevorderen van hen die aan hun zorg toevertrouwd zijn.Het boek wie heeft de regie? is een praktijkgerichte verzameling van opvattingen over de 'kwaliteit van bestaan'. Het biedt praktische handvatten die het mogelijk maken die opvattingen om te zetten in dagelijks handelen. Daarnaast bevordert dit boek zelfreflectie; het helpt je kritische te kijken naar je eigenen handelen als ondersteuner. Met behulp van oefeningen, kritische praktijkbeschrijvingen en spiegelende columns maakt de auteur een koppeling tussen visie en praktijk. Kortom: in wie heeft de regie? gaat het om doen én reflecteren.
" In het leven van Bob gaat veel mis. Het lijkt of niemand lang bij hem kan blijven." "Ridder Lars wordt vaak gepest. Hij is erg blij als hij hulp krijgt."Leven–de verhalen! bestaat uit tien mooi geïllustreerde verhalen met thema's die voor iedereen herkenbaar zijn. In de verhalen worden situaties uit het sociale leven op een eenvoudige manier verteld. Gevoelens worden uitgebreid verwoord. Wat ervaart de hoofdpersoon van binnen, wat zien en ervaren de omstanders.Stichting Philapelphia Zorg hoopt met leven–de verhalen! kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking een stapje verder te helpen in het omgaan met en uiten van emoties. Bij dit boek zitten ook 2 luisterboek cd's.
‘In mijn huis doe ik alles zelf. Ik heb op school leren koken. Ik heb het bij mijn ouders thuis ook al vaak gedaan. Ik verzorg mijn tuin en ik verzorg mijn planten. Huishoudelijk werk doe ik ook zelf. Ik ben tevreden over mijn huis.’Al geruime tijd is in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking een ontwikkeling aan de gang om hun vragen, wensen en behoeften steeds meer centraal te zetten. Het zo goed mogelijk bepalen van de wensen en vragen die cliënten hebben, en hun behoefte aan professionele ondersteuning, is de basis voor goede zorg en dienstverlening. Henriette Visser doet in Vraagverheldering in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking verslag van een onderzoek bij instellingen voor verstandelijk gehandicaptenzorg in de provincie Utrecht. Het onderzoek had als doel om na te gaan hoe zorgaanbieders omgaan met het concept ‘vraag- en behoefteverheldering’. Het onderzoek laat zien dat ‘vraag- en behoefteverheldering’ niet vanzelfsprekend is. Het vraagt een vraaggerichte cultuur in alle lagen van de organisatie, en om specifieke professionele competenties. Kernbegrippen die naar voren komen zijn onder andere dialogisch werken, het versterken van de eigen mogelijkheden van de cliënt, netwerksamenwerking en persoonlijke zorgplanning.
Begeleiders die tegenwoordig mensen met een (verstandelijke) beperking ondersteunen doen dat vanuit de supportvisie. Tenminste, dat verwachten zorgorganisaties van hen. Mensen met een beperking maken een ontwikkeling door van afhankelijkheid naar zelfbepaling. Ze zijn burgers als ieder ander, die regie over eigen leven willen.De taak van begeleiders is met de supportvisie veranderd van overnemen naar ondersteunen. Een taak die om een nieuwe attitude en nieuwe werkwijzen vraagt. Begeleid ontdekkend leren is zo'n werkwijze: een methode waarmee begeleiders support echt in praktijk kunnen brengen. Doelgericht, concreet en volgens een duidelijk stappenplan. Het boek - ge´llustreerd met praktijk(voor)beelden in tekst en op dvd - is bedoeld voor begeleiders in het werkveld en voor studenten in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs.Begeleid ontdekkend leren is een praktische uitwerking van het Eigen Initiatief Model. Met dit model leren mensen met een beperking denkvaardigheden: een plan maken voor zij iets doen, volgen en bijsturen terwijl ze bezig zijn en terugkijken wanneer ze klaar zijn. Wie met cliÙnten begeleid ontdekkend leren toepast, zorgt ervoor dat hun flexibiliteit en zelfstandigheid daadwerkelijk toenemen. De cliÙnt krijgt binnen zijn mogelijkheden meer invloed op zijn eigen leven, meer plezier in zijn taken, leert zelf te kiezen en voelt zich versterkt in zijn zelfbeeld.
"Dit boek gaat onder meer over de zevenjarige Bryan, die seksueel misbruikt is door zijn vader. Over de negenjarige Oumou die met haar familie het oorlogsgeweld in een Afrikaans land ontvlucht en daarbij haar moeder verliest en over de zesjarige Thomas die een pijnlijke chemokuur heeft moeten doorstaan. Bryan, Oumou en Thomas hebben het vertrouwen in anderen en in zichzelf verloren. Hun levensplezier, optimisme, nieuwsgierigheid en veerkracht zijn verdwenen. Het zijn drie met ‘stomheid geslagen’ kinderen die niet kunnen praten over wat hen is overkomen, omdat ze te jong zijn, een verstandelijke beperking hebben, (te) loyaal zijn aan hun ouders of omdat hetgeen ze overkomen is gewoonweg te overweldigend is. Wat ze alle drie wél kunnen is spelen. In hun spelverhalen komen verraad en onbegrip tot uiting, maar ook woede, verdriet, angst en machteloosheid. Psychotherapie met behulp van spel biedt een mogelijkheid deze kinderen te helpen. Spel is hun taal. En als er taal is, kan er gecommuniceerd worden en is hulp mogelijk.'Spel in psychotherapie gaat' in op de betekenissen van de spelsymboliek: hoe is spel te doorgronden en te begrijpen? Op speltechnieken: hoe doe je het? Op behandelkaders: hoe kan er samengewerkt worden met ouders? Al deze aspecten worden in vele diagnostische en therapeutische voorbeelden toegelicht. Bovendien komt de wetenschappelijke fundering aan bod: de speltheorie en het onderzoek naar de effectiviteit van spelpsychotherapie.De uitgave is primair geschreven voor kinderpsychotherapeuten, kinderpsychiaters, klinisch psychologen, Gz-psychologen en vaktherapeuten; voor hen is het een handboek. Ook zij die betrokken zijn bij de zorg voor het welzijn van kinderen binnen de GGz, de jeugdhulpverlening en het onderwijs – behandelverantwoordelijken, orthopedagogen, leerkrachten en beleidsmakers – zullen in dit boek veel van hun gading vinden."
‘Ik heb hier recht op!’<br/>Hoe vaak wordt dat niet overal om ons heen geroepen?<br/><br/>Als begeleider in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zul je de uitspraak ‘Ik heb hier recht op!’niet zo vaak horen,maar wellicht vraag je jezelf toch regelmatig af hoe het nu precies zit met de rechten van je cliënten.<br/><br/>Speciaal voor werkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is dit boek geschreven. De auteurs presenteren gedegen basisinformatie om goed om te kunnen gaan met de problemen en vraagstukken die te maken hebben met de rechten van mensen met een verstandelijke beperking.<br/><br/>Brenda Frederiks is als gezondheidsjurist in 2004 gepromoveerd op de rechtspositie van mensen met een verstandelijke handicap. Sinds 2005 werkt zij bij het VUMC als universitair docent gezondheidsrecht. Ze is betrokken bij diverse onderzoeken over de Wet Bopz.<br/><br/>Loes den Dulk is directeur van stichting Raad op Maat. Raad op Maat geeft cursussen, advies en informatie over de zeggenschap en medezeggenschap van mensen met een beperking aan mensen met een beperking zelf en aan medewerkers van zorginstellingen in het hele land.
"Elke ouder heeft er wel eens last van: opvoedingsstress! Soms duurt het kort, soms duurt het lang. Maar altijd is het erg vervelend. Was opvoeden vroeger makkelijker? Kwam er toen ook opvoedingsstress voor? Zeker wel, maar onze westerse ik-cultuur veroorzaakt op veel manieren stress. Dit boek bespreekt vijf wapens tegen opvoedingsstress. Samenwerken als ouders, proactief opvoeden, rekening houden met de drie B’s, ervaringsordening en kennis van de achtergronden van gedrag. Alle hoofdstukken zijn opgehangen aan een voorbeeld van ouders die problemen ondervinden. Zo wordt de voor ouders belangrijke kennis over temperament, gehechtheid en samenhang direct verbonden met de praktijk. Elk hoofdstuk bevat vele praktische tips. Een boek voor iedereen die ouders begeleidt en adviseert, maar zeker ook voor geïnteresseerde ouders zelf.Dorothea Timmers-Huigens heeft veertig jaar ervaring in het begeleiden van ouders en kinderen. Zij is kinder- en jeugdpsycholoog specialist (NIP), gezondheidszorgpsycholoog (NIP), pedagoog generalist en theoloog. Zij promoveerde op de toepassing van haar theorie van ervaringsordening in 1997. Deze theorie wordt breed toegepast in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, en in de algemene gezondheidszorg. Zij schreef boeken en artikelen over opvoeding, zorg en hulpverlening aan jeugd en mensen met een verstandelijke beperking. Zij is predikantsvrouw en moeder van zeven, inmiddels volwassen, kinderen."
Hoera, ik ben een autist!Over het onderwerpHoe kijken we naar mensen met een verstandelijke beperking en welke betekenissen worden aan hun bestaan toegekend? Dat is de vraag die de opstellen in dit boek met elkaar verbindt. De auteur neemt zijn uitgangspunt in het perspectief van Disability Studies, dat in het Nederlandse taalgebied nog vrij onbekend is. Over de inhoudDe auteur onderzoekt cultureel bepaalde denkbeelden over 'handicap' om te kijken waarop ze berusten: * Autisme geldt voor vrijwel iedereen als een handicap, maar waarom eigenlijk? Kun je daar ook anders over denken? * Kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking is een thema in Nederland, maar waarom vinden wij het gewoon om de vraag te stellen of mensen met een verstandelijke beperking kinderen 'mogen' krijgen?* Waarom is het zo vanzelfsprekend dat de conditie van 'Down syndroom' wordt bestempeld als een 'defect' en als genetisch bepaalde ziekte, terwijl veel mensen met dit syndroom een betrekkelijk gelukkig leven leiden? * Vraagsturing en marktwerking maken ook van mensen met een beperking 'kiezende zorgconsumenten', maar hoe strookt dat met de dagelijkse werkelijkheid waarin ze verkeren? Zulke vragen dagen de lezer uit een stapje terug te doen en onze manieren van denken en kijken onder de loep nemen. De uitkomst blijkt telkens van groot praktisch belang te zijn. Het ethische oordeel, zo laat de auteur zien, ligt reeds besloten in de waarneming. Over de auteurHans ReindeRs is sinds 1995 hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hij sinds 2005 tevens de Bernard Lievegoed leerstoel bezet. Dit boek bevat een selectie uit ongepubliceerde voordrachten over zorg en ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking van de afgelopen jaren.
Jeugdzorg en jeugdbeleid staan sterk in de belangstelling van de politiek en de publieke opinie. Jarenlang zijn de boeken van Tilanus het standaardwerk geweest over het overheidsbeleid voor de jeugdzorg en het gemeentelijk jeugdbeleid. Na de vele veranderingen in het beleid, onder meer door het invoeren van de Wet op de jeugdzorg en het versterken van het gemeentelijk jeugdbeleid, verschijnt er nu een geheel nieuw boek, waarin een compleet overzicht gegeven wordt van het actuele beleid ten aanzien van jeugdzorg en jeugdbeleid. Het boek geeft uitleg over de Wet op de jeugdzorg, het bureau jeugdzorg en de zorgaanbieders, inclusief de justitiële jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen en de zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking. Daarnaast wordt het gemeentelijk jeugdbeleid behandeld, van de jeugdgezondheidszorg tot het jeugd- en jongerenwerk, waarbij ook de ontwikkeling van het centrum voor jeugd en gezin aan bod komt. Het beleid wordt beschreven vanuit een kader, waarmee inzichtelijk gemaakt wordt hoe het beleid zich ontwikkelt en welke lange termijn doelstellingen de overheid nastreeft met de verschillende beleidsmaatregelen. De geschiedenis van het beleid wordt beknopt beschreven. Het boek heeft niet de pretentie van een volledige geschiedschrijving, maar het beleid van vandaag bouwt voort op het beleid in het verleden. Een overzicht van de belangrijkste veranderingen in het beleid helpt de lezer het huidige beleid te doorgronden. Het boek is uitermate geschikt voor het hoger beroepsonderwijs en voor universitaire studenten die een overzicht van het beleidsterrein nodig hebben. Voorts is het nuttig voor iedereen die werkt in of ten behoeve van jeugdzorg en jeugdbeleid en voor een ieder die een goed inzicht wil verkrijgen in een beleidsterrein, dat vaak complex genoemd wordt.Adri van Montfoort is directeur van Adviesbureau Van Montfoort, lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid bij de Hogeschool Leiden en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof i
Ouders, begeleiders of leerkrachten van mensen met een verstandelijke beperking worden regelmatig geconfronteerd met moeilijk hanteerbaar gedrag. Ze voelen zich machteloos. Ze willen weten wat er aan de hand is, of er iets aan te doen is en hoe het aangepakt kan worden.Hoe komen zij tot handelingsstrategieën die een positief effect hebben op het welbevinden van de persoon met een verstandelijke beperking? Een efficiënte, transparante en methodische samenwerking is onontbeerlijk voor succes op langere termijn. Alle betrokken professionals zijn belangrijke personen uit het eigen netwerk van een cliënt zijn hierbij nodig. Kwetsbaar & afhankelijk is met name geschikt voor orthopedagogen en psychologen, groeps- en activiteitenbegeleiders, leerkrachten, artsen, paramedici, therapeuten en andere disciplines. Ook voor ouders en andere belangenbehartigers is dit boek toegankelijk.Liesbeth Mevissen heeft meer dan 25 jaar ervaring met de doelgroep. Ze is werkzaam als orthopedagoog/gz-psycholoog en daarnaast als docent en supervisor.
Over het boek:De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking is een controversieel thema. Het laat de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking lopen een grotere kans op allerhande problemen.De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?Over de auteur(s):Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
Deze herziene druk heeft belangrijke wijzigingen ondergaan. In de eerste plaats vanwege de actualiteit met betrekking tot inzichten en achtergronden. In de tweede plaats doordat al de ervaringen van het lesgeven door de auteur er in zijn verwerkt. En in de derde plaats doordat mevrouw Timmers de theorie van ervaringsordening er een duidelijker plaats in heeft gegeven. Die theorie heeft in het werkveld zijn nut bewezen. Observeren met een deskundig oog vanuit de theorie van ervaringsordening blijkt mensen te helpen.Dit boek is de derde geheel herziene druk van het boek Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening. Sinds de eerste uitgave in 1992 heeft de auteur in veel sectoren lesgegeven: op de artsenopleiding voor huisartsen, jeugdartsen en consultatiebureau-artsen, in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, aan werkers uit alle disciplines, maar vooral aan gedragsdeskundigen, logopedisten, fysiotherapeuten, teamleiders en groepsbegeleiders. Ze heeft les-gegeven aan mensen in de verpleeghuiszorg van alle disciplines en aan leerkrachten van scholen, aan universiteiten en aan hbo-opleidingen. Maar ze gaf ook bijscholing aan mbo-plussers en verzorgenden.De lessen gingen over zorg- en hulpverlening aan afhankelijke mensen. De focus was heel de mens, een holistische mensvisie, geconcentreerd rond door de door haar (Timmers-Huigens) uitgedachte en vormgegeven 'theorie van ervaringsordening'. En altijd weer was een belangrijk onderdeel van de scholing die mevrouw Timmers gaf: observeren, kijken: Wat zie je? Hoe interpreteer je gedrag? En hoe rapporteer je?Dit boek gaat over observeren en rapporteren. Observeren en rapporteren kun je definiëren als zo nauwkeurig en objectief mogelijk beschrijven of vastleggen van wat je waarneemt. Observeren is een vorm van waarnemen, maar het is in die zin meer dan zomaar waarnemen, omdat het waarnemen met een doel is.Observeren vindt plaats binnen een bepaalde setting, binnen een vakgebied. Dit boek gaat over observeren e
Over het boek:De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen, is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden.Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.Uit de inhoud:Wat is een verstandelijke beperking? – Wat is dementie? – Diagnose – Werken met verschillende realiteiten – Goede communicatie behouden – Therapeutische interventies – Moeilijk hanteerbaar gedrag – Inspelen op de pijnbeleving van mensen met dementie en een verstandelijke beperking – Ervaringen en behoeftes van lotgenoten – Mensen begeleiden om goed te eten – Goede materiële omgeving creëren – Rol van (nieuwe) technologie – Zorg rondom het levenseinde – Begeleiding van familieleden – Medicatie – Zorgmodellen – Pleidooi voor
Seks@autisme.kom komt tegemoet aan de grote nood aan seksuele vorming voor jongeren en volwassenen met autisme. Een werkgroep van autismedeskundigen, onder leiding van Dr. Hans Hellemans, paste een werkboek voor mensen met een verstandelijke beperking (seks@relaties.kom) aan voor het gebruik bij jongeren en volwassenen met autisme. Onderzoek aan de universiteiten van Gent en Antwerpen toonde een positief effect van het vormingsprogramma: jongeren en volwassenen met autisme die het werkboek hadden doorgenomen, praatten makkelijker over seks en heel wat (autistische) misverstanden en hiaten verdwenen. Dit werkboek biedt inspiratie om een voor mensen met autisme ingewikkeld en abstract thema op een concrete en heldere wijze bespreekbaar te maken.Het uitgebreide ondersteunende visuele materiaal (foto’s, tekeningen en werkbladen op de bijhorende cd-rom) bevordert de communicatie over seksualiteit. Thema’s die aan bod komen zijn lichaam, lichamelijke veranderingen, seksuele gevoelens, masturbatie, voortplanting, vrijen, zwangerschap, geboorte, voorbehoedmiddelen, seksueel overdraagbare aandoeningen.Hans Hellemans werkt als kinder- en jeugdpsychiater in het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen/ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (UCKJA/ZNA).Peter Vermeulen is pedagoog en als autismedeskundige werkzaam bij Autisme Centraal. Hij publiceerde o.a. Dit is de titel. Over autistisch denken en Ik ben speciaal 2. Werkboek psycho-educatie voor mensen met autisme.Greet Conix is sociaal agoog en co rdinator van VMG.Lies De Lameillieure is pedagoog en educatief medewerker bij Autisme Centraal.
In dit boek wordt stilgestaan bij de vele facetten die het werken met mensen met verstandelijke beperkingen kenmerken en hoe de zorg kan worden ingevuld. Naast maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen, wet- en regelgeving en actuele achtergrondkennis inzake erfelijkheid en medische elementen wordt ruim aandacht besteed aan de bejegeningsaspecten en de dagelijkse zorgpraktijk. Dit boek is daarmee tegelijkertijd zowel een up to date naslagwerk voor de professional in de zorg als een toegankelijk leerboek voor studenten van verschillende niveaus en opleidingen die zich willen bekwamen in het op verantwoorde wijze werken met mensen met een verstandelijke beperking. In deze derde druk wordt in vier hoofdstukken informatie gegeven over visie in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen, indeling en classificatie en wordt stilgestaan bij de zorgvragen. Deze zijn geordend volgens de gezondheidspatronen van Gordon, waarbij uitgebreid wordt ingegaan op het maken van een ondersteuningsplan. Hoe verloopt het proces, wat heb je als begeleider nodig aan informatie en methodieken. Benodigde kennis wordt aangereikt van stoornissen en beperkingen en van de zorgvragen die er (mogelijk) uit voortkomen. In het eerste hoofdstuk wordt een beeld geschetst van mensen met een verstandelijke beperking. In hoofdstuk 2 wordt het ondersteuningsproces uitgelegd en wordt uitgebreid ingegaan op de ondersteuningsvragen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de specifieke beelden en bijkomende stoornissen en beperkingen. Een aantal veel voorkomende erfelijke aandoeningen wordt beschreven en er wordt uitvoerige informatie verstrekt over epilepsie, dementie, meervoudige beperkingen, en psychische stoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen, de rechten en de rechtspositie, wet en regelgeving, veranderingen in de bekostigingssystematiek, veranderingen in de organisaties van zorgaanbieders, medezeggenschap van cliënten, maatscha
De wijze waarop tegen seksualiteit en handicap wordt aangekeken is in de afgelopen decennia behoorlijk veranderd. Waar vroeger de beeldvorming rond gehandicapten zich kenmerkte door begrippen als 'zielig' en'hulpbehoevend', leeft in Nederland en BelgiÙ nu veeleer de visie dat mensen met een lichamelijke beperking regie over eigen leven kunnen hebben, en dat het bereiken van een zo hoog mogelijke graad van autonomie belangrijk is. Seksualiteit is daarvan een vanzelfsprekend onderdeel, althans, zou dat moeten zijn.Het denken over (de combinatie) seksualiteit en handicap volgt de maatschappelijke ontwikkelingen, zij het met enige vertraging. De afgelopen veertig jaar laveerde de samenleving tussen 'niks mag' en 'alles moet kunnen', en nu is een punt bereikt waarop de juiste balans moet worden gevonden. In de gezondheidszorg ervaren veel professionals daarbij nog gÛne en handelingsverlegenheid, en er is dan ook overduidelijk behoefte aan een bundeling van de kennis die in de afgelopen jaren over seksualiteit, ziekte, handicap en revalidatie is opgebouwd. 'Seksualiteit bij ziekte en lichamelijke beperking' is geschreven door experts in Nederland en BelgiÙ. Hoewel over de problemen van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening ook veel zinvols te zeggen valt, heeft de redactie er bewust voor gekozen het probleemgebied af te bakenen en zich te richten op de problemen van mensen met een chronische ziekte of een lichamelijke/zintuiglijke beperking. Het resultaat is een boek met dvd waarin het thema seksualiteit en intimiteit bij ziekte en beperking in al zijn facetten aan de orde komt. De kern van het boek bestaat uit een groot aantal ziektebeelden en hun invloed op seksualiteit, relaties en gevoel van eigenwaarde, vruchtbaarheid, zwangerschap en anticonceptie. De uitgave pretendeert niet volledig te zijn: rondom het thema is er immers niet alleen zeer duidelijk sprake van 'werk in uitvoering' maar zeker ook nog van 'werk in ontwikkeling'.Het boek is opgebouwd uit zes mod
De hulpverlening aan ouders met een verstandelijke beperking stelt specifieke eisen. Hulpverleners worden geconfronteerd met hulpvragen over de opvoeding, maar steeds vaker ook over omgaan met een kinderwens en ondersteuning tijdens de zwangerschap. Zij moeten be-kend zijn met de leefwereld van de cli en om goed op deze vragen te kunnen inspelen.<br>Deze publicatie biedt hulpverleners een leidraad bij keuzes en dilemma's in de ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking. De publicatie toont hoe de ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking in Nederland op dit moment wordt vormgegeven en wat dit betekent voor de professionele organisatie. De auteurs geven een beschrijving van ondersteuningsvormen en methodieken. Voor de ondersteuningsvormen die veel worden aangeboden, gaan zij na welke instrumenten de hulpverlener kan inzetten tijdens de verschillende fa-sen in de ondersteuning. Daarnaast biedt de publicatie een overzicht van bruikbare materialen. Ook schenken de auteurs aandacht aan de kwaliteitseisen waaraan medewerkers moeten voldoen.<br>Ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking is met name bedoeld voor directe begeleiders, teamleiders, ambulante werkers, coaches, zorgconsulenten, medewerkers thuiszorg, gedragsweten-schappers en managers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast is de informatie relevant voor werkenden in bijvoorbeeld de jeugdzorg. Ook kan de publicatie ingezet worden bij opleidingen SPW en SPH.
Professionals in sociale beroepen komen vogels tegen van allerlei pluimage. En hoe uniek ook, iedere vogel kan worden ingedeeld bij een of meer groepen met specifieke kenmerken. Voor (toekomstige) sociaal werkers is het belangrijk dat zij deze groepen goed kennen en weten hoe ze met hen kunnen werken. In Mensenwerk bieden de auteurs een oriëntatie op verschillende doelgroepen in het sociaal werk. In een inleidend hoofdstuk schetsen zij het hele werkveld. Daarna worden in afzonderlijke hoofdstukken de meest voorkomende doelgroepen besproken: kinderen en jeugdigen, ouderen, mensen met een psychiatrische aandoening, verslaafden, dak- en thuislozen, justitiabelen, mensen met een lichamelijke beperking, mensen met een verstandelijke beperking en etnische groeperingen.Veel aandacht gaat uit naar de setting waarin sociale professionals een bepaalde doelgroep tegenkomen en de functies die zij daarin vervullen. Daarbij maken de auteurs onderscheid tussen SPH’ers, MWD’ers en CMV’ers, maar niet zonder de gemene delers en mogelijkheden voor samenwerking te bespreken. Aan het eind van elk hoofdstuk wordt de lezer aangezet tot nadenken over wat de doelgroep van een sociaal werker vraagt en in hoeverre het werken met deze doelgroep bij hem of haar past. John Bassant was docent methoden en theorie aan de opleiding SPH van de Hogeschool van Amsterdam. Marianne Bassant-Hensen was projectleider en opleidingscoördinator aan ROC Zadkine in Rotterdam. Beiden zijn nu (eind)redacteur van diverse boeken en tijdschriften op hun vakgebied. De overige auteurs zijn allen verbonden (geweest) aan social work-opleidingen van diverse hogescholen.